Einde

juni 9, 2009

Één roman.

Dertig huizen.

Vier seizoenen.

Drie continenten.

Zeventien vluchten.

Éénentwintig boeken.

Tweeëntwintig plaatsen.

Vierendertig reisverslagen.

Honderd zevenenzeventig dagen.

Drieduizend honderd achtentachtig foto’s.

De laatste stappen

juni 3, 2009

Terug in Sydney nam ik afscheid van mijn OZ Experience mensen en het backpackersleven. Dag snurkende roommates, tot ziens keukens zonder pannen, vaarwel overvolle dormrooms waarin ik ’s ochtends vroeg mijn backpack in het donker moest inpakken om de anderen niet wakker te maken. Maar ook: dag dagelijks nieuwe mensen ontmoeten van over de hele wereld, tot ziens complete zelfstandigheid, vaarwel nieuwe plaatsen ontdekken. Ergens was het verdrietig en ergens was het wel lekker om klaar te zijn met backpacken. Om eerlijk te zijn kon ik toen ik weer in Sydney aankwam eigenlijk maar aan één ding denken: over twee weken ben ik thuis.

Ik heb die twee weken ingevuld met… vrij weinig eigenlijk. Bondi doorlopen, lezen en schrijven in het tweedehandse boekenwinkel Gertrude & Alice, met Linda en de kinderen naar een café, op het strand liggen, een ochtendcruise maken met mijn oom door de Sydney Harbour. Af en toe drong het tot me door dat ik nog zoveel zou kunnen doen tijdens mijn laatste twee weken. Nog alles eruit halen wat erin zat, elke dag volplannen en nog van alles zien en doen. Maar dat wilde ik niet. In mijn zes maanden had ik al zoveel gezien en gedaan dat ik die laatste twee weken het gevoel had dat ik niks meer in me op kon nemen. Ik wilde gewoon al beginnen met nagenieten en dat is wat ik heb gedaan.

Na afscheid te hebben genomen van mijn Australische familie stond ik weer op het vliegveld. Ik begon nog niet sentimenteel te doen over het inchecken, naar de gate lopen en de vliegtuig boarden, niet omdat ik nu cool ben, maar omdat het officieel mijn één na laatste vlucht was. Op Heathrow daarentegen deed ik lekker overdreven sentimenteel over mijn laatste vlucht.
          De terugweg was verschrikkelijk. In totaal (van het moment dat ik incheckte in Sydney tot het moment dat ik door de douane liep in Amsterdam) ben ik 30 uur en 50 minuten onderweg geweest. Dat heb ik net even uitgerekend en ik sta zelf eigenlijk een beetje versteld dat ik het heb overleefd.

Op Heathrow aangekomen herkende ik de route van terminal 3 naar 5 goed. Hier liep ik zes maanden geleden, bedacht ik me. Toen ik pas aan het begin stond van alles. Toen ik net afscheid van iedereen had genomen op Schiphol en onderweg was naar Johannesburg. Toen ik stap 1 zette. Jullie begrijpen natuurlijk dat het sentimentele onzin vanaf toen niet meer tegen te houden was.
            ‘Oh, kijk, dat bord hing daar zes maanden geleden ook!’
            ‘De laatste keer dat ik voor mijn wereldreis incheck, wauw… (Hopelijk weegt ze mijn handbagage niet, want die is zo’n tien kilo te zwaar.)’
            ‘Tot ziens backpack, als je het waagt om nu alsnog kwijt te raken tussen Londen en Amsterdam, vergeef ik het je nooit.’
            ‘Dit is de laatste keer tijdens deze reis dat ik mijn laptop uit mijn tas moet halen, mijn kleine mini flesjes in een plastic tasje moet doen, mijn armband af moet halen, alles op de lopende band moeten gooien terwijl mensen achter me zuchten omdat ik te langzaam ben en dan door de poortjes moet lopen en opgelucht ademhalen als ze niet afgaan. Mooi, want dat was ik behoorlijk zat.’
            ‘Ik dronk hier zes maanden geleden ook iets bij Starbucks, wauw…’
            ‘De laatste keer dat ik wacht totdat we eindelijk het vliegtuig in mogen en dan eenmaal binnen eindeloos moet wachten totdat mensen uit de gangpad stappen en dan mensen zelf laat wachten terwijl ik in de gangpad sta en mij handbagage wegberg.’
            ‘De laatste keer dat ik naar een achterlijke veiligheidsvideo moet luisteren, die ik ondertussen uit mijn hoofd ken.’
            ‘De laatste keer dat ik tijdens mijn wereldreis opstijg.’
            ‘De laatste keer dat ik tijdens mijn wereldreis land.’
            ‘De laatste keer dat ik tijdens mijn wereldreis door de douane moet.’
            ‘De laatste keer dat ik tijdens mijn wereldreis bij een bagageband op mijn backpack moet wachten.’
            ‘De laatste keer dat ik tijdens mijn wereldreis bij een bagageband opgelucht ademhaal dat mijn backpack weer de reis heeft overleefd.’ 

En toen mocht ik de poortjes doorlopen en degenen die ik al zoveel maanden had gemist om de hals vliegen. Mijn wereldreis was afgelopen. Ik ben weer thuis.

Surfing at Spot X

mei 20, 2009

Brak en wel keek ik nogal op tegen het surfen. Ik had er al de hele maand zin in, maar ook ergens de verwachting dat ik de eerste beginner zou zijn om ter plekke te verdrinken, de surfboard kwijt te raken of iemand anders ernstig te verwonden. Ik maakte me dus zorgen.

De Surf Camp waar ik heen ging, was op de locatie Spot X. Wat inhield dat we niet wisten waar we heen gingen en waar we zouden surfen – behalve dat het ergens tussen Byron en Sydney is. Spot X bestaat uit niet meer dan de kamp en een strand. Mojo Surf (die ons lessen zou geven) probeert Spot X redelijk stil te houden, zodat het echt een surfplek blijft en niet nog een strand waar backpackers en gezinnen komen om te zonnen en zandkastelen te bouwen. De enigen die er mogen komen zijn OZ Experience passagiers en leerlingen van Mojo Surf. Het idee dat we allemaal beginnelingen waren en er geen strand vol uitlachende toeschouwers was, stelde me al ietwat gerust. 

Eerst kregen we een uitgebreide introductie over surfen en over het bepaalde strand waar we gingen surfen. Er werd verteld waar de zandbanken waren en waar het tij je het sterkst de zee in trekt (rips), wat voor een golven er vandaag zouden zijn enzovoort. Ook was er een hele rij serieuze en hilarische regels op een surfplank geschreven:
            #1: Have Fun & Look Cool
            #4: Don’t Pee In Your Wetsuite!
            #6: Always Laugh at Instructors (crappy) Jokes
            #10: There is No Rule # 10
            #12: Don’t Drag Your Board over the Sand
           #22: The Ocean is a Big Cup of Tea
           #23: Make Sure the Water is Wet

Op het strand begonnen we echt te oefenen, wat er achterlijk uitzag, maar echt hielp. Liggend op ons board (op het zand) herhaalden we de paar stappen keer op keer.

  1. Tenen op het staart (‘onderkant’ van de board), armen rond borsthoogte bij je denkbeeldige lijn en peddelen.
  2. Als de golven je tenen raken nog drie keer goed peddelen.
  3. Trek je ‘achterbeen’ (degene waar de koord aan zit) op de boord terwijl je de rails (zijkant) vastgrijpt op de denkbeeldige lijn.
  4. Duw jezelf omhoog, leun eventjes op je achterbeen terwijl je jouw ‘voorbeen’ schuin in het midden van de board neerzet op de denkbeeldige lijn
  5. Zak door je knieën, leun naar voren, spreid je armen
  6. Surf en Shaka (de surfers peace-teken: pinkie en duim omhoog, andere drie in vuist). 

Op het strand was ik natuurlijk uitzonderlijk goed, maar op het strand was het ook niet bepaald een uitdaging. Zodra we het water ingingen, begon het echt. Na drie keer halfliggend op mijn surfplank de golf te hebben verprutst, kwam mijn surfleraar naar me.
            ‘Are you from Russia?’ vroeg hij.
            ‘No…?’ antwoordde ik.
            ‘Well then why are you rushing it? Just relax.’
Goed surfersadvies. Ik ging weer klaar op mijn board liggen: tenen op de staart en rond borsthoogte aan het peddelen. Ik voelde de golf mijn tenen raken, peddelde drie keer hard, deed god weet wat en opeens stond ik. De surfleraar schreeuwde nog iets en ik herinnerde dat ik door mijn knieën hoorde te zakken, dus dat deed ik. En toen was ik aan het surfen! Zomaar opeens! En dat zonder iemand ernstig te verwonden! Ik gleed met de golf mee naar het strand, viel er toen een beetje klunzig vanaf (ze waren ons vergeten te vertellen hoe je dat gracieus doet) en rende meteen, board en al, de zee weer in.

Na twee uur was ik compleet uitgeput, maar heel erg vrolijk. Surfen is fantastisch! Het is veel werk, vooral al het gepeddel en teruglopen, maar het is het zo ontzettend waard. Ik heb helaas 0 foto’s om te bewijzen dat ik heb gesurft, aangezien dat $30 zou kosten, maar dat kan me niet eens iets schelen. Volgende keer als ik surf dwing ik wel iemand om foto’s te nemen, want er komt zeker een volgende keer.

Met onze busgroep (de chauffeur Sonic, Emma, the twins Charlotte en Sara, Zweedse gozers en nog een paar anderen waarvan ik de naam niet weet) genoten we van de Surf Camp BBQ – yes, geen pasta – en gingen toen op het kampvuur zitten. Daar ontmoette we twee die-hard Ozzie surfers van Perth, die van plan zijn de hele kust af te rijden en overal te surfen. Met hen hebben we een paar uur gedebatteerd over waar bepaalde Australische woorden op slaan. Zo zeggen ze in plaats van flip flops thongs? Een discussie over het ene woord leidde tot het debatteren over een ander woord en uiteindelijk hebben we daar de hele avond gezeten.

Mijn laatste dag en avond met OZ Experience was dus zeker een succes. OZ Experience was over het algemeen zeker een succes.

Doordat de bus die ons hoorde op te halen een lekke band had, kregen we (Laura, een Iers meisje en een groep Engelse vrienden) 2,5 uur extra in Brisbane – die we bij de bushalte doorbrachten. Toen de bus eindelijk aankwam was iedereen ongeduldig om te vertrekken, want we hadden allemaal zin in Byron Bay.

Zowat alle northbounders (mensen die van Sydney naar Cairns gaan in plaats van Cairns naar Sydney) die ik tegen ben gekomen, zeiden dat Byron geweldig was en een hoogtepunt in hun reis. Ook had mijn Australische familie alleen maar goeds over Byron te zeggen. Dus ik was benieuwd.

We kwamen, door de vertraging, al behoorlijk laat aan en hadden ongeveer een kwartier voordat we met de hele bus naar Cheeky Monkeys zouden gaan: de beruchte backpackersclub van Byron. Daar moesten we veel lawaai maken en werden beloond met gratis bier en frietjes – OZ Experience is geweldig.
            In Cheeky Monkeys worden allerlei wedstrijden en spelletjes gespeeld voor gave prijzen. Maar wat je doet om de prijzen te winnen ging mij iets te ver. Zo liepen er halfnaakte backpackers rond met de vlag van hun land op hun borstkas geschilderd – voor mannen niet zo interessant, voor vrouwen een heel ander verhaal – hopend om een bar tab te winnen. Het Jenga spelen was prima en daar heb ik ook een gratis glas wijn door gewonnen, maar wat je moest doen om een skydive te winnen was mij ook teveel. En dat zegt heel wat, want ik wil niets liever dan nog een keer skydiven. 

Byron Bay bestaat uit heel veel leuke winkeltjes en een geweldig strand. Er was mij dus al vaak verteld dat Byron fantastisch is, maar daar werd altijd aan toegevoegd: alleen als de zon schijnt. Ik had geluk; het weer wat perfect.
             Na een dag op het strand te hebben gelegen en wat meer window shopping te hebben gedaan, ging ik terug naar mijn hostel. Ik had de vorige avond Jimmy (Belgisch), Steven en Marit (Duits) ontmoet en heb met hen gegeten. Daarna hebben we gekletst totdat de PLEASE QUIET bord aanging en de hele hostel leek te verhuizen naar Cheeky Monkeys. We sloten ons aan bij de groep, maar helaas was de muziek slecht die avond en ging ik niet al te laat naar bed. 

Na te hebben ontbeten met mijn roommate, de Nederlandse Ilse, wilde ik meteen terug naar het strand. Zij en haar busmensen (OZ Ex Northbound) waren dat ook van plan en dus heb ik de rest van de dag luierend met hun doorgebracht.
            Onze hostel had gratis fietsen te leen en Ilse en ik hadden allebei al behoorlijk lang niet gefietst en er zin in. Byron Bay’s vuurtoren hoorde een prachtig uitzicht te hebben en we besloten om erheen te fietsen. Alleen was het al vier uur ’s middags en moesten we voor zonsondergang (kwart over vijf) terug zijn met de fietsen. We begonnen te peddelen. Het was veel heuvelopwaarts en enigszins uitputtend, maar ook heerlijk. Ik keek meteen uit naar weer terug in Nederland mijn fiets uit de schuur te halen en gewoon te kunnen fietsen.
            Het uitzicht was prachtig, vooral met de zonsondergang erbij en de terugweg was geen probleem: allemaal heuvelafwaarts. 

Na met een grote groep te hebben gegeten, begonnen een paar drankspelletjes. Jimmy, Marit en ik deelden een zak goon. Ik bedenk me nu dat ik jullie nog helemaal niet heb verteld over goon. Iedereen kent de dozen wijn die mensen meenemen naar picknicks toch? Nou hier in Australië wordt de zak die in de doos zit met nep wijn erin goon genoemd. En backpackers zijn er gek op. We halen het natuurlijk uit de doos, dus het is makkelijk mee te nemen, heel goedkoop en als de zak leeg is kun je het opblazen en als kussen gebruiken. EFFICIËNT! Sommige mensen vinden het het meest walgelijke drankje ooit, en dat is soms ook zo, maar sommige merken en smaken zijn prima te drinken. Met een klein groepje speelden we Ring of Fire/Kingsen – wat verwarrend is, omdat iedereen andere regels kent. Daarna sloot ik me aan bij een nieuw spelletje die ik nooit meer zal spelen: flip cup. Goed voor teamspirit, maar slecht voor je lever.

Het merendeel van de bus was de volgende ochtend nog steeds uitgeput en verre van gelukkig. We hadden nog drie uur in de bus voordat verwacht werd dat we leerden te surfen. Oh nee…

Brisbane

mei 14, 2009

Het drong laatst tot me door dat ik tijdens mijn wereldreis vooral steden heb bezocht. Grote wereldsteden als Kaapstad, New York, Los Angeles en Sydney en weinig klein en bescheiden dorpjes, als Rock Hill. Tijdens het backpacken kwam ik in een heel ander wereld terecht. Plaatsen die bestonden uit niet meer dan een weg van 500 meter gevuld met toeristische winkeltjes, hostels, een slijterij, een supermarkt, clubs, een strand en belachelijk veel backpackers. Meer heb je ook niet nodig tijdens het backpacken! Om eerlijk te zijn viel het me niet echt op hoe klein de plaatsen waren en hoe omringd ik was door backpackers; totdat ik in Brisbane aankwam.

Iedereen in de bus leek te moeten wennen aan weer in een stad te zijn. Opeens moesten we uitzoeken waar elkaars hostels waren, in plaats van gewoon de straat aflopen en het te zien. Opeens moesten we een kaart hebben om de supermarkt, lagoon en park te vinden. Opeens moesten we ons weg door massa’s dringen om ergens te komen. Ik vond het helemaal niks en kon me niet eens herinneren waarom ik meestal zoveel van steden houd. Het was veel te druk en eenzaam en chaotisch en lawaaierig. Ik miste de 500 meter straat van Airlie Beach waar je zeker was dat je iemand zou tegenkomen als je de hostel uitstapte.

’s Ochtends sliep ik uit – eindelijk waren er geen lawaaierig vertrekkende mensen in mijn kamer op een ochtend dat ik niet vroeg op hoefde – en maakte ontbijt, voordat ik de stad in ging. Ik had een paar uur voordat ik Andy moest vinden en ik besloot om iets te doen waar ik een groot hekel aan heb: window shopping. Na een poos verdrietig zijn om alles geweldigs wat ik niet mocht kopen en veel van het centrum te hebben gezien, ging ik naar een klein parkje om op Andy te wachten. Daar hebben we samen gezeten en verder gepraat over onze OZ Experience, voordat we afscheid moesten nemen; dit keer echt. Andy zou die dag al van Brisbane naar Byron Bay gaan en zou waarschijnlijk al in Nieuw-Zeeland zitten tegen de tijd dat ik in Sydney aankwam.

De volgende dag ontvluchtte ik de stad door de hele dag in the Botanical Gardens door te brengen met mijn boek. Maar op de terugweg nam ik toch de tijd om wat meer om me heen te kijken en herinnerde ik opeens wat ik leuk vind aan steden. De drukte heeft iets en de chaos ook; alles leeft. De gebouwen zijn indrukwekkend. En er zijn misschien teveel mensen, maar iedereen is anders en dat maakt het boeiend.
            Of ik nou meer van grote steden houd dan van kleine 500 meter plaatsen weet ik alleen nog steeds niet.

Zon en regen in Noosa

mei 13, 2009

De volgende ochtend stapte ik in de zoveelste OZ bus – dit keer op naar Noosa. Noosa is een dorp waar veel Australiërs heengaan om vakantie te houden en het is er prachtig. Er zijn een paar mooie stranden, plekken om kanotochten te maken, the National Zoo en hele leuke winkels. Ik kwam al vrij vroeg aan en had een paar uurtjes voor mezelf, voor dat de Duitse meisjes van Fraser zouden aankomen. De zon scheen, dus pakte ik mijn boek en ging in een hangmat liggen.

Toen Yvonne, Lisa en Hendrika waren aangekomen, gingen we met z’n allen naar het strand. Ondertussen waren we allemaal al een paar weken de oostkust aan het afreizen en hadden dus al behoorlijk wat stranden gezien, maar deze was bijzonder: voor het eerst konden we de zee in zonder achterlijke stinger suite.

De hostel waar we bleven heette Dolphins Beach House en was erg… uniek. Heel erg roze en met allerlei beelden van Indische goden. Erg mooi natuurlijk, maar helaas waren we wel een half uur van de bewoonde wereld vandaan. In plaats van heen en weer lopen, besloten we om met een groep relaxt tv te kijken. Het is vreemd hoe bijzonder tv kijken wordt als je aan het backpacken bent. Aan de ene kant voelt het alsof je niks aan het doen bent en je verveelt, maar aan de andere kant is het lekker om helemaal niks aan het doen te zijn na zoveel drukke dagen.

´s Ochtends vroeg vertrokken de Duitse meisjes al en na te hebben uitgeslapen werd ik wakker en ontdekte dat het regende. Dat het hard regende. Daar ging mijn hele stranddag-plan. Aangezien ik met mijn backpackersbudget niet meer mocht winkelen, had ik niet echt iets te doen. Ik sloot me aan bij een groep lezers en bracht de dag zo door.

En toen was het alweer tijd om de volgende OZ bus te pakken. Nog steeds een beetje alleen, zat ik te wachten en te denken hoe leuk het zou zijn om weer iemand te herkennen, toen ik opeens Andy zag! Van de Whitsundays/Airlie Beach! Hij was ook op weg naar Brisbane en het was geweldig om hem weer te zien. Ondertussen hadden we dus allebei al Fraser gedaan, dus hadden we veel om te vertellen. Ook had hij Pip en Jess even gezien in Rainbow Beach en kon mij vertellen over hun Fraser Island. Alex en Goose bleken ook in de bus te zitten, maar helaas stapten zij al een half uur later uit bij Mooloolaba (of all places…) Andy en ik hebben de rest van de weg gepraat en gelachen over onze afgelopen week. Het voelde alsof er al veel meer tijd voorbij was gegaan en ik met een oude vriend aan het bijpraten was.

Na een verdrietige afscheid van Pip en Jess had ik een paar ‘lege’ dagen in Rainbow Beach. Het regende bijna de hele tijd en hoewel de meisjes in mijn dormroom aardig waren, miste ik mijn ‘groep’  van de afgelopen week toch. Opeens moest ik weer alleen koken, alleen beslissen wat ik wilde doen die dag. Een van de ochtenden ben ik wilde dolfijnen wezen voeren, maar de rest van mijn tijd was stil en saai.

Gelukkig werden we voor de Fraser Island 4 Wheel Drive in groepen van 11 opgedeeld en dus ontmoette ik ’s middags bij de briefing in een klap een nieuw groep. Onze groep (genaamd the Turtle, omdat onze auto als laatste van de hostel vertrok) bestond uit:

  • The Frenchies: Vincent en Jeremy. Jeremy is de trotse eigenaar van zijn eigen 4×4, maar kon deze niet het eiland opbrengen door verzekeringsproblemen. Dus hadden wij het geluk om iemand bij ons te hebben die precies wist wat hij deed. Jeremy heeft ons meerdere malen uit het zand weten te halen.
  • The Indian Girls: Sonal en Saijel. Twee Londense vriendinnen die allebei vegetarisch waren en ons daardoor een goed excuus gaven om veel geld uit te geven aan groente. Ze waren niet echt kampeermensen – of laat ik het zo zeggen: ze vinden kamperen nog minder leuk dan ik. Dus af en toe kon de groep niet anders dan dubbelliggen. Gelukkig lachten ze zelf hard mee.
  • The German Girls: Yvonne, Lisa en Hendrika. Met Lisa kon ik het heel goed vinden en ik heb veel met haar gepraat over van alles en nog wat. Ook heb ik met deze meisjes op alle stranden en zandvlaktes springfoto’s gemaakt.
  • The Scot: Lindsey. Helaas voelde Lindsey zich niet lekker tijdens de hele reis en was ze erg stil, dus heb ik haar niet echt kunnen leren kennen.
  • The Dutchies: Tim en Nick. Een Amsterdammer en een Zwollenaar die erg aardig waren. En het was ontzettend leuk om weer Nederlands te kunnen praten – vooral omdat de anderen ons niet verstonden.

Misschien hoorde ik ook wel bij the Dutchies, maar de meesten noemden mij Sara of Mom. Mom… tja, dat komt omdat ik natuurlijk graag alles goed geregeld wilde hebben. Dus tijdens het boodschappen doen, vroeg iedereen aan mij hoeveel we waarvan moesten: weet ik veel hoeveel pakken macaroni je voor 11 mensen nodig hebt! Bij het inventariseren van onze kampeerspullen werd ik verteld hoeveel tentharingen er waren. En op het eiland werd ik gevraagd naar welke meer we ook al weer gingen. Ik vond het best.

Fraser Island is een van de grootste zandeiland met midden op het eiland een regenwoud. Het heeft ontzettend veel prachtige meren en sandblows. Iedereen die ik erover had gesproken zei dat het, samen met de Whitsundays, de hoogtepunt van de oostkust is. De eerste dag kregen we onze 4 Wheel Drive en moesten alles er bovenop zien vast te maken. Met hulp van Jeremy ging dat vrij snel. Daarna pakten we de ferry naar Fraser Island en begonnen te rijden.
           Op Fraser Island is een paar weken geleden een ongeluk geweest waarbij 3 backpackers om het leven kwamen.  Om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt, kregen we een uitgebreide kaart mee van waar we wel en niet mogen komen op het eiland. Helaas ging het de eerste tien minuten al meteen fout. We volgden de auto voor ons (er waren er drie in totaal) en reden het strand over. Na een poos vroegen we ons af of we de afslag naar de binnenweg al voorbij waren gereden. Ja.

De eerste stop was een prachtige meer, waar we foto’s namen en lunchten. Toen was het alweer tijd om door te gaan. Door wat vertraging eerder liepen we achter op schema en op Fraser Island kan dat een probleem zijn. Je mag namelijk maar rond bepaalde tijden op het strand rijden, anders kan het tij te hoog zijn. De eerste avond kwamen we met alle auto’s samen in Central Station. We maakten ons avondeten (hamburgers) en brachten een paar uur door met drankspelletjes, kaartspelletjes en kletsen. Maar rond een uur of 10 was iedereen al bekaf en zochten we onze tenten op.

’s Ochtends vroeg ontbeten we samen en begonnen toen met de tenten afbreken en de auto inpakken. Vandaag zouden we naar Lake MacKenzie gaan: de mooiste meer van het eiland. De zand daar is bijna even wit als Whitehaven Beach en het water is bijna even helder. Het echt bijzondere eraan is de omringende regenwoud. Alle drie de auto’s kwamen weer samen en we brachten daar de ochtend in het water door, totdat het een beetje begon te miezeren en we besloten verder te rijden.
              We lunchten in Eurong, maar hadden nu nog een hele middag waarin we niet echt iets te doen hadden. Omdat we ons aan de voorgestippelde route moesten houden, konden we niet zomaar ergens naartoe gaan. We reden een poos op het strand en sloegen toen een pad dichtbij de wandelroute naar Lake Wabby. We waren ondertussen de andere groepen uit het oog verloren en hadden geen flauw idee waar zij de nacht zouden doorbrengen. Volgens onze kaart moesten we de tenten opzetten in een beach camp zone, dat een duin verwijdert was van het strand. We vonden zo een plek en zetten daar kamp op. De strandkamp had niks. Het was echt gewoon een stuk grond waar je je tent kon opzetten. Geen WCs, geen douches en: geen drinkwater. Opeens bedachten we ons dat we niet genoeg water over hadden voor het pasta koken. Oops… We konden ook niet meer het strand over door de tij. Jeremy bood aan om naar Lake Wabby te lopen om water te halen, die we vervolgens zouden koken om drinkbaar te maken. We hadden weinig keus…

De pasta was heerlijk, ondanks de meerwater en het werd een hele gezellige avond. Toch begonnen iedereen alweer vroeg te gapen en gingen we niet te laat naar bed.
             De volgende ochtend waren we rustig aan het ontbijten toen er een bus de pad opreed en onze kampeerplek insloeg. De chauffeur leek verrast om ons te zien, stapte uit en vroeg: ‘ Do you know you are camping on a bus parking lot?’ Het bleek dat we illegaal aan het kamperen waren en als er een ranger voorbij was gekomen we een boete hadden gekregen. Binnen 5 minuten hadden we de kamp afgebroken en reden we naar Lake Wabby.

Lake Wabby is prachtig. Aan de ene kant ervan is er een gigantisch sandblow (woestijntje) en aan de andere kant het regenwoud. Helaas begon het al na een paar uur te miezeren. We liepen terug naar de auto – een half uur door de regen – en lunchten ergens onderweg. De auto moest al rond 3 uur terug zijn, dus we reden een stuk over het strand terug. Eigenlijk hoorde we een inland track te nemen, maar die misten we en kregen daardoor een extra half uur op het strand.

’s Avonds, terug in Frasers on Rainbow, kwamen we met de hele groep samen voor een laatste avond. Ook vond ik de Briste meisjes van Mission Beach en Alex en Goose daar, dus het was een hele leuk afscheid van Fraser Island en Rainbow Beach.

Na twee (iets te) leuke dagen en nachten met mijn busgroep en zeilgroep te hebben doorgebracht, was het weer tijd om de OZ bus te halen. Samen met Andy, Pip en Jess zou ik naar de volgende halte gaan. Gezellig, maar het betekende ook dat we meer dan de helft van onze groep achterlieten. Alex, Goose, Millie, Becky, Kev, Jack, Alistair en John hadden nog een dag in Airlie Beach. We hadden de afgelopen dagen zoveel lol met z’n allen gehad dat we hebben besloten om een reunie te organiseren komend jaar. Ik kijk er nu al naar uit.

Na 10 uur te hebben geslapen in de bus, kwamen we eindelijk aan in Kroombit. Hier zouden we een avond en ochtend doorbrengen en in dat korte tijd hadden we veel te doen. Kroombit Cattle Station is een grote ranch die vooral draait om de geiten en wij mochten een avond/ochtend voor cowboy/cowgirl spelen. Interessant…
        Na een lekkere avondmaal, echte cowboy-eten, was het tijd voor een fancy dress party. Ik snap nog steeds helemaal niet waar het op sloeg, ik weet alleen dat er een verkleedkist was en we daar allemaal erg enthousiast in doken. 20 minuten later zagen we eruit als achterlijke randdebielen (foto’s volgen) en konden we niet ophouden met lachen. In onze prachtige kledij werden we door Greg, ‘ the main cowboy’ geleerd hoe we een zweep laten knallen. Het is moeilijker dan het lijkt, maar zodra het lukt wil je niet meer ophouden. De zwepen worden niet gebruikt om de dieren te slaan, maar om ze op te jagen. En geloof me: als je het knallen van een zweep hoort, dan loop je door.

Stap 2 van cowgirl worden, had te maken met een mechanical bull. Ik had het al eens eerder gedaan om onze school Stunt, dus ik had er zin in. Maar iedereen voor mij werd bij de eerste beweging al naar voren gegooid. Ik had er weinig vertrouwen in, maar nu kan ik trots zeggen dat ik er 7 seconde op ben gebleven en daarmee de derde plaats kreeg!

Het was nog niet laat, maar Pip, Jess en ik waren nog steeds uitgeput van Airlie Beach en dus gingen we vroeg naar bed. Want op een ranch moet je natuurlijk ook vroeg op. Om 06.00 werden we al gewekt en naar een andere deel van het gebied gebracht. Hier zou ik voor het eerst in mijn leven een geweer afvuren: we gingen kleiduiven schieten. Zodra ik het ding zag, werd ik niet goed en herinnerde me dat ik pistolen haat. Maar ik had al mijn $10 betaald en ik wil op deze wereldreis zoveel mogelijk proberen, dus ik deed het. Na heel goed naar de uitleg te hebben geluisterd, moest ik puppydog schreeuwen. De kleiduif werd afgevuurd, ik volgde het met de geweer en vuurde. Ik heb 1 van de 5 geraakt, maar dat vond ik al geweldig. Hoeveel ik geweren ook haat, ik moet bekennen dat het heel goed voelde om die kleiduif te raken. Zo lang het niks levend is, vind ik het dus best.

Het volgende onderdeel van de ochtend had te maken met de geiten. We moesten tegen de klok een geit proberen te vangen… met een lasso… Na goed te hebben geoefend en twee keer de neppe doelwit te hebben gevangen, was het mijn beurt. Er werd een geit voor me uitgekozen (ik noem hem Bob) en dan moet je proberen jouw geit te pakken te krijg temidden van 30 andere geiten. Ik gooide mijn lasso 2 keer mis, kreeg hem toen om de hoorn heen, maar trok niet snel strak genoeg. Dag Bob. Toen was mijn tijd om en ik moest ik achter Bob aan zonder lasso. Daar is ook een filmpje van. Wacht maar, ik beloof je dat je zal lachen. En geen zorgen: Bob en ik zijn nog steeds goede vrienden, we hebben onze meningsverschillen uitgepraat.

Het laatste deel van de ochtend was zeker het meest bijzondere. We gingen te paard de geiten van een deel van het gebied, naar een ander deel brengen. Ik reed op Bonnie, die graag leidt en ik moet zeggen dat die paarden me bevallen. Niks tegen mijn paard in Bonamanzi, maar achterop raken is niks voor mij en ook niet voor Bonnie.
          Een groep van meer dan 50 geiten bij elkaar houden is niet makkelijk. Vooral als je niet precies weet waar je heen gaat en alles om je heen gigantisch en op bomen na leeg is. Maar het was zo ontzettend leuk om te doen. Wij hadden geen zwepen (wat verstandig was, aangezien we niet bepaald klaar waren om dat te paard te doen), dus om de geiten aan het lopen te houden, moesten we met onze paarden vlak langs ze lopen en: Eyyyyy Upupup roepen.  Het merendeel van de tijd ging het goed, maar af en toe liep er een geit de verkeerde kant op en dan moet je helemaal terug om hem te halen. Het is al met al uitputtend werk en ik zou het nooit dagelijks kunnen doen. Maar het was wel een echt gave ervaring!

We namen afscheid van het cowboy/girlleven en stapten weer in de bus voor een lange rit naar Rainbow Beach. In Miriam Vale stopten we voor lunch en daar moest ik afscheid nemen van Anyd, die naar 1770 is gegaan. Vanochtend moest ik afscheidnemen van Pip en Jess, die een paar dagen eerder dan mij naar Fraser Island gaan. Het is vreemd dat mensen die je pas net kent, toch echt goede vrienden kunnen worden. Je maakt zoveel met elkaar mee in zo weinig tijd, dat het voelt alsof je elkaar een stuk langer kent. Ik ga ze zeker missen, maar ik kan ook niet wachten tot Fraser Island.

Whitsundays Sailing

mei 1, 2009

Na een ontzettend rustige avond in Townsville was het alweer tijd om de bus te halen. De 4 Britse meisjes die ik in Mission had ontmoet, zaten al te wachten en ook een paar anderen die ik herkende. Pip, Jess, Andy, Alex en Goose zaten in mijn eerste bus van Cairns naar Mission en omdat we een andere planning hadden, hadden we al afscheid genomen. Onnodig, want we gingen samen naar Airlie Beach.

Na een paar uur rijden kwamen we aan in Airlie en gingen meteen inchecken bij Explore Whitsundays. Daar kwamen we erachter dat Pip, Jess, Andy en ik de volgende dag op dezelfde boot vertrokken en dat betekende gegarandeerd plezier. Maar het was nog niet tijd voor zeilen! Onze buschauffeur (Ute: as in the car) had gratis bier geregeld bij de grote kroeg/club/restaurant Beaches en (na te hebben gedoucht) kwamen we daar weer bij elkaar. Zo kregen we de kans om te praten zonder busgeluiden (wel met harde muziek) en elkaar wat beter te leren kennen. Alles sluit hier belachelijk vroeg, behalve Mama Africa’s, waar we natuurlijk naartoe verhuisden. Na een paar uur te hebben gedanst en veel meer te hebben gelachen, beseften we opeens dat we de volgende ochtend op tijd moesten uitchecken en van alles moesten hebben geregeld voor de boot. Bedtijd.

Rond een uur of 1 kwamen we de volgende dag weer bij elkaar om naar de haven te gaan. Daar zat the British Defender al op ons te wachten. De schipper Chris en de rest van de crew Greg, Jack en Yonatan stelden zich voor, de (mini) bedden werden verdeeld en toen werden we meteen aan het werk gezet. Of 8 van ons tenminste en daar hoorde ik bij. Ik heb geholpen met het zeil heisen door te ‘grinden’ en niks is kapot gegaan, dus ik ben tevreden.

Na niet lang zeilen zaten we al tussen de Whitsundays eilanden: een eilanden groep op de Reef die bestaat uit 74 prachtige eilandjes. We lieten de anker uit in Hooks Cove en het eten werd opgediend. Oke: ik ben nu ongeveer 5 maanden aan het reizen, waarvan ik bijna de hele tijd bij familie was die of heerlijk kookten, of heerlijk eten lieten bezorgen. Ik heb best moeten wennen aan de afgelopen week voor mezelf koken en ik geniet er niet bepaald van. Het koken zelf is niet erg, maar het is de herhaling. 4 nachten achter elkaar pasta met tomatensaus, want als ik het niet in een plek opmaak, moet ik het verplaatsen en daar heb ik geen ruimte voor. Nu hadden we opeens pasta-salde, een nacho-schotel, aardappelsalade, allerlei vlees, garlic bread, spagetti en bolognese EN koekjes toe. Wow.

Na het avondeten zaten we met z’n allen op het deck te drinken (niet veel natuurlijk, want de boot wiebelt al voldoende) en voordat we het wisten was de zon onder en de lucht vol met sterren. Ik heb nog nooit zoiets moois gezien. Alles was donker behalve al die puntjes in de lucht. We hebben daar uren gelegen en gewoon gestaard (en vliegende sterren geteld – 7!)

De volgende ochtend werden we al lekker vroeg wakker gemaakt door de motor, maar dat vond niemand echt erg, want we waren op weg naar Whitehaven. Whitehaven is een strand op een van de eilanden dat bestaat uit bijna pure sillica: poederzand. Het is echt net witte poeder en het is prachtig. Het water is nog mooier dan op de aansichtskaarten en zelfs de stingersuites konden het niet bederven. Whitehaven is een van de meeste gefotografeerde plaatsen ter wereld en daar moesten wij natuurlijk aan blijven meehelpen. Samen met Pip, Jess en Andy heb ik Baywatch-foto’s, springfoto’s en een mini menselijke pyramide gemaakt. Onze grote bootgroep vond dat laatste een goed idee en met pijn en moeite is onze pyramide behoorlijk groot geworden.

Terug op de boot werden we weer verwend met lunch, voordat we gingen snorkelen om de rand van een ander eiland. Ik had op Green Island al gesnorkeld, maar het was niets, echt NIETS, vergeleken met dit. Er was zoveel meer te zien. Vissen overal, die het leuk leken te vinden dat we er waren en relaxt om ons heen zwommen, prachtige koraal en iets genaamd the Humpheaded Maori Wrasse. Ik zat een eind van de groep te snorkelen toen ik opeens iets om de hoek van een rots zag komen. Ik dacht meteen: een haai, dag wereld; want het was ongeveer even lang als de helft van mij (en ik heb net opgezocht dat het 45 kg weegt!). Toen ik zag dat het een vis was, was ik nog steeds niet gerustgesteld dat het vlak onder mij aan het zwemmen was, maar toen het me niet op at durfde ik het te volgen. Ik heb foto’s gemaakt waarvan ik hoop dat te zien is hoe groot hij is.. want wow.

Na het avondeten op de boot deden we een quiz over allerlei feitjes die we de afgelopen 2 dagen waren verteld  en ik ben erg trots om te zeggen dat MIJN groep (Roger and the Cabin Boys heetten we) heeft gewonnen met 100% score. Niet slecht he? Als het goed is wacht er in Beaches een jug Rum & Coke op ons vanavond.
           Na spookverhalen, sterren kijken en kaarten konden we niet meer onze ogen openhouden en was het weer tijd voor bed.

’s Ochtends, na de zon te zien hebben opgekomen en te hebben ontbeten, zeilden we terug naar Airlie, maar gelukkig hoefden we nog steeds geen afscheid te nemen. Over een paar uur komen we met de hele boot samen in Beaches en gaat de feest door. Het waren 2 fantastische dagen en nachten… zonder twijfel een highlight van deze reis.

Jump Mission Beach

april 25, 2009

Bright and early – na in het halfdonker van mijn kamer mijn spullen bij elkaar te hebben gescharreld – stond ik op de OZ bus te wachten. Vanzelfsprekend als eerste, zo gaat het altijd, en vanzelfsprekend met zorgen als: hier hoor ik toch echt op te stappen? Dat zei de timetable toch? Hier? Toch? Gelukkig sloten zich al snel een paar andere backpackers bij mij aan en wist ik het zeker.
 
Toen de bus er was, stelde de buchauffeur zich voor als Squatter. Alle chauffeurs krijgen blijkbaar maffe namen tijdens het rijden, dus ik ben benieuwd welke zullen volgen. We waren een groep van ongeveer 12, best klein dus, en daardoor was het regelgedeelte snel gedaan en waren we erg op tijd. Squatter stelde voor om te stoppen bij een plaats waar Aborginalvrouwen rituelen houden voor geboortes. Het is een prachtige plek, allerlei rotsen en een waterval. Hij vertelde een legende over een jonge aborginal vrouw en man die verliefd waren, maar de vrouw was al verloofd met een veel ouder man. Ze besloten samen weg te lopen, maar werden op de rotsen ingehaald door de kwaade verloofde en zijn vrienden. Net op een cruciaal moment natuurlijk, blijft de vrouws voet haken tussen twee grote stenen. Er zijn dan twee versies van het verhaal: in de ene rent de man weg en verlaat de liefde van zijn leven en in de ander rent hij terug en wordt vermoordt. Er wordt gezegd dat de geest van de vrouw, die zeker werd vermoord, nu probeert om mannen van de rotsen te laten springen. Het enge is dat er al negentien jonge mannen zijn gestorven door van de rotsen de water in te springen en dat geen een vrouw het heeft geprobeerd. En ik vond het toch een beetje zorgwekkend dat drie jongens van onze groep vonden dat het heel leuk om te springen…
 
De volgende halte was op een krokodillenboerderij. We zaten nog nietsvermoedend in de bus te wachten toen een vrouw instapte met een kleine krokodil in haar hand! We werden voorgesteld aan Fluffy, die ons geen kwaad kon doen en uitgenodigd mee te gaan. Voor haast geen entree mochten we naar binnen en kregen we een uitgebreide toer. Die begon met het vasthouden van Fluffy! En daarna het vasthouden van Ollie: een gigantische slang. We werden vervolgens langs allerlei verschillende hele grote krokodillen gelopen. Het was voedertijd en de gids liep zonder zorgen de hek langs, met alleen een stok. En dan een krokodil wakker maken terwijl je een groot stuk spek vasthoudt; af en toe wist ik zeker dat de krokodil hem zou bijten, maar de gids was hem telkens net te snel af.
 
Tegen lunchtijd kwamen we aan in Mission Beach. Helaas moest ik afscheidnemen van de paar mensen die ik in de bus had ontmoet, omdat zij ergens anders verbleven. Ik ging naar Scotty’s Beachhouse, van waar ik nu schrijf. Er is hier een erg relaxte sfeer. Een zwembad, palmbomen, ligstoelen en veel ontspannen mensen. Gisteravond gingen we met een grote groep naar het strand om rond een kampvuur te zitten. Twee Britse meisjes hebben mij een hoop tips kunnen geven voor langs de kust en ik heb ontzettend veel zin gekregen in een paar bepaalde plaatsen. Toch was ik gisteravond (alweer!) verstandig en ging ik niet al te laat naar bed. Ik moest weer vroeg op, maar dit keer niet om een bus of een boot te halen, maar een vliegtuig! Ik ben wezen skydiven!
 
Het was ongelooflijk. Ik heb er eigenlijk geen woorden voor. Al wachtende op onze busje naar de skydiveplek ontmoette ik Sloane, die ook langzaamaan zenuwachtig aan het worden was. Om eerlijk te zijn was ik de hele tijd een beeeetje zenuwachtig, maar het drong eigenlijk gewoon niet tot me door dat ik over een uur uit een vliegtuig ging springen.
        We kregen een erg snelle uitleg van hoe en wat: doe dit als we bijna uit de vliegtuig springen, doe dit als we bijna landen, en het ging allemaal een beetje langs me heen. Ik werd door mijn tandemmaster Jeremy, een skydiveinstructeur, gefilmd voor, tijden en na. Dus toen hij me vooraf een paar vragen stelde, antwoordde ik wel, maar ik had nog steeds niet het gevoel dat ik het echt ging doen.
 
Toen zat ik opeens in een ontzettend kleine vliegtuig, stevig vast aan mijn instructeur en vlogen we met de deur open. MET DE DEUR OPEN?! Toen we ver en hoog genoeg waren, maakte Jeremy zijn pak aan de mijne vast en wachtten we totdat degenen voor ons naar voren waren geschoven en uit de deur verdwenen. En toen drong het tot me door. Jeremy begon me al richting de deur te schuiven, toen hingen mijn voeten eruit en voordat ik het wist was ik aan het vallen/vliegen/vallen/vliegen. Die gevoel is onbeschrijfelijk. Je krijgt zo een kik, ik kon alleen maar lachen en schreeuwen (denk ik… ik heb hier mijn DVD en die ga ik zo met Sloane kijken). Alles gaat zo snel, je ziet de grond onder je, maar het is zo ontzettend ver weg en de lucht is koud en je bent keihard aan het vallen, maar toch ben je veilig – hoop je! Na ongeveer een minuut van 14.000 feet vallen, trok Jeremy aan de hendel en godzijdank ging de parachute open. Je wordt met een korte ruk omhoog getrokken en dan zweef je langzaam naar beneden. Ik weet niet welk deel beter was. Tijdens het zweven zie je alles om je heen: de lucht, de eilanden, het strand, de land, de zee (en zeeschildpadden!) en alle andere boven en onder je. Niet veel later landden we op Mission Beach en nam ik afscheid van Jeremy. Sloane en ik kunnen eigenlijk nog steeds niet geloven dat we het hebben gedaan, dus we gaan nu onze DVD kijken! 

Een wereldreis

november 8, 2008

Tijdens de zomervakantie van ‘07 reisde ik alleen naar New York City. Hoewel ik tijdens mijn bezoek veel tijd doorbracht met mijn broers Shael en Sasha en Shaels verloofde Brie, stond ik er overdag, terwijl zij werkten, alleen voor. Dat vond ik helemaal niet erg. Op die manier kreeg ik de kans om voor het eerst in mijn eentje een stad te leren kennen en daar heb ik erg van genoten.

Die zomer besefte ik dat ik wilde gaan reizen, in mijn eentje de wereld over. En nu is het bijna zover. Na veel backpacks te hebben uitprobeerd, veel vragen aan Kilroy Travels te hebben gesteld, veel familieleden te hebben gemaild en veel buitenlandse en binnenlandse vluchten te hebben geboekt, heb ik een definitieve vertrekdatum kunnen vastleggen: 6 december. Over iets minder dan een maand stap ik in de eerste vliegtuig en begint mijn wereldreis.

Ik heb er zin in…

Waar en wanneer

november 8, 2008

Al mijn vliegtickets zijn binnen, mijn reisschema ligt vast. Nu weet ik precies waar ik zal zijn en wanneer ik er zal zijn. In alle onderstaande steden zal ik mijn blog bijhouden en ik ben zelf al nieuwsgierig naar wat ik waar en wanneer ga schrijven. We zullen zien.

mijn Reisschema

  1. Johannesburg - van 7 december tot 10 december
  2. Uvongo - van 10 december tot 13 december
  3. Durban - van 13 december tot 22 december
  4. Kaapstad – van 22 december tot 17 januari
  5. Durban – 17 januari tot 1 februari
  6. New York – van 1 februari tot 2 maart
  7. Boynton Beach - van 24 februari tot 26 februari
  8. Rock Hill - van 2 maart tot 13 maart
  9. Los Angeles – van 13 maart tot 23 maart
  10. Sydney – van 25 maart tot 1 juni

En 2 juni arriveer ik weer op Schiphol.  Wat een reis he?

Stap 1

december 8, 2008

Het was onvermijdelijk: een huilafscheid op Schiphol. Hoewel ik een heel klein beetje hoop had dat het toch zou lukken om mijn afscheid zonder tranen te laten verlopen, zat dat er gewoon niet in. Ik zette mijn tas even neer, draaide me om en zag mijn vriendinnen staan. Allemaal met een blik in hun ogen van: ze gaat weg, ze gaat echt weg. En toen dacht ik: wow. Ik ga weg. Ik ga echt weg. Toen ik daarna naar mijn moeder, vader en zusje keek en van al die mensen van wie ik houd één voor één afscheid moest nemen, kon ik het niet meer inhouden. Ik ging echt weg.

 

Eenmaal door de douane heen zwaaide ik nog één keer, nam diep adem en begon te lopen. Eerst wat cadeau’s kopen voor mijn familieleden en vrienden in Johannesburg en Durban en daarna door naar gate D2. Ik had nog een vol uur voordat mijn vliegtuig begon met boarden: geen haast. Helaas bleek gate D2 aan een kant van Schiphol te zitten waarvan ik niet eens wist dat het bestond. Ver, ver weg, in elk geval. Onderweg moest ik door een securitycheck– laptop uit de tas, laptop in de tas, metaaldetector, paspoort laten zien – en daarna in de rij voor nog een douanecontrole. Toen begon het gestress pas echt. Mijn vliegtuig was al aan het boarden en de rij waarin ik stond ging een hoek om. Het kon toch niet serieus zo zijn dat ik mijn allereerste vlucht van deze Wereldreis zou missen! Dat meen je toch niet! Als het volwassen, zelfstandige vrouw die ik ben, belde ik meteen mijn moeder en die wist precies wat te zeggen. Er kwam beweging in de rij en toen ik eenmaal de douane door was rende ik naar de gate. Vijf minuten later en hij zou gesloten zijn geweest. Een goed begin is het halve werk.

 

Onderweg naar Heathrow ging het stressen verder. Ik zou zo snel als ik kon mijn backpack moeten zien terug te krijgen, met een metro van Terminal 5 naar Terminal 3 reizen, inchecken en de gate zoeken. Ik las dertig keer de aanwijzingen van Heathrow Airport door en probeerde kalm te blijven. Natuurlijk verliep alles vlekkeloos. Mijn backpack arriveerde als een van de eerste bagagestukken van mijn reis, ik vond meteen de metrostation, stapte in de juiste metro en kwam zonder problemen aan bij Terminal 3, waar ik incheckte bij Virgin Airlines en op zoek ging naar de gate. Ik had zelfs zoveel tijd over dat ik bij Starbucks een Caramel Frappucino kocht en een broodje at. Ideaal niet waar?

 

De vlucht was prima. Ik heb het zilveren boek waarvan mijn vriendinnen allemaal enkele bladzijdes hebben gevuld met tranen in mijn ogen gelezen, evenals de lieve brieven van mijn tante Sisa en zusje Sonya en ik heb geschreven in het prachtige dagboek die mijn moeder me heeft gegeven. Daarna heb ik me proberen te ontspannen en erbij stil te staan dat ik onderweg was. Dat ik de eerste stap van mijn wereldreis had gezet.

 

Welcome Home?

december 8, 2008

Mijn neef stond me breed glimlachend op te wachten op O.R. Tambo Airport in Johannesburg. Het moet er ook wel enigszins grappig uit hebben gezien: haren in de war, een veel te warme trainingsbroek aan, twee zware tassen klunzig vasthoudend en op mijn rug een backpack die boven me uittorende.

 

Het eerste wat hij zei was: Welcome home. Dat leverde bij mij een heel dubbel gevoel op. Home? Nee, vertrouw me, thuis ben ik nu niet. Mijn thuis heb ik net met moeite achter me gelaten. Maar aan de andere kant heeft hij zeker gelijk. Zuid-Afrika zal altijd mijn eerste thuis blijven en mijn familie hier zal er altijd voor zorgen dat er huizen voor mij zijn om in te blijven. Ik kijk er erg naar uit om Zuid-Afrika weer beter te leren kennen. Vooral om mijn geboorteplaats Durban te herontdekken en zien hoe het is veranderd. Door een beetje een wijziging in de plannen ben ik nu tot 10 december in Johannesburg, daarna vlieg ik door naar Durban, waar ik op het vliegveld door mijn oom en tante wordt opgehaald en naar hun huis in Uvongo wordt gebracht. Daar blijf ik tot 13 december en daarna rijden zij mij weer naar Durban, naar Hannah.

 

Vandaag kreeg ik gelukkig de kans om bij te komen. Met mijn neef Sven en zijn vrouw Victoria ontbeet ik op hun veranda met het meest prachtige uitzicht op Johannesburg. Het is echt ongelooflijk, heel wat anders dan de Nederlandse uitzichten. Daarna hebben Victoria en ik met een stapel tijdschriften naast het zwembad gelegen terwijl Sven ernaast zat en weigerde nog meer tijdschriften voor Victoria te gaan kopen. Het was heerlijk. Helaas was ik toch best uitgeput, ondanks dat ik een beetje had geslapen in de vliegtuig, en besloot ik om te proberen even te slapen. Toen ik twee uur later wakker werd voelde ik me al een stuk beter en was ik net op tijd om met z’n allen uit lunchen te gaan.

 

Naar zonnebrand ruikend en in shorts en het prachtige groene shirt die ik van Kens heb gekregen, reden we naar een wijk dichtbij Sven en Victoria’s huis waar allerlei bistro’s en leuke winkeltjes zijn. We kregen net de laatste tafel in een erg hip Jo’burgse bistro, die blijkbaar altijd vol zit en genoten van een lekkere lunch en een onvoorstelbaar goede Merengue cake. Helaas was de cheesecake op, want die is volgens Sven en Victoria zou goed dat ik Johannesburg niet kan verlaten voordat ik het heb geprobeerd. Morgen?

 

Het was de hele dag al een beetje benauwd, maar nu werden de wolken toch behoorlijk donker en opeens begon het te stortregenen. Eerlijk gezegd vond ik dat wel even lekker, want alles koelde af en dat was zeker nodig. Het regen gaf ons ook een excuus om eenmaal thuis lekker op de bank te gaan zitten en samen een film te kijken. Dat was precies waar ik zin in had! Vandaag heb ik de ideale methode ervaren om bij te komen van een emotioneel afscheid en een stressvolle reis. Ontbijten met uitzicht, al lezend zonnen, heerlijk uitgebreid lunchen en als je geluk hebt: binnen van een regenachtige zondag genieten terwijl je een film kijkt. Volgens mij voel ik me al een stuk beter.

Soweto – June 16, 1976

december 10, 2008

 

Gisterochtend moest ik helaas alweer mijn wekker zetten. So much for zes maanden uitslapen… Om 08.15 zou ik namelijk worden opgehaald voor een uitgebreide toer van Soweto en een bezoek aan de Apartheidmuseum.

 

Om even heel eerlijk te zijn: ik heb een ontzettend grote hekel aan georganiseerde uitstapjes. Ik word al geïrriteerd als ik een groep toeristen zie die met hun camera’s gereed hun verveelde gids volgen. Ik houd er ook helemaal niet van om verteld te worden hoe lang ik ergens iets moet bekijken of om precies uitgelegd te krijgen hoe en wat en wie en waar iets is. Veel liever ontdek ik steden in mijn eentje en loop ik op mijn eigen tempo musea door. Dus je kunt je voorstellen dat ik een beetje twijfelde over mijn toer.

 

Het begon met de opluchting dat ik niet urenlang met een groep toeristen in een achterlijke touringbus zou hoeven te zitten. Het bleek, door gebrek aan andere aanmeldingen, een privé-toer te zijn. Mijn gids was een ontzettend aardige man genaamd Patrick. Patrick woont zelf ook in Soweto en weet er dus werkelijk alles van.

            Toen er aan het einde van de 19e eeuw een plaag uitbrak in Johannesburg kregen de zwarten hiervan de schuld. De ziekte werd als excuus gebruikt om alle donkergekleurde mensen de stad uit te verbannen, waardoor deze mensen een bestaan erbuiten moesten opbouwen: in Soweto. Sindsdien is het dorp ontzettend gegroeid. Er zijn erg welvarende delen, waarin (invloed)rijke personen als aartsbisschop Desmond Tutu en Winnie Madikizela-Mandela, de ex-vrouw van Nelson Mandela, in prachtige huizen wonen. Mandela heeft er zelf ook een hele poos gewoond, maar heeft nu een huis in Houten – een wijk in Johannesburg die ik ook heb bezocht. Er is ook een deel dat vroeger erg arm was en nu omhoog krabbelt. Mensen die van de overheid jaren terug tweekamerwoningen kregen, spottend matchboxes genoemd, hebben nu genoeg geld om bij te bouwen. Maar helaas is het merendeel van Soweto nog erg arm. De overheid is gelukkig wel erg goed bezig met verbeteringen aanbrengen. De zestien townships bestaan voor de helft uit krotten, maar voor de helft ook uit stevige huizen met stenen muren. Het zal nog even duren, maar de vooruitgang is zeker al te zien.

 

Vandaag leerde ik dat Soweto een rol heeft gespeeld in het bestrijden van apartheid. In de jaren zeventig werd de belasting van de zwarte inwoners vooral besteed aan educatie op het platteland. De scholen van de jongeren in Soweto werden dus indirect door de blanken gefinancierd en er werd geëist dat 50% van de lessen in de blanke mans taal zouden worden gegeven: Afrikaans. De jongeren spraken de taal nog niet en werden nu opeens geacht hun lessen erin te volgen. In plaats van in hun eigen taal! Dit zagen veel donkere leerlingen als nog een manier van onderdrukking en op 16 Juni 1976 kwamen ze ertegen in opstand. Op die dag kwamen leerlingen van allerlei scholen in Soweto bij elkaar om te protesteren. Velen deden het omdat ze echt geloofden in hun zaak, maar jongere leerlingen liepen vooral mee omdat ze het spannend vonden. Zo ook de 13-jarige Hector Pietersen.

            Ergens tijdens het protest ging het heel erg mis. De politie gebood hen te stoppen, maar de leerlingen weigerden. Als reactie sproeide de politie traangas in de gezichten van de jongeren en het geweld begon uit de hand gelopen. De politie opende vuur op de protesterende leerlingen en velen kwamen hierbij om het leven. Zo ook Hector Pietersen. Er is een hartbrekende foto waarin een oudere jongen genaamd Mbuyisa Hector’s lichaam draagt. Hector’s zus rent naast hen en ze gilt. Hector Pietersen staat sinds zijn dood symbool voor de tragedie van 16 Juni 1976 en voor alle onschuldige kinderen die die dag en de dagen erna zijn omgebracht door het geweld.

   Hector Pietersen

 

Het was een erg heftige toer, zeker om alleen te maken: in de Hector Pietersen Museum en de Apartheid Museum stond ik er alleen voor. Hoewel ik het zeker fijn vond om zelf op mijn eigen tempo alle indrukwekkende foto’s en teksten te kunnen bekijken, zonder een verveelde gids en irritante toeristen om me heen, was het toch best veel om in mijn eentje te… te vewerken is denk ik het juiste woord. Om opnieuw te realiseren hoeveel verschrikkelijks er in dit land is gebeurd en om te begrijpen hoeveel levens het heeft aangetast.

 

Uiteindelijk ben ik toch erg blij dat ik voor deze toer ben opgegeven. Ik heb veel delen van Johannesburg en met name Soweto gezien waar ik zelf nooit had kunnen, laat staan mogen, komen en ik heb ook veel verhalen gehoord die ik anders niet te weten zou zijn gekomen. Ik heb vandaag veel geleerd over de strijd tegen apartheid en over Soweto en ik heb daardoor het gevoel dat ik nu al meer te weten ben gekomen over Zuid-Afrika.

Memory Lane

december 15, 2008

Op 10 december zou ik van Johannesburg naar Durban vliegen en dan naar Uvongo worden gereden. Mijn eerste bezoek aan Uvongo was toen ik nog niet eens geboren was en totdat we naar Nederland verhuisden brachten we er veel zonnige dagen door. Ik was benieuwd of ik van alles zou herkennen en keek er ook naar uit om mijn oom en tante weer te zien.

Mijn geplande vlucht werd een paar weken geleden geannuleerd en ik was op die van een uur later gezet, prima, mee te leven. Degenen van jullie die mij een beetje kennen weten dat ik graag dingen geregeld heb. Ik zou door Sven’s chauffeur naar het vliegveld worden gebracht en Kulula (vliegtuigmaatschappij) raadde mij aan om er 90 minuten van te voren te zijn. Dus daar maakte ik 105 minuten van… just to be sure. Het Zuid-Afrikaanse way of life had helaas geen zin om zich aan mijn planning te houden. Mijn chauffeur kwam een uur te laat en na gestresst mijn backpack in de bakkie (open laadbak van een soort auto hier) te hebben gegooid, raceten we naar het vliegveld. Uiteindelijk bleek dat ik nog net op tijd was om in te checken, want de deadline was officieel 30 minuten. Alleen was mijn vlucht driedubbel overboekt en was er geen plek meer voor mij… Ik werd op de volgende vlucht gezet en kreeg van Kulula vluchtbonnen t.w.v. 500 rand – 40 euro. Dat houdt in dat ik waarschijnlijk na 10 januari nog ergens naartoe ga reizen binnen Zuid-Afrika.

 

Eindelijk in Durban aangekomen werd ik door mijn oom en tante begroet. We begonnen meteen aan de 1,5 uur naar Uvongo, maar kwamen onderweg in een tropische regenstorm te zitten. We konden de weg niet meer zien, zo erg was het. En toen we bij het huis aankwamen bleek er geen elektriciteit te zijn en ook geen water. Niet echt een warme welkom dus, maar het werd beter. ’s Ochtends was er alweer elektriciteit en ’s avonds water.

            De volgende dagen werd ik overal naartoe gereden, want ze wilden mij alles laten zien. De stranden waar ik als kind had gespeeld, de mooie omgeving, de plek waar mijn oom en tante een nieuw huis aan het bouwen zijn, de winkeltjes. Alles… Ik ging overal mee naartoe en ik vond het leuk, maar het enige waar ik echt zin in had was schrijven. In Johannesburg begon het al een beetje, maar in Uvongo kon ik niet meer ophouden. Na maanden alleen maar hier en daar een stukje te hebben geschreven, lukte het opeens weer. De ene bladzijde na de andere… Niets maakt me gelukkiger.

 

En op de 13e vertrok ik alweer naar Durban. Met mijn oom en tante ging ik eerst naar uShaka Seaworld, waar we drie miljoen prachtige vissen bekeken en extra aandacht voor de dolfijnen hadden. En daarna door naar Manor Drive 68 in Manor Gardens! Hannah en haar ouders stonden buiten al te wachten en ik voelde meteen dat er niets was veranderd. Na 10 jaren voel ik mij hier nog altijd helemaal thuis en dat is een heerlijk gevoel op zo een reis. Ik weet waar alles staat, hoe alles werkt en dat ik vooral zelf moet doen en laten waar ik zin in heb. Met Hannah voelt het ook alsof er niets is veranderd. Er is veel gebeurd sinds ik ben verhuisd, maar de vriendschap is er nog altijd. Hannah is de enige vriendin die ik al 18 jaar ken en dat is bijzonder. Misschien is het daarom dat als wij na jaren elkaar niet te hebben gezien meteen verder kunnen van waar we waren gebleven.

 

De eerste avond brachten we door met naar oude home video’s kijken. Eerste, tweede, derde en vierde verjaardagen: het gooien van cadeaus, het niet uitblazen van kaarsen, het stoppen van voeten in taart. Bezoeken aan the Animal Farm: gebeten worden door eenden, eten naar geiten gooien, koeien hartaanvallen bezorgen door keihard te gillen. Dagen op het strand: zandkastelen bouwen, spelen in de golven, heel veel zonnebrand. Ik herinnerde veel dingen niet, maar sommigen ook wel. A walk down Memory Lane.

            De volgende dag ging de wandeling verder. Na het strand reden Hannah en Brigitte, haar moeder, mij naar mijn oude huis. Het blijkt te koop te staan, dus als we geluk hebben kunnen we er binnenkort even in. Er is veel veranderd: de buitenkant is geel geverfd, er staat een nieuwe hek en mijn fantastische klimboom is omgehakt. Maar ik herken het nog!

 

De oude Durban is er dus nog steeds en Hannah heeft beloofd mij een nieuwe Durban te laten zien. Blijkbaar kun je hier ook die-hard uitgaan en ik ben benieuwd! Zou het een beetje hetzelfde zijn als in Nederland? Ook gaat haar vriend Jake mij een beetje leren surfen, altijd leuk, en ben ik gisteren begonnen met leren koken: chicken curry. Dad: I will make it for you in Cape Town. Mam: voor jou maak ik het in New York. Tegen de tijd dat ik weer in Nederland kom, heb ik het vast onder de knie..

 

Ik heb het hier echt, echt, echt, naar mijn zin!

 

P.S. Foto’s can be found on: http://picasaweb.google.nl/sarafina.suransky

Paardrijden door Bonamanzi

december 21, 2008

Durban is geweldig. Sinds het moment dat ik hier aankwam, voelde ik me thuis en heb genoten van alles wat ik hier heb gedaan. Wat ik welke dag heb gedaan, zou ik echt niet meer weten, maar dat is ook niet belangrijk. ‘s Ochtend staan we op en beslissen dan waar we die dag heengaan. Een paar dagen geleden besloten we dat het duidelijk een stranddag was. Samen met Hannah, haar zusje Tania en Irene, een andere jeugdvriendin van me, werden we door Brigitte, haar moeder, afgezet bij het strand. Jongeren zijn hier heel erg afhankelijk van hun ouders als het op transport aankomt. Je kunt niet zomaar overal naartoe fietsen, niemand weet hoe laat de bussen rijden en dingen zijn te ver weg om naartoe te lopen. Als je nog geen rijbewijs hebt, moet je hopen dat je ouders of vrienden zin hebben om je een lift te geven.

 

 Na even in de zon te hebben gelegen en in de golven heen en weer te hebben gerend, liepen we naar het volgende strand. Op het strand staat the Beach Café waar je onder een parasol de lekkerste cocktails kan bestellen. Goed idee… Na zelf een mojito te hebben gedronken en lachend te hebben toegekeken hoe Tania een knalblauwe Californian Ice Tea (lees: 20 shotjes tequila en een beetje blauwe ijsthee) probeerde weg te werken, besloten we dat we KFC moesten hebben. Dus we namen een shuttlebus (anders dan de gewone bus: schoon en met bewaking aan boord) naar uShaka. Voordat je het park ingaat zijn er namelijk heel veel winkeltjes, restaurants en fastfoodketens. Na misselijk te zijn geworden van teveel KFC konden we weer tevreden naar huis.

 

 Een dag later wilden we ’s avonds iets gaan drinken. Hannah besloot dat we een thema nodig hadden en aangezien er in de oude verkleedkist een prachtige roze tutu haar naam schreeuwde werd de thema roze. Ik droeg een zwarte jurk met roze strikdas en roze zijden ochtendjas. Vraag me niet waarom… Hannah droeg de roze tutu met roze leggings en Irene met een roze shirt. Foto’s volgen. Het werd een gezellige avond dat begon in een gay bar en eindigde met het besef dat het een normale doordeweekse dag was en haast niemand uit was. Gelukkig complimenteerden een paar mensen ons op onze interessante kledingkeuze. Vraag me niet waarom. We kochten I heart Durban hoeden en gingen naar huis om te slapen.

 

Donderdagnacht gingen we echt uit. Aan het strand is er een club genaamd Joe Cool’s. Heel vergelijkbaar met de uitgaansplekken in Utrecht, maar dan – jawel – aan het strand. Leuke muziek, lekker dansen, buiten uitwaaien en een vriend van Hannah ontmoeten die drankjes voor ons kocht. Leuk, maar ik was blij dat we niet al te laat naar huis gingen, want de volgende ochtend moesten we al om kwart voor zes op. Gelukkig konden we drie uur in de auto slapen voordat we in Hluhluwe aankwamen. Hluhluwe is een natuurreservaat waar je zelf met de auto doorheen kan rijden. We zagen heel erg veel Kudu, Nyala, Impala: verschillende antiloopsoorten. Ook zagen we neushoorns, warthogs, wildebeests, zebra’s, buffels en als hoogtepunt: giraffen. Heel erg mooi!

 

Zebra's

Daarna reden we door naar Bonamanzi, waar we de nacht zouden doorbrengen in een boomhut. Tenminste, dat is wat mij verteld was. Het bleek een mooie huisje met rieten dak omringd door bomen te zijn. In Bonamanzi zijn er geen leeuwen of dergelijk en dus ook geen hekken om de dieren bij je huis vandaan te houden. ’s Ochtends staan er Kudu en Nyala bij de voordeur.

 

Rond 11 uur moesten we bij de receptie zijn, want onze drie uur durende paardrijdtocht begon daar. Drie uur! Drie uur rijden met 35 graden! Maar ik had er zin in en was erg benieuwd of ik überhaupt nog op een paard kon blijven zitten. Ik kreeg Buhu toegewezen, een mooie witte paard waarvan onze gids mij beloofde dat hij betrouwbaar was.

            Het was een prachtige tocht, al was de hitte wel iets teveel. We zagen weer heel veel verschillende antilope, maar tijdens het lopen was het hoogtepunt toch zeker een groep olifanten. Vier volwassenen en een baby. Zo indrukwekkend! Het rijden ging goed. Mijn paard was wat langzaam, waarschijnlijk voelde hij maar al te goed aan dat ik geen idee had waar ik me bezig was en besloot rustig aan te doen. Na een poos kreeg ik het weer door en lukte het zonder moeite om hem in draf te krijgen en te galopperen. Wat een heerlijk gevoel. Maar uitputtend… Vooral met die zon… Drie uur later gooiden we onze paardrijkleding op de grond en doken meteen in de zwembad. Afkoelen.

 

Morgen vertrek ik alweer naar Kaapstad, maar ik ben nog lang niet klaar met Durban. Ik heb besloten om mijn reis een beetje aan te passen en midden Januari terug te keren naar mijn geboortestad. Dus ik hoef morgen nog niet echt afscheid te nemen.

 

Rust, stilte en karaoke

januari 2, 2009

Na twee hectische dagen te hebben doorgebracht met mijn vader, zusje en Justin in Kaapstad – van hot naar her rennen om alle familie en vrienden te zien – was ik opeens, helemaal, alleen! Voor meer dan een week was het appartement van mij, alléén van mij. Voor meer dan een week zou ik zelf précies mogen beslissen wat ik wilde doen en wanneer en voor hoe lang. En dit gaat vreselijk egoïstisch klinken: maar een hele week lang zou ik ook lekker met niemand rekening hoeven te houden. Ik heb ontzettend genoten van de mensen waarmee ik de afgelopen weken mijn tijd heb doorgebracht, maar ik zou liegen als ik zei dat ik niet uitkeek naar even alleen zijn. Mijn reis heeft veel te maken met zelfstandigheid: in mijn eentje steden leren kennen en doen waar ík zin in heb. Nu had ik daar écht te tijd, rust en stilte voor.

 

Ondertussen is er nu precies een week voorbij en ik heb er ontzettend van genoten. Elke ochtend ben ik – hmm? – belachelijk vroeg wakker geworden, maar voel ik me wel telkens uitgeslapen. Even ontbijten, een beetje schrijven, mijn boek en iPod meenemen voor een wandeling langs de kust, een poos lezen op het bankje dat vorig jaar tot die van Mait en mij is gedoopt, teruglopen, lunchen en vervolgens de rest van de middag – met uitzicht op zee… – schrijven. Het meest bijzondere wat deze week mij heeft gegeven, is tijd om te schrijven. Ik kon niet worden afgeleid door mijn vaders vele (en vele) plannen, door Sonya’s overtuigende laten-we-gaan-winkelen-want…-betogen, door allerlei oude kennissen die we simpelweg nog moeten bezoeken voor we vertrekken, omdat de wereld anders zal vergaan. Geen afleiding en alle rust, stilte en tijd van de wereld.

            Eergisteren rekende ik uit dat ik in de zomer van 2006 ben begonnen aan mijn roman Vandaag gaat de zon niet onder. Dat betekent dat ik er dus al meer dan twee jaar aan schrijf. Natuurlijk ben ik vaak onderbroken door tijdgebrek, heb ik meer aandacht aan mijn reeks korte verhalen besteedt en heb ik een poos gedacht dat ik het nooit zou uitschrijven. Maar dat had ik gelukkig mis, want eergisteren heb ik het eindelijk uitgeschreven! 153 bladzijdes en ik ben zo blij met ze. Ik vind het fantastisch om mijn ideeën over een verhaal langzaam tot leven te zien komen en er is niets leuker dan het slot schrijven dat je al vanaf bladzijde één in gedachten had. Het heeft ook iets sombers, afscheid nemen van iets waar je zo vertrouwd mee bent geworden, maar ik weet dat het niet lang zal duren totdat ik aan iets nieuws begin.

 

Natuurlijk heb ik niet al mijn tijd doorgebracht met schrijven. Ik heb bij mijn oom en tante van een fantastisch sjabbatdiner genoten. Ik heb in het winkelcentrum teveel geld uitgegeven… woops. Ik heb Green Point verkend en heb bij meerdere kleine cafés een cappuccino gedronken en een muffin gegeten terwijl ik een boek las. Kortom: genieten.

 

Alleen zijn kan heerlijk zijn, maar niet met oudejaarsavond. Gelukkig ben ik uitgenodigd door goede vrienden van de familie: the Jansens. Ze hebben een dochter, Sarah-Jane die een jaar jonger dan mij is en ik heb het altijd al erg goed met haar kunnen vinden.

            De avond begon met uit eten gaan in een best chic hotel, samen met the Jansens en een aantal andere van hun familieleden. Aan de ‘jongere’ kant van de tafel zat ik met Sarah-Jane, haar twee nichten en haar twee neven. Ze bleken allemaal heel erg grappig te zijn en ik heb de hele avondmaal gelachen. Rond 23:25 was het hoog tijd om te vertrekken, want we moesten nog een eindje rijden om bij het nieuwjaarsfeest van hun oudere nicht te komen. We namen afscheid van de ouders en reden, misschien iets sneller dan toegestaan, naar haar huis. Daar werd ik voorgesteld aan nog veel meer neven en nichten en een paar ooms en tantes. We waren nog net op tijd om 2008 in 2009 te zien veranderen. En om mee te doen met het karaoke… Op de muur was een groot beeld met clips en songteksten geprojecteerd en omstebeurt zong iedereen iets. Sarah-Jane en ik stortten ons er natuurlijk helemaal in en zongen twee liedjes van Grease en Superstar, van Jamelia. Daarna werd er nog gedanst en veel gepraat en gelachen. Het was een hele gezellige avond en een vrolijke begin van 2009.

 

Ik heb nog twee dagen totdat mijn lieve gezinnetje terugkeert van hun reis en ik het appartement opnieuw moet leren delen. En hoewel ik ontzettend genoten heb van al mijn alone time, rust en stilte, kijk ik ondertussen ook weer uit naar hun vele plannen en overhaaltechnieken.

Better late then never

januari 24, 2009

Vooruit, ik begrijp dat het onvergeeflijk is dat ik zo lang heb gedaan over mijn volgende blog schrijven. Tweeëntwintig dagen om precies te zijn; best wel schandalig. Maar ik heb er meerdere goede redenen voor! De zon schijnt hier heel erg vaak, Sonya en ik hadden het in Kaapstad druk met winkelen, mijn neefjes en nichtje hadden heel veel energie, zwembaden en het strand zijn geen plek voor een laptop, Hannah heeft net haar learnersrijbewijs en is geobsedeerd met overal en nergens naartoe rijden, ik moet allerlei oude Durbanse vrienden – die ik me niet herinner… – leren kennen, seizoen 5 van Grey’s Anatomy is hier net begonnen én ze hebben het Grey’s Anatomy bordspel in huis. Dus het is heel begrijpelijk dat ik nu pas schrijf!

 

In Kaapstad heb ik het nog erg naar mijn zin gehad. Mijn alone time opgeven ging prima en het was leuk om samen met mijn vader, Sonya en Justin allerlei vrienden en familie op te zoeken. We zijn vaak erg lekker uit eten geweest en samen met mijn vader en Justin hebben we op een avond in de uitgaansstraat gezocht naar een cocktailbar. Zonder succes trouwens: we zijn uiteindelijk in een Ierse pub beland waar een Jazz-avond werd gehouden. Ook heb ik in Kaapstad een kortstondig maar erg gezellige hereniging gehad met onze eigen Lucas Brouwers! Het was een beetje vreemd om hem in Kaapstad te zien – heel erg leuk, maar toch een beetje vreemd. Zuid-Afrika is voor mij een heel ander wereld dan Nederland en het was vaag om iemand uit mijn Nederlandse leven opeens in mijn Zuid-Afrikaanse leven te hebben. Maar het was zo leuk om hem weer te spreken! We hebben geluncht in New Port en gepraat over hoe goed Zuid-Afrika ons beviel. Erg goed!

 Diezelfde dag zou ik – mamma schrik niet! – uit een vliegtuig horen te springen. Helaas werden Justin en ik een uur van te voren teleurgesteld: het skydiven werd afgezegd in verband met slecht weer – verdomme. Maar ik geef niet op! We zullen zien wat North Carolina te bieden heeft…

 

Na nogmaals afscheid te hebben genomen van Sonya en mijn vader – gelukkig een veel minder dramatische dan die op Schiphol – verhuisde ik mijn backpack & co naar mijn nicht Nicole’s huis. Mijn neefjes en nichtje waren door het dolle heen dat ik bij hen bleef logeren. De dagen daarna waren gevuld met ijsjes eten op het strand, van glijbanen afglijden in het park, tekeningen van vrolijke huizen maken, leren Wii te spelen, luisteren naar een zingende paarse Dinosaurus genaamd Barney en heel veel dubbel liggen. Het enige wat minder leuk was, was het slaapgebrek… Dus in Durban heb ik wel eerst even wat slaap ingehaald.

 

Ik ben inderdaad weer terug in Durban en het lijkt alsof ik het hier alleen maar meer naar mijn zin krijg. De eerste dagen was het wat bewolkt, dus Hannah en ik konden zonder schuldgevoelens films huren en popcorn eten. Ik genoot zeker van het luie niksen binnenshuis, maar toen de zon eergisteren weer begon te schijnen raceten we meteen naar het strand. Ik voel nu al dat ik de golven ga missen als ik éénmaal in de VS ben.

 

Gisteren besloten Hannah en ik om weer uit te gaan. We spraken af met een vrienden van haar, Siphindile, en aangezien er bij Joe Cool’s een beach party was, wisten we precies waar we heen gingen. We hadden de dresscode een beetje genegeerd, maar binnen kreeg ik van een aardige barman een kleurrijke Hawaï bloemenketting en vond ik voor Hannah een roodgloeiend armbandding. Overal zaten gevulde kinderbadjes (oh jee) en hingen bloemenslingers. En aangezien het aan het strand ligt, was de Beach sfeer compleet.

            Nou spreken we in Nederland over diehard uitgaan, maar vertrouw me, hier zijn ze past echt diehard. In plaats van rond elf uur van huis te vertrekken – zoals mijn vriendinnen en ik in Utrecht doen – vertrekken ze hier al rond negen uur. (De motivatie hiervoor is waarschijnlijk het two for one special dat van 9 tot 11 geldt.) Maar ondanks dat ze al om negen uur beginnen met dansen, lukt het ze toch om tot vier (en soms zelfs vijf!!) uur door te gaan… That’s what I call diehard.

Helaas werden Sippie en haar andere vriendinnen onderweg naar Joe’s afgeleid en stonden Hannah en ik alleen voor. Maar niet voor lang, we hebben ons heel erg prima vermaakt met twee leuke Zuid-Afrikaanse jongens. Het was een heerlijke avond, met fantastische muziek en heel veel gedans. En gisternacht en vandaag alleen maar nagenieten.

 

Over precies een week vertrek ik naar het koude New York City. Een compleet ander deel van mijn reis gaat beginnen en ik vind het best heel erg jammer om Zuid-Afrika en vooral Durban nu al achter me te laten. Maar ik weet dat ik het in de VS ook heel erg naar mijn zin ga krijgen. New York herontdekken, tijd doorbrengen met mijn broers en Brie, MAITE VAN RINSUM WEER ZIEN!! Maar eerst nog een week van Durban en Hannah genieten. Morgen ga ik Go Kart Racing… hmm? Waarom niet?

Durban vs. New York

februari 9, 2009

Durban was wederom fantastisch. Zo fantastisch dat het vertrekken vergelijkbaar was met mijn afscheid op Schiphol. Het is moeilijk om mensen waar je veel van houdt achter te laten en al helemaal als je niet had verwacht dat het zo moeilijk zou zijn. Hannah en ik zijn in een korte tijd terugveranderd in beste vriendinnen en, cliché of niet, haar huis voelde aan als mijn huis. Durban gaf mij het ene na het andere geweldige ervaring en ik heb van elk seconde genoten. Hier zijn mijn dagen (en nachten) in Durban:

 

Rondrijden met Hannah als chauffeur – wandelen door the Bontanical Gardens – zonnen op het strand en springen in de golven – kingsen met maffe regels – boeken verslinden – go-karts racen – vaak en lang uit dansen gaan – leuke jongens ontmoeten – wakker worden met een flensjesontbijt, gebakken door Tania en Dale – meezingen met Hannah’s Lion King pianospel: Hakunu Matata – maffe pruiken en andere vermommingen uitproberen bij Everlasting – Chicken Curry poging 3 maken – wegvliegende parasols vasthouden – cocktails drinken bij the Beach Club – aan mijn nieuwe roman werken – op mijn laatste nacht zingen en dansen op Mamma Mia, Moulan Rouge en the Spice Girls op het nieuwe balkon en dan, onvermijdelijk, afscheid nemen.

 

Durban en ik klikten, ik voelde me er echt heel goed, maar het was tijd voor deel twee van mijn wereldreis. Farewell South-Africa, United States of America: here I come. Of beter gezegd: here I am. Brooklyn, New York is al precies een week mijn voorlopige thuis en tot nu toe geniet ik er erg van. Het is, vanzelfsprekend, anders dan Zuid-Afrika. Het verschil in weer is allereerst overduidelijk: Durban was zonnig en warm en New York is ijzig en koud. In Durban was alles erg relaxt, hoe laat het precies was leek niemand iets te schelen. Hier in New York gaat alles drie keer sneller en draagt iedereen een horloge, om het maar zo te zeggen. Maar ik niet. Ik heb een hele maand om op mijn eigen tempo te doen waar ik zin in heb.

De eerste dagen heb ik me vooral beziggehouden met Manhattan en mijn dure metropas: Soho, Greenwich Village, Upper Midtown, Lower Midtown, Chelsea en the East Village. Ook heb ik veel gelopen op de lange straat die dwars door heel Manhattan gaat: Broadway. En veel gewinkeld op die straat… want ik kan natuurlijk niet in Zuid-Afrikaanse korte broeken en hemdjes rondlopen terwijl het sneeuwt. Naast me in Manhattan bevriezen, breng ik veel tijd door in the Tea Lounge hier in Brooklyn. Een erg leuke café met een erg huiskamerig gevoel. Al zullen niet veel huiskamers dertig mensen met laptops in zich hebben. Ik vind het best, mijn laptop en ik passen er prima tussen en het is de ideale plek om zonder afleiding te schrijven. Met hulp van warme chocolademelk en een muffin natuurlijk.

 

Afgelopen woensdag ging ik samen met Brie, Shael, Sasha en zijn vriendin Nadija naar een dinner party in Manhattan. En ik ben er nog steeds niet overheen hoe pretentieus dat klinkt – haha. Ik heb heerlijk gegeten en ontzettend genoten van het gezelschap. Bijna alle aanwezigen waren acteurs, het waren Brie’s vrienden en zij is actrice, en ik heb gemerkt dat acteurs zich helemaal inleven als ze een verhaal vertellen. Dus ik heb ontzettend veel dubbel gelegen.

            Van het weekend had ik nog een Manhattanse avond uit. Eerst gingen Shael, Sash, Brie en ik uit eten bij een hele goede Chinese restaurant, met een vijver vol prachtige koi’s op de benedenverdieping. Daarna gingen we naar een Franse film, genaamd The Class of Entre les murs. Het was een erg mooie film, heel realistisch en zeker een aanrader. Maar de nacht was daarmee nog niet ten einde. Sasha en ik haalden Nadija op en gingen naar het eerste feest van de avond. Het was bij één van Sasha’s vrienden en verschilde veel van de Durbanse feesten. Geen gedans, veel gepraat. Leuk, maar we besloten door te gaan naar feest twee. Het enige probleem was dat Nadija’s vriendin haar feest vierde in een club. En ik ben nog geen 21… Het plan was om een ID te lenen van iemand binnen, dus Nadija ging op onderzoek uit terwijl Sasha en ik pizza aten om de hoek. Helaas bleek dat haar vriendin het feest op het laatste moment had verhuisd en we konden haar niet bereiken. Dus het is me nog niet gelukt om voor 21 door te gaan. Volgend weekend misschien?

 

New York voelt dan misschien wel aan als een compleet andere wereld dan Durban, maar dat maakt niet dat de één beter of slechter is. Ze zijn anders en het is even wennen. Maar ik weet nu al dat mijn weken hier geweldig gaan worden.

Nevada Dan

februari 14, 2009

Wanneer je een wereldreis maakt, kun je verwachten dat je onderweg allerlei verschillende soorten mensen ontmoet. Maar eergisteren had ik toch wel een erg aparte ontmoeting. Zo apart dat ik het wel een blog waard vind.

 

Ik was voor een paar dagen bij Sasha en omdat hij geen extra sleutel voor mij had, kon ik kiezen tussen de hele dag binnen zitten, of de hele dag buiten zijn. Dus met mijn laptop, portemonnee, metropas en een boek trok ik erop uit. Na een poos ronddwalen, besloot ik om in de Starbucks op Union Square te gaan schrijven. Maar ik werd na een half uur al afgeleid door een groep mensen die voor het raam stonden. Ze stonden allemaal om een man in een zwart pak met een rode das heen en leken nogal onder de indruk te zijn. Het duurde even, hij stond met zijn rug naar mij toe, voordat ik doorkreeg dat de man met de rode das aan het goochelen was. Na eventjes vanuit het raam te hebben toegekeken, ging ik verder met schrijven en besloot om mij pas bij de groep mensen aan te sluiten wanneer ik klaar was in de Starbucks.

 

Na driekwartier had hij al vier groepen mensen om zich heen gehad en ik bedacht me opeens dat ik hier wel uren zou kunnen blijven schrijven en hij dan misschien al weg zou zijn. En ik was toch wel benieuwd naar waarom iedereen bleef staan. Dus ik pakte mijn camera en een dollar en liep naar buiten om me voor te stellen. De goochelaar stelde zichzelf voor als Nevada Dan en vond het alleen maar leuk dat ik een filmpje wilde maken. Na lachend te hebben toegekeken hoe hij een munt voor mijn ogen liet verdwijnen en hij mijn queen of spades probleemloos tevoorschijn toverde, vroeg hij of het goed was of hij een kop koffie met me kwam drinken binnen. Waarom niet? dacht ik. Wanneer ga ik anders koffie drinken met een goochelaar?

            Zijn echte naam bleek Daniel Davenport te zijn. Hij is een vijfentwintigjarige goochelaar/acteur/schrijver, een mengelmoes zoals zoveel acteurs hier in New York. Daniel komt oorspronkelijk uit Reno (vandaar Nevada Dan), maar woont al een hele poos in Manhattan en Union Square is zijn podium. Voorlopig?

 

Op een geven moment hadden we het over boeken en toen over onze favoriete kinderboeken. Degenen van jullie die mij goed kennen, weten dat Dr. Seuss’ The Lorax mijn lievelingskinderboek allertijden is. Daniel had het over een schrijver genaamd Shel Silverstein en diens boek The Giving Tree, waarvan ik nog nooit had gehoord. Dus staken we het plein over en gingen Barnes en Noble binnen. Het is normaal om daar een boek te pakken en te gaan lezen, de medewerkers vinden het best, zolang je maar niet voor een boekenkast gaat zitten. Dus we lazen The Giving Tree en The Lorax aan elkaar en drie nieuwsgierige kinderen voor – als je die boeken nog niet hebt gelezen, zoek ze dan in de volgende boekenwinkel die je ziet even op, ze zijn het waard! Daarna gingen we $1 pizza halen een paar straten verderop. Onderweg bleef Daniel af en toe staan om te goochelen en het was ontzettend leuk om te zien hoe eerst één persoon twijfelend blijft staan. En dan nog iemand. En dan een groepje vrienden. En voor je het weet staat er weer een kring nieuwsgierige toeschouwers om hem heen. Aan het einde van een ‘optreden’ zegt hij altijd:

            ‘The end of the show is near and even though it was a free show, I am going to tilt my hat to you. If you enjoyed yourself, please let my hat know.’

Ik was verrast om te zien hoeveel mensen iets geven en hoeveel hij uiteindelijk binnen een uur verdient. Dat had ik niet verwacht.

 

Uiteindelijk hebben we de rest van de dag doorgebracht met door Greenwich Village en Chelsea lopen en zijn daarna terug naar the Starbucks gegaan. Het was een onverwachte ontmoeting dat leidde tot een onverwachte, maar ook erg leuke dag.

 

Als je ooit in New York bent, ga eens kijken bij the Starbucks op Union Square.

Mom and the City

februari 26, 2009

Tijdens mijn reis bezoek ik veel vrienden en familie, maar afgelopen week was ik juist degene die bezocht werd. Van 13 februari tot 20 februari bezocht mijn moeder mij in New York City en het was fantastisch.

 

Al jaren is het zo dat als ik op de terugweg van een reis ben, ik zeker weet dat mijn moeder op Schiphol staat om mij te verwelkomen. Maar het komt zelden voor dat ik degene ben die in de aankomsthal zit te wachten en ik vond het hoog tijd om dat weer eens te doen. Dankzij de subway en de airtrain kon ik ervoor zorgen dat ik ruim op tijd bij Arrivals in John F. Kennedy Airport stond. Terwijl ik daar zat, bedacht ik mij dat deze 2,5 maand waarschijnlijk het langste is geweest dat ik mijn moeder niet heb gezien en ik werd opeens heel ongeduldig. Allemaal mensen zwaaiden opgewonden, renden om het hek heen om hun familielid of goede vriend te omhelzen en ik bleef maar zoeken, ogen op de deuren gericht. Totdat eindelijk mijn eigen moeder door de deuren liep en zoekend om zich heen keek. YES, HIER BEN IK!

 

We hebben samen een ontzettend leuke week gehad. Naast velen uren doorbrengen in Barnes & Noble, hebben we ook de Guggenheim Museum bezocht; waar de tentoonstelling Artists Contemplating Asia te zien was, zijn we heerlijk uit eten geweest, maar hebben tevens heerlijk binnen gegeten bij Shael en Brie en bij Linda, Brie’s moeder. Natuurlijk heb ik mijn moeder ook the Tea Lounge laten zien en hebben we daar lang gepraat met een kop koffie in de hand. En het was bovendien tijdens deze week dat ík voor het eerst mijn moeder heb getrakteerd op een diner in plaats van andersom, in een leuke Italiaanse restaurant genaamd Al dí La.

Het meest bijzondere wat we tijdens mijn moeders verblijf in NYC hebben gedaan, was zeker met the Staten Island Ferry heen en weer gaan. De ferry is voornamelijk voor mensen die in Manhatten werken maar op Staten Island wonen en dagelijks dus heen en weer moeten. Maar eigenlijk zou iedereen zo nu en dan de korte reis moeten maken, het is prachtig en bovendien: het kost niets! We gingen meteen het boeg op en werden zowat omver geblazen, maar lieten ons niet afgeschrokken door de sterke en koude wind. Zodra we een eindje hadden gevaren, waren we allebei erg onder de indruk van het uitzicht. Niet alleen was de lucht prachtig door de zonsondergang, maar we hadden nu een perfect zicht op wat we achter ons lieten. De onvoorstelbare skyline van Manhattan en daarnaast de wat meer bescheiden Brooklyn. Het was zo mooi, maar daar bleef het niet bij. We vaarden namelijk langs the Statue of Liberty. Ik beken dat ondanks dat ik al meer dan een halve maand in New York heb gewoond en twee zomers geleden hier een paar weken heb doorgebracht, ik nog nooit Lady Liberty heb bezocht. Dus ik was blij haar eindelijk eens gezien te hebben, zeker tijdens zo een spectaculaire zonsondergang. The Staten Island Ferry is dus simpelweg een must als je New York bezoekt.

 

Op mijn moeders laatste dag besloten we in Brooklyn te blijven en hier 5th avenue af te lopen. The 5th avenue in Manhattan is erg berucht en beroemd, maar ik moet zeggen dat de 5th avenue van Brooklyn mij toch meer aanspreekt. Het zit vol kleine, unieke winkels waar prachtige kleren, vintage en modern, en allerlei andere schatten te vinden zijn. In een jurkenwinkel genaamd Teddy’s kocht mijn moeder voor mij het mooiste zwarte jurkje die ik ooit heb gezien en het verwennen hield daar niet bij op! In een beauty lounge genaamd Element had ze geregeld dat we een manicure en pedicure zouden krijgen. Zoals vele van jullie weten: ik heb iets tegen voeten – vraag me niet waarom – maar ik maakte me dus lichtelijk zorgen. Nou ik was er gauw overheen, je zit in een massagestoel, je ene voet zit in een minibubbelbad en je andere voet wordt gemasseerd. Wie heeft dan tijd voor een voetenfobie? Het was heerlijk om zo vertroeteld te worden en het resultaat is prachtig.

 

Helaas was het toen tijd om afscheid te nemen. Mijn moeder werd opgehaald in een chic zwarte auto om naar JFK te worden gereden en na een knuffel en een kus verdween ze achter de getinte ruit. Het was erg verdrietig om haar te zien vertrekken, het huis voelde meteen een stuk leger, maar het was geweldig dat ik een week van mijn wereldreis met mijn moeder kon delen.

Ruth Aaron

februari 28, 2009

In Boynton Beach, Florida woont de oudste lid van de Suransky familie: mijn 97-jarige oud-tante Ruth Aaron. Mijn vader wilde heel graag dat ik, ergens tijdens mijn maand in New York, naar Florida zou vliegen om haar op te zoeken. Ik besloot om te gaan; het was iets wat ik voor hem en haar wilde doen. Uiteindelijk ben ik mijn vader erg dankbaar dat hij mij heeft gepusht om te gaan – het was een ervaring die ik nooit zal vergeten.

 

Aunty Ruth heeft een ongelooflijk leven gehad. Ze heeft zoveel gereisd, zoveel mensen ontmoet, zoveel meegemaakt. Fantastische ervaringen, maar ook ervaringen zo onvoorstelbaar oneerlijk en zwaar dat ik er stil van werd. Haar leven is net een roman en het meest bijzondere is dat ze op 97-jarige leeftijd nog steeds elk hoofdstuk herinnert. Mijn oud-tantes geheugen is beter dan die van mij – ja echt, ik meen het! En dat is een waar geschenk voor iemand die zo een bijzonder leven heeft geleid. Ik ben haar ontzettend dankbaar dat ze haar verhalen met mij heeft gedeeld. En nu wil ik ze graag met jullie delen.

 

Tijdens mijn korte verblijf hebben we vele uren gepraat en heb ik vele vragen gesteld. De antwoorden waren zo krachtig dat ik, eenmaal terug in mijn eigen kamer, meteen zoveel mogelijk van haar woorden heb opgeschreven. Ik wil ze niet vergeten.

            Mijn oud-tante woonde in Duitsland toen hitler aan de macht kwam en de verschrikkingen van de Tweede Wereld Oorlog begonnen. Ze was een joodse vrouw, getrouwd met een joodse man en was dus niet veilig. Op een dag werd haar man meegenomen door de Gestapo en naar een concentratiekamp gebracht. Het was toen nog onduidelijk wat er precies aan het gebeuren was, maar mijn oud-tante wist meteen dat ze alles op alles moest zetten om hem zo snel mogelijk terug te krijgen. Hieronder zal ik delen van ons gesprek overtypen.

 

‘There was an American lawyer who was in cahoots with the Gestapo. A friend of mine told me about him and I went to see him right away – that same evening. There where many woman there, waiting to see him, they all needed his help. And I spoke to him and he told me:

“I know where your husband is.” I wanted to know in which concentration camp, but the American lawyer said I didn’t need to know: “A camp near Berlinis all he would say.

            He asked for $1000 in advance and to receive another $1000 when I had my husband back. But I didn’t have that kind of money. Our bank accounts had all been frozen by the Gestapo.

 

My mother-in-law came then and she had taken all her money, all of it, out of her bank in Frankfurt. Then we sold all the jewellery we had. Now she had all that money and we had to keep it on our bodies, because if they found it… All that money, so much money, it was all in our pockets. The lawyer became very wealthy, he became a rich man.

            Once I had given him the money, he gave me a lot of tasks. I had to run around the city to meet people and talk to them about everything. To arrange everything.

 

Then one day I was ordered to the Gestapo. I was very afraid, because you know, many people went and didn’t come back. But I went and I took all my papers with me.

While I was sitting there waiting it was horrible. There was an elderly lady who was crying and crying and the officer was screaming at her. And she kept on crying and crying. All I could think was: I am next. I was very afraid. But when he saw me his whole attitude changed. He was very nice. The first thing he did was look me up and down and then he said: “You are not a Jew, right?” I was young and I had blond hair and blue eyes, he could not believe I was a Jew. I showed him my papers and he said: “Your husband will be out of the camp in a few days.” I felt my heart flutter and I was so very happy. I left the Gestapo’s office and I wanted to buy a chicken. I wanted to make chicken soup for my husband for when he came back home to me.

 

The day came that he was supposed to arrive and I waited and waited. I sat at the window overlooking the courtyard and was so full of hope. I waited the whole day. When it became dark, I grew very worried. Then a man walked over the court yard and I though: that must be him, but he looked so different. I wouldn’t have recognized him on the street for now he was pale and thin and looked unhealthy. So different.

            My husband was extraordinarily grateful to have been let go. He said something to me that I will never forget: “One more day and I would have walked into the electric fence. Like the others.” One more day, I thought.

 

We now needed to leave Germany. My brother and sister where in South Africa and wanted us to join them, but we couldn’t. Getting entrance to South Africa would have taken years. Finally we got on a boat to the United States. This boat left from Holland and we stayed with friends there for a while. This was before Holland was taken and I said to my Jewish friends there: “Leave now, leave with us. They will come to Holland.” And they replied: “Never, they will never come to Holland.”

 

The boat trip was horrible, but our arrival was something else. I remember seeing the Statue of Liberty and understanding that it meant we had made it out. That we were safe.

 

Ik heb urenlang sprakeloos naar haar verhaal geluisterd. Soms was ik zo ontroerd dat ik tranen in mijn ogen had. Ik vind het ontzettend bijzonder dat ik vragen heb kunnen stellen aan een (joodse) persoon die het begin van de Tweede Wereld Oorlog echt heeft meegemaakt. Hoeveel mensen krijgen de kans om het verhaal te horen van degene die er werkelijk bij was? Het was een gesprek die ik mij altijd zal herinneren, over een periode in de geschiedenis die wij samen nooit mogen vergeten.

Maite and the City

maart 1, 2009

Na nog een keer opstijgen en landen, kwam ik aan op Newark Airport. Daar moest ik nog twee uren wachten totdat mijn goede vriendin Maite van Rinsum’s vliegtuig was geland. Er waren al zes maanden voorbij gegaan sinds we afscheid hadden genomen op Schiphol, toen Maite vertrok om een jaar door te brengen als student aan Winthrop University. Die twee uren waren verschrikkelijk – ik had zo een zin om haar te zien en na meer dan een half jaar te hebben gewacht, was het hoog tijd. Toen Maite FIEN! schreeuwde, sprong ik meteen omhoog. We renden naar elkaar toe, omhelsden elkaar en begonnen – natuurlijk – te huilen. Een uur later voelde het alsof we elkaar de vorige dag nog hadden gezien.

 

Onze weerzien vond op donderdag 26 februari plaats en onze vluchten naar Rock Hill vertrokken al maandagochtend 2 maart. Dat betekende dat we nog maar drie dagen en één middag hadden in New York City. En dat betekende dat we nog maar 82 uur hadden om zoveel mogelijk in te zien en doen – en als het kon wilden we ook graag een paar uur slapen. Het was dus aan ons om een planning te maken waarin we zoveel mogelijk van Manhattan en Brooklyn konden zien in die 82 uur. En volgens mij is het ons aardig gelukt

 

thursday 26 february

·        Newark Airport reunion

·        Starbucks

·        Walking down Brooklyn’s 5th avenue –buying  sunglasses at Beacon’s Closet

·        Ordering in Thai food and watching Definitely Maybe on the couch

 

friday 27 february

·        Shopping –all over Broadway, buying I©NY t-shirts, finding Maite’s new boots and jeans, both buying necklaces and bracelets

·        The International Centre of Photography museum –an exhibit on fashion photography

·        Taking pictures –on Broadway and Times Square for Maite’s digital photography class

·        Riding the Toys R us Ferris Wheel

·        Being blown away by Times Square

·        Eating Twizzlers and OREO’s while watching SATC

·        Ordering in Greek food while watching more SATC

 

saturday 28 february

·        Central Park – laughing hysterically at Maite who simply can not climb a rock, getting upset when Maite scraped her new boot on the mean rock, wanting to ride in a horse and carriage but not being able to afford it, loving and hating the 47.000 squirrels who live in Central Park,  paying a lot of money to skate on Trump’s Wollman Rink and despising Donald Trump briefly, but then getting over it because the skating was so much  fun an it was beautiful

·        Taking pictures –in Central Park and on 5th avenue

·        Walking down Manhattan’s 5th avenue – having a Breakfast at Tiffany’s moment in front of Tiffany & Co, freezing while sitting and  eating our sandwiches on the sidewalk, loving the huge H&M

·        Barnes & Noble –eating cheesecake and a cupcake with chocolate icing while reading Sophie’s Choice and Night train to Lisbon.

·        Dinner at Madiba –South African restaurant in Brooklyn, Shael, Sasha, Nadia and Maite, enjoying good roti (only realizing it’s Maite’s chicken roti and not my lamb roti after about ten minutes), drinking a Totsitini (a.k.a. litchitini)

·        BAM –great jazzy music in a beautiful hall

 

sunday 1 March

·        Breakfast at the Tea Lounge –hot chocolate, cappuccino, eggs on toast, yoghurt with granola, strawberries and honey and a muffin.

·        Staten Island Ferry

·        Attempting to go to the movie Coraline in 3D –racing from the ferry to the subway, realizing that for some reason there are no uptown trains, racing back to the ferry and taking the 1 from there to 14th Street, walking and running past Union Square to what turns out to NOT be Regal theatre, running back across Union Square to the actual Regal theatre, Maite cursing her new boots, standing in line at the cinema and being so happy that the movie only starts in five minutes, not believing that the Coraline 3D movie of 4.15 is blinking SOLD OUT! above the ticket booth, cursing a lot, then deciding to go to another movie, only to find out it only starts in an hour, deciding to go home, watch a movie and eat OREO’s, then begin to pack

·        Checking my e-mail before starting to pack and reading that my flight has been cancelled due to a huge snow storm approaching the tri-state area and that I am only flying out on Tuesday, expecting Maite’s two-hour-later-flight to be cancelled as well, but finding out that it is not, not having to pack

·        Watching Never Been Kissed while drinking tea and eating OREO’s

·        Ordering in Greek food –again

·        Having dessert at the chocolate room –sharing a brownie in vanilla ice cream and melted fudge and a banana split

·        Sliding home on the icy sidewalk through the snow

 

monday 2 March

·        Expecting Maite’s flight to get cancelled any minute, realizing it is not going to be cancelled, going with Maite to Penn Station NY and saying goodbye and see you tomorrow

·        Getting one more day in NYC

 

Uiteindelijk heb ik dus meer dan die 82 uren gekregen, maar daarover zal ik een andere keer meer schrijven. Mijn broer zei, toen hij onze been there done that-list zag, dat mensen in New York meestal één of twee dingen per dag inplannen. Zelden ontmoet je iemand die vijf, zes of zeven dingen heeft ingepland. Mait en ik hebben in de drie dagen en één middag die we hadden, waarschijnlijk meer ondernomen dan ik alleen heb ondernomen in mijn eerdere drie weken in New York. Het was soms chaotisch en gehaast, maar we hebben ontzettend veel plezier gehad terwijl we onze TO DO-list afwerkten. En we kennen New York een stuk beter dan de tijdverspillers die maar één of twee dingen per dag inplannen.

I heart NY

maart 4, 2009

- I © NY –

Een sneeuwstorm stond niet echt in mijn planning. Ik hoorde op 2 maart om 12.30 van Newark naar Charlotte te vliegen, waar ik zou wachten op Maite die twee uur later landde –met dank aan een gebrek aan communicatie over onze vluchtnummers. Continental liet me echter in een mailtje weten dat dit niet het geval zou zijn, mijn vlucht was geannuleerd en ik zou pas 3 maart om 15.30 naar Charlotte vliegen. Maite’s vlucht daarentegen was niet geannuleerd en dat betekende dat ik dus wel al afscheid van Maite moest nemen, maar nog niet van New York.

 

Na Maite en haar trein te hebben uitgezwaaid op het perron van Penn Station, drong het tot me door hoe blij ik was dat ik nog één dag had. Het was ontzettend jammer om weer van Maite gescheiden te worden, maar ik zou haar toch de volgende dag weer zien. Nu had ik nog 24 uur om afscheid te nemen van de stad. (En iets minder romantisch: om in te pakken).

 

Ik liep Penn Station uit, kocht warme chocolade melk en een donut en begon te lopen. In de stad was de sneeuw op de wegen al veranderd in een vieze grijze massa, maar als je omhoog keek of opzij was het nog steeds prachtig. Geparkeerde taxi’s zo ondergesneeuwd dat je het geel niet meer kon zien, luifels van appartementen en winkels met een dikke laag sneeuw erop en vanuit de grijze lucht nog steeds witte sneeuwvlokken.

            Ik liep naar Times Square en was weer onder de indruk van de chaos, de gigantische reclameborden en reclameschermen, de kleuren en de mensen. Toen liep ik 7th avenue af totdat ik bij een wat rustigere deel van de stad kwam. Daar heb ik rondgelopen totdat het me echt te koud werd en ik subwayline N naar huis nam. Het leuke aan the N is dat het de donkere metrotunnels voor een aantal minuten achterlaat, om de brug over te gaan. Tijdens die paar minuten heb je een prachtige zicht op de skyline en the Statue of Liberty. Ik stond er op de brug bij stil dat dit voorlopig de laatste keer zal zijn dat ik de N terugneem naar Brooklyn na een dag in Manhattan. Hoeveel zin ik ook heb in mijn weken in Rock Hill en Los Angelos met Maite, het is toch verdrietig om New York achter te laten. Midden op de brug kwam mijn metro tot stilstand – a short delay due to train traffic ahead. Ik vond het geweldig en heb genoten van mijn extra paar minuten naar de skyline staren. De laatste keer dat ik voorlopig de New York skyline zal zien.

 

Meerdere mensen hebben mij tijdens mijn verblijf in New York gevraagd of ik hier ooit zou kunnen wonen. Elke keer heb ik: ik denk het niet, geantwoord. Ik heb altijd gevonden dat New York teveel voor me is: te druk, te gehaast, te vol, te chaotisch. Teveel. Geweldig voor een maand, maar zou ik het voor langer dan dat aankunnen? Zou ik er echt kunnen wonen –  er een baan en verplichtingen hebben? Ik dacht altijd van niet, maar na vanochtend afscheid te hebben genomen van de stad, ben ik toch begonnen te twijfelen.

Maite en ik werden dinsdagavond in haar dormroom alweer herenigd. Ik was natuurlijk heel benieuwd naar de campus waar zij nu al zeven maanden woont, maar helaas was het al donker en zou het zien van Winthrop University moeten wachten tot de volgende dag. En die begon al best vroeg met het geluid van een wekker en het besef dat ik naar de les moest. Naar de les!

 

De dag begon met psychologie en ik kon natuurlijk niet door psychologie heen slapen. Gelukkig ben ik meegegaan, want het heeft bevestigd dat psychologie toch echt voor mij bestemd is. De professor vertelde over de verschillende fases van slaap en over wat voor een invloed die hebben op het bewustzijn van de mens. Ik heb braaf aantekeningen gemaakt en kreeg zin in volgend jaar.

            Filosofie was Maite’s tweede les en dat vond ik ook interessant. Het was wel moeilijk te volgen, omdat ik alle voorgaande lessen had gemist, maar ik deed mijn best. De professor legde een som genaamd Hedonic Calculus uit. Het is een som die je kunt toepassen om beslissingen te maken. Je moet voordelen afwegen tegen nadelen door bepaalde waarden als: hoeveel je van X zou genieten, hoe lang je van X zou genieten, of X anderen positief of negatief zou beïnvloeden, bij elkaar op te tellen. Het hoogste antwoord geeft aan waar je voor moet kiezen.

            Digitale fotografie was vooral geweldig omdat ik het onderwerp ben van Maite’s huidige project. In New York heeft ze allerlei foto’s van mij genomen – vandaar dat ik ook redelijk een aantal dramatisch geposeerde foto’s op picasaweb heb staan – en heeft daar vier van gekozen. Die heeft Maite zo bewerkt dat de beweging van de stad duidelijk naar voren komt en het resultaat is erg goed – al zeg ik het zelf.

            Nutrition was de laatste les van de dag. Ik kan niet zeggen dat ik hier heel geïnteresseerd in was. Het was voornamelijk herhaling en ging over mineralen waar ik nooit van had gehoord. Een kort debat over het gevaar van veganisme vond ik wel weer boeiend.

 

Class is out! Nu kreeg ik van Maite een rondleiding over de campus. Ik vind dat Winthrop lijkt op een typisch Amerikaanse universiteit: zo één die je ziet in series en films. Mooie bomen en grasveldjes, grote bakstenen gebouwen met indrukwekkende witte zuilen en hoge ramen en natuurlijk overal studenten. Heel mooi.

 

Jullie hebben de titel al gelezen: One Big Party. Nou, als je klaar bent met de volgende deel doorlezen, zul je begrijpen waarom. Ik heb het in mijn Zuid-Afrika blogs al gehad over die-hard uitgaan: hier in Rock Hill, South Carolina kunnen ze er zeker ook wat van.

            Woensdag: naar Suite. Eindelijk weer een keer uit dansen. Het feestje begon bij Meghan, één van Maite’s vrienden. Zij wordt de international mommy genoemd, omdat ze al 21 is en optrekt met alle internationale leerlingen. In haar kamer waren Hien, een Vietnamees meisje, en Vishal en Preetham, twee Indiase jongens. Na een poos te hebben gelachen, liepen we met z’n alleen naar de partybus die ons naar Charlotte zou rijden. Daar ontmoette ik Sultan, een knettergekke Arabier, een paar van de Franse meisjes, een Zweeds en Oostenrijks meisje en een paar Amerikaanse studenten. Met harde muziek op de achtergrond reden we naar Suite, een club in Charlotte, waar we urenlang hebben gedanst. Mijn voeten deden pijn, maar het was erg leuk.

            Donderdag: naar Scandals. Het is een kleinere club dichtbij de universiteit, die door iedereen omschreven wordt als sketchy. Dat gevoel had ik niet echt, ik vond het meer deserted. Er. Was. Niemand. Hooguit vijftien mensen. Maar gelukkig vonden wij een groep leuke mensen om ons mee te vermaken. Eersten speelden we pool met Joshua, Ben en Vishal, allemaal vrienden van Maite en daarna gingen we dansen. Joshua en zijn vriend Andrew zijn belachelijk goede dansers en één van de Franse meisjes ook, dus het was heel erg leuk om naar hen te kijken. Maar verlaten is verlaten, dus we besloten met z’n allen naar iemands huis te gaan. Daar aangekomen leerde ik een spel genaamd beerpong spelen: een pingpongbal van een afstandje in één van de zes bekers op tafel gooien. Als iemand van het andere team een beker raakt, moet je een slok van je bier nemen. Het was hilarisch. Ook de namen van de teams verzinnen was erg leuk: Team Island Samba, Team America, Team Kamasutra.

            Vrijdag: naar the French House. Laat ik op dit punt even zeggen dat ik nog nooit meer dan twee nachten achter elkaar ben uitgeweest, dus het was op zich al een ervaring om nog een avond uit te gaan. The French House is een huis waar een deel van de Franse studenten in wonen en zij geven allerlei thema feesten. Nu was er een Tropical Theme, dus met een jurk, bloemenketting en zonnebril, waren we er weer klaar voor. Hier hebben we echt veel plezier gehad met de Franse meisjes, Hien, Vishal, Sultan, Joshua, Andrew en een paar van de Franse jongens.

            Zaterdag: terug naar Scandals. Maar dit keer had een van de fraternities een pageant in Scandals. Inclusief avondkledingronde, zwemkledingronde, talentronde en vragenronde. We hebben keihard gelachen, maar ook vaak walgend toegekeken. Sommige jongens weten niet wat een zwembroek is en zeker niet wat talent inhoudt. Maar er was ook een jongen die heel mooi gitaar speelde en erbij zong en iemand die een geniaal zelfgeschreven gedicht voorlas.

 

Begrijp je nu wat ik bedoel met one big party? De reden dat ik die nachten heb overleefd, is omdat Maite en ik uitgebreid uitsliepen ’s ochtends (en ’s middags) en vervolgens de rest van de dag liggend in de zon op een grasveld doorbrachten. We wisselden wel van grasveld en één dag brachten we door op het grasveld naast het meer, maar het was een te ontspannend ritueel om van af te wijken. En ik kon dus overdag goed bijkomen: slapen, lezen, muziek luisteren. Zodat ik ’s avonds weer als een Winthrop student kon feesten.

En toen werd ik ziek. Heel ziek. Zo ziek ben ik nog nooit geweest. Ik voelde me zondag al niet helemaal lekker, maar ik ging ervan uit dat het iets te maken had met al het gefeest. Toen ik maandagochtend wakker werd, kon ik niks. Ik ben op Maite’s bed gaan liggen en heb de hele dag geslapen.

 

Zo ging het drie dagen door. Ik sliep dag en nacht, had koorts, een verstopte neus, spierpijn, keelpijn, kon niets eten en voelde me ronduit beroerd. Ik kan niet eens beschrijven hoe beroerd ik me voelde. Op de derde dag besloten Maite en mijn moeder dat het tijd was om naar een dokter te gaan. De campusdokter mocht mij niet behandelen, maar gaf een lijst met adressen. We kozen de dichtstbijzijnde, maar hadden nog steeds het probleem van: hoe komen we er? Ik was eigenlijk te ziek om uit bed te komen, laat staan om naar het ziekenhuis te lopen. Gelukkig kent Maite mensen met auto’s en ze begon rond te bellen. Dorenz, een internationale student uit Zimbabwe, vond het gelukkig geen probleem om ons te brengen. Toen we parkeerden en ik zag dat we de Emergency Room van een ziekenhuis ingingen, vond ik het opeens best eng.

 

Binnen kreeg ik een wit polsbandje met mijn naam om en moest ik vragen beantwoorden, mijn bloeddruk laten opnemen, bloed afgeven en moesten ze met een eng wattenstaafje in mijn neus. Ik voelde me terwijl dit allemaal gebeurde heel afwezig en duizelig. Ik liet alles over me heen komen en probeerde op te letten, maar het enige wat ik wilde was slapen.

 

Het echt verschrikkelijke begon pas na de tests. Wachten in een wachtkamer die denk ik erg vergelijkbaar is met hel. Een huilende baby, veel zieke hoestende mensen en walgelijke talkshows zoals Jerry Springer op de achtergrond. Ik wilde stilte en een bed. Godzijdank werd mijn naam na een half uur al geroepen en werden we door een deur geleid naar een stille deel van het ziekenhuis. Ik zat net in de behandelkamer toen de verpleegster terug kwam. Er was een foutje gemaakt en ik hoorde hier niet. In dit deel – the express part of the hospital – werden alleen bepaalde gevallen behandeld. We moesten terug naar de wachtkamer; ik kon wel huilen.

 

Drie uur lang hebben we daar gewacht en ondertussen waren Maite en ik erg bang dat we hier de rest van de avond zouden zitten. Een paar van de mensen in de wachtkamer waren er al zes uur! Gelukkig kwam dezelfde verpleegster weer terug en zei nogmaals mijn naam. Dit keer was het gelukkig geen foutje. Haar supervisor vond het erg vervelend dat ik eerder was teruggestuurd en zolang had moeten wachten. Het was nu rustiger in de ‘express’ deel van het ziekenhuis en één van de dokters zou me behandelen.

 

Ik wist zeker dat ik griep had. Alles wees ernaar. Maar de dokter zei dat ik negatief was voor de twee meest voorkomende griepvirussen. Misschien had ik een mild griepje of was ik goed verkouden, maar de echte reden dat ik zo ziek was, was omdat ik een infectie had. HE?!

De dokter vond het ernstig genoeg om mij meteen aan een infuus met antibioticum te zetten en ook een infuus om me weer te hydrateren. Ik liet het weer allemaal over me heenkomen. Zodra het infuus begon, voelde ik me al beter. Het uitgeputte gevoel verdween; ik was nog steeds ontzettend moe, maar ik had nu niet het gevoel dat ik meteen moest slapen. Wat een opluchting. Het infuus duurde twee uur en toen mocht ik weg. Maite had ondertussen gelukkig al iemand gevonden om ons op te halen en Ben reed meteen met ons langs de apotheek om mijn medicijnen op te halen.

 

Ondertussen heb ik al bijna mijn antibioticumkuur van tien dagen voltooid en ik voel me alweer helemaal beter. (Geen zorgen Marleen, ik maak de kuur sowieso af!) De eerste paar dagen voelde ik me nog vaak duizelig en lichthoofdig, maar nu helemaal niet meer.

 

Het was erg vervelend om zo ziek te worden tijdens mijn reis. Opeens viel het me op hoe ver van huis ik was en kreeg ik erg veel last van heimwee. Maar ik heb door dit hele gebeuren wel beseft hoeveel geluk ik heb met mijn gezondheid. Ongeveer vier dagen lang kon ik helemaal niks, niet eens tv kijken of lezen. Ook was ik compleet afhankelijk van anderen om voor me te zorgen en zelfs om beslissingen voor me te nemen, zoals de beslissing om naar het ziekenhuis gaan. De heimwee, het gevoel van machteloosheid en natuurlijk het ziek zijn zelf waren allemaal verschrikkelijk, maar dankzij een paar mensen werd het me wat makkelijker gemaakt. Kens, bedankt voor je lieve mailtjes. Nicole, thanks for the medicine and for taking care of me! Mam, bedankt voor de beslissingen nemen. En Maitie: bedankt voor al je hulp en zorg.

Beverly Hills 90210

maart 21, 2009

Op 13 maart begon Spring Break 2009 officieel. Maite en ik keken er al bijna een jaar naar uit en nu was het eindelijk zo ver. Los Angeles here we come! Of liever gezegd: Beverly Hills 90210 here we come. Jawel, voor tien dagen zou 90210 onze postcode zijn. We gingen onze spring break namelijk doorbrengen in het huis van Hillel Laks, een beroemde hartchirurg en een goede vriend van mijn vader.

 

Het huis was (bijna vanzelfsprekend) prachtig en groot. Onze logeerkamer had meer weg van een hotelkamer en Hillel en zijn vriendin Eva deden meteen hun best om ons thuis te laten voelen. Onze eerste dag in LA bleven we in Beverly Hills en brachten we door op Rodeo Drive – ik kan het niet laten om te zeggen dat deze beroemde winkelstraat om de hoek is van Hillel’s huis. We liepen er wat rond en keken vol bewondering naar de winkels van alle belachelijk dure ontwerpers. Eigenlijk durfden we nergens naar binnen te gaan, zo chic en prijzig zag alles eruit.

            Die avond zette Eva ons af bij the Grove, een lange straat met leuke (en betaalbare) winkels. Het was al donker toen we aankwamen en er hing een heel gezellige sfeer. Mooie lampjes, vrolijke mensen en vanuit de bosjes kwam prachtig muziek. Ja, ik schreef inderdaad vanuit de bosjes; raar maar waar – het gaf een erg Eftelingachtig gevoel. We brachten er een deel van de avond door en hadden het erg naar ons zin.

 

Dag twee begon met een kort bezoek aan Venice, waar Eva’s huis staat, en daarna afgezet worden op de pier tussen Santa Monica en Venice. Mait herkende de pier meteen van the OC en het strandhuisje iets verderop ook. We brachten het eerste deel van de ochtend door bij de kermis op de pier met het doen van een paar typische kermisdingen. Wat spelletjes spelen, maf doen in een erg verwarrend fotohokje en we hebben onze toekomst laten voorspellen door Zoltar. Maite needs to look on the bright side of life and I need to start that business plan I have been thinking about. Oké…

            We liepen Santa Monica in, lunchten ergens en liepen daarna naar 3rd avenue – een ander bekende winkelstraat. Toen we langs een bioscoop liepen waarop stond dat Coraline 3D over een half uur zou beginnen, besloten we meteen om erheen te gaan. Na onze wanhopig mislukte poging in New York waren we erg trots op het gemak waarmee we in LA toch de film konden kijken. Het 3D maakte het zeker leuker en we zagen er behoorlijk gaaf uit met onze brillen op – haha.

            ’s Avonds gingen we met Hillel en Eva uit eten in een erg leuk restaurant genaamd Lilly’s. Het chocolademousse is me het meest bijgebleven van dat etentje

 

In Los Angeles is iedereen het eens met het gezegde: car is king Er was Maite en mij verteld dat het behoorlijk moeilijk zou zijn om ook maar ergens te komen zonder eigen vervoer. Hillel had een auto voor ons klaarstaan en was erg verbaasd dat we geen rijbewijs hadden. Iedereen in LA heeft een rijbewijs en een auto. Maar het bleek dat we ons nergens zorgen over hadden hoeven maken: binnen tien minuten had Maite uitgezocht hoe we van Beverly Hills naar Hollywood konden komen met de bus.

            Dag drie brachten we dus door op Hollywood Boulevard; op the Walk of Fame. We namen foto’s van de sterren die zijn geplaatst voor verschillende beroemdheden en van de hand- en voetafdrukken van beroemdheden bij the Chinese Theater. Ook zagen we vanaf deze straat voor het eerst sinds onze bezoek de Hollywood Sign. Na een paar uur rondlopen en Elvis, Marilyn Monroe, Batman, Spiderman etc te hebben ontmoet, vonden we in een zijstraat een heel leuke café: Audrey’s. Het is een café ter ere van Audrey Hepburn, duidelijk gemaakt door een muur vol prachtige foto’s van haar, en het is een goede plek voor een kop koffie.

 

De volgende dag besloten we dat het tijd was om nu eens echt de toerist te gaan uithangen. Ik heb altijd al zo een belachelijk afgezaagde rondleiding in een knalrode dubbeldekkerbus met open dak willen maken. En waar kan dat beter dan in LA? We werden opgehaald bij de Beverly Hills oude postkantoor en reden door de stad heen. We zagen verschillende studio’s, Melrose Avenue, the Grove weer, Hollywood Boulevard weer en een aantal beroemde kroegen waar veel bands echt zijn begonnen. Het was misschien afgezaagd, maar we hebben heel veel lol gehad. Je moet je er gewoon even overheen zetten hoe belachelijk toeristisch je eruit ziet, zo op de tweede verdieping van een knalrode dubbeldekker.

 

Op dag vijf stonden we erg vroeg op om de bus naar Universal Studio’s te pakken. Rond kwart over acht kwamen we aan en tot onze verbazing was het compleet verlaten. Alleen een paar werknemers liepen er rond en ze waren de rode loper voor de ingang zelfs nog aan het stofzuigen. He? Ik had twee keer gecheckt en op de site stond dat het om acht uur openging. Maar nee: het bleek tien uur te zijn. Oops…

            Na twee uur te hebben gelezen mochten we eindelijk het park in en onze Front of Line credentials halen. Maite en ik hadden het geluk om voor ietsjes meer geld een kaartje te kunnen kopen die ons voorrang zou geven in alle rijen en die plekken gereserveerd zou houden voor alle shows. We voelden ons heel wat met die privileges.

 

Onze Universal Adventure begon met een toer van de studio’s en een paar van de buiten sets. We reden over een brug heen die opeens instortte, werden door de haai van Jaws aangevallen, kwamen plotseling in een regenbui terecht, zagen een dorpje overstroomd worden en een aardbeving een metrostation vernietigen. We reden door een filmset dat is gebruikt voor een film waarin een vliegtuig neerstort in een woonwijk, door Woo-ville uit het film the Grinch en langs sets die gebruikt worden voor Europese steden. Het grappige aan deze ‘Europese’ sets is dat het enige wat ze er ooit aan veranderen de straatborden zijn. Het bevestigd dat Amerikanen denken dat alle Europese steden identiek zijn. We kregen tijdens onze toer ook een heel klein beetje van Wisteria Lane (Desperate Housewives) te zien, maar helaas lang niet alles. De reden daarvoor maakte veel goed; ze waren vandaag aan het opnemen! Het was een erg vreemd idee dat al die acteurs en actrices die ik elke week op tv zie, nu een eindje verderop bezig waren met scènes opnemen die ik over een paar maanden zou zien. Die avond kwamen Maite en ik er trouwens achter dat Eva bevriend is met Marcia Cross (oftewel Bree) en ik kan niet ontkennen dat we onder de indruk waren – wat Eva natuurlijk nergens op vond slaan. Altijd leuk om achter zoiets te komen!

            Na de toer liepen we het park door en gingen in meerdere attracties en naar meerdere shows. Één show was een groot spektakel: een soort filmscène over een wereld waarin alle land is verdwenen en men gebouwen heeft weten te creëren op het water. Natuurlijk waren er ook bad guys, vechtscènes, explosies en mensen die in brand van hoge gebouwen afsprongen het water in – erg indrukwekkend.

De leukste rit vond ik toch zeker the Simpsons Ride 4D. Het voelt net een achtbaan, maar eigenlijk beweegt je karretje alleen op en neer – je rijdt dus niet echt. Doordat er om je heen een gigantisch scherm is, voelt het alsof je echt een achtbaan afdendert, door de lucht vliegt, door Springfield heensuist, naar beneden valt en weer omhoog getrokken wordt. Heel erg leuk! We zijn er twee keer ingegaan.

            Maite en ik gingen ook naar een show genaamd Meet the Animal Actors. In veel films spelen ook dieren mee, denk Evan Almighty, en die moeten natuurlijk zo getraind zijn dat ze met de acteurs mee kunnen werken. Het was erg leuk om te zien hoe ze de vogels hebben getraind, om te kijken hoe een aap de andere dieren belachelijk maakte en om de honden met gemak hindernisbanen te zien afleggen. Omdat Maite en ik Front of Line passes hadden, mochten we ook twee van de dieren ontmoeten. Een erg lieve hond, die speelt in Beverly Hills Chiuaua – een film die Maite en ik nu zeker gaan kijken – en een klein vosje, die nog in training is.

 

Rond vijf uur waren we uitgeput en was het tijd om naar huis te gaan. Maar de dag was nog niet afgelopen. Eva had op het laatste moment kaartjes voor ons geregeld om naar the Walt Disney Concert Hall te gaan in downtown LA. Die avond trad een beroemde Portugese zangeres genaamd Mariza op. De zaal en het gebouw waren allebei erg mooi en Mariza kan prachtig zingen. Het meest bijzondere van het optreden was aan het einde. Ze zette haar microfoon uit, de gitaarspelers haalden hun instrumenten van de versterkers en ze begonnen te zingen en te spelen. Door de akoestiek in de zaal kon je hun nog erg goed horen en het klonk prachtig.

Onze laatste echte dag in Los Angeles besloten Maite en ik in Beverly Hills te blijven en rustig aan te doen. We hadden namelijk een actief weekend voor de boeg. Met boeken en mijn laptop vonden we de Starbucks op Beverly Drive en gingen in de zon zitten. Op een gegeven moment liep er een vrouw langs met een kind in haar armen. Achter haar aan liep een man met een videocamera en een man met een fotocamera, overduidelijk paparazzi. Vermoedelijk hebben we Jessica Alba gezien; zonnebrillen zijn tegenwoordig zo groot dat je het nooit zeker kan weten. In Los Angeles is het haast vanzelfsprekend dat je op een gegeven moment een beroemdheid tegenkomt, maar ik vind het wel erg grappig dat we niet zeker weten wie we hebben gezien. Het kan mij niet echt iets schelen of we nou iemand hebben gezien en wie die persoon was, we zaten gewoon lekker in de zon een cappuccino te drinken. Heerlijk – of er nou toevallig een beroemdheid langsloopt of niet.

Catalina Island Camp

maart 23, 2009

Los Angeles was één en al luxe en gemak, erg leuk, maar het was tijd voor iets anders. Iets compleet anders. ’s Ochtends vroeg werden we afgezet in de haven van Marina del Rey, waar we de ferry zouden nemen naar Catalina Island.

 

Mijn broer Sasha is bevriend met een van de kampleiders van CELP, een organisatie dat gericht is op milieubewustmaking en marinebiologie. Basisscholen en middelbare scholen komen er naartoe om over de natuur en met name over de zee te leren. Ook zijn er regelmatig vrijwilligers te vinden van verschillende universiteiten. Het weekend dat wij er waren, waren er geen scholen, maar was er wel de eerste dag nog een grote groep studenten en natuurlijk de andere medewerkers.

Lissa, mijn broers vriendin, werkt al een aantal seizoenen bij de Catalina Island Camp en tijdens deze seizoenen woont ze ook op het eiland. Ongeveer vier maanden per jaar sluit het kamp en gaan alle medewerkers terug naar het vasteland totdat het volgende seizoen begint.

 

De overtocht op de ferry was prima. Onderweg werden we twee keer omringd door een groep dolfijnen, wat ik natuurlijk geweldig vond!

We werden vanaf de haven op Catalina Island opgehaald door een speedboot en naar het kamp gevaren, waar we net op tijd voor de lunch aankwamen. Na het middagmaal brachten we onze spullen naar Reef, een huisje waar Sasha, Mait en ik zouden slapen. Het was erg simpel: kasten en stapelbedden met blauw zeil voor de ramen. Wij hadden een kampleidinghuisje en daar hadden we geluk mee, want de huisjes voor de kinderen hebben gordijnen in plaats van deuren. Aangezien er vosjes en elanden rondlopen, vond ik een deur toch wel fijn.

            Die middag gingen we kajakken. Ik heb sinds het Jordanese kanokamp enkele jaren terug, iets tegen kajakken en kanoën, maar ik kan niet ontkennen dat dit erg leuk was. Het hoogtepunt was zonder twijfel toen er een paar meter voor ons een zeeleeuw opdook. Hij keek even, dook weer onder, kwam iets dichterbij weer naar boven en verdween toen weer. We gingen verder en stopten even op een strand, voordat we omkeerden.

            Na het avondeten maakten Maite en ik nog een korte wandeling met Lissa en een paar andere medewerkers van CELP. Het waren allemaal erg aardige en relaxte mensen, waar we het goed mee konden vinden. We volgden een kleine, verstopt pad genaamd the Fox Trail en toen ik vroeg waarom het zo heet, bleek dat het pad door de vossen is gemaakt. Helaas kreeg ik geen vos te zien, maar het was wel een erg gezellige avond.

 

De volgende ochtend besloten Maite en ik om te gaan moutainbiken. Er waren genoeg fietsen te leen en Lissa wist een mooie route voor ons. Het enige probleem was dat een deel van die route afgezet was voor de ‘gewone’ bezoekers; je moest een permit hebben om er te fietsen of wandelen. Ondanks dat ik er een beetje nerveus van werd dat ze ons waarschuwde om rangers te ontwijken, lieten we ons niet ontmoedigen en trokken er met een hoop penutbutter and jelly sandwiches op uit.

            Het landschap was prachtig. We fietsen langs de kustlijn; rechts van ons waren kliffen en de zee en links van ons hoge groene heuvels. Na ongeveer een half uur herkenden we het pad die we moesten nemen om naar Parsons Landing te komen, een verlaten strand waarvan Lissa zei dat het zeker de moeite waard was. We verstopten onze fietsen en trokken de heuvel op. Na een tijd te hebben gewandeld kwamen we aan op het strand en het was zeker de moeite waard. Ingesloten door hoge rotsen en heuvel en erg stil en vreedzaam. We lazen er een poos en aten onze boterhammen. Helaas was het die dag bewolkt en als je stilzat best koud, dus moesten we op een gegeven moment weer verder om op te warmen.

 

Na een paar uur gelezen te hebben in het kamp en ondertussen veel te hebben getwijfeld, besloten we om te gaan snorkelen. Zoals ik net al zei: het was die dag niet warm. Toen we de vorige dag tot onze knieën het water in moesten om in de kajak te komen, hadden we het al ijskoud. Vandaar dat we twijfelden. Maar Catalina Island staat bekend om het ‘zeewieroerwoud’ onder water en sommige zeggen zelfs dat het de beste plek is om te gaan snorkelen. Koud of niet, we gingen het zeker proberen!

            Snorkelen in koud water kan natuurlijk niet zonder een wetsuite. En Maite en ik hebben geleerd dat een wetsuite aantrekken erg veel moeite kan kosten. Eerst trek je laag één aan, een wetsuite met lange mouwen en die je benen bedekt. Dan laag twee: een wetsuite met korte mouwen en die je onderbenen niet bedekt. Daarna nog wetsuitschoenen, een soort sokken en een maffe hoofdmuts ding. Om het beeld compleet te maken: flippers en de bril en snorkel. Al met al: we zagen er belachelijk uit en mijn broer had een fotocamera bij zich om het vast te leggen.

 

Onze eerste stappen in het water waren behoorlijk koud, maar Lissa had gelijk toen ze zei dat het water tussen je lichaam en de wetsuite snel opwarmt. Zodra dit gebeurde viel het heel erg mee en wat je zag onder water, deed je de kou toch wel vergeten. Er zwommen veel knaloranje vissen voorbij genaamd Catalina Gibraltars, een beschermde vissoort. We zagen het zeewieroerwoud, twee roggen en zelfs een kleine haai. Ook bracht Lissa een zeekomkommer naar boven die we even konden aanraken, slijmerig, en een paar mooie schelpen. Het was een fantastische ervaring en we waren allebei zo ontzettend blij dat we niet saai aan land waren gebleven die middag.

’s Avonds keken we nog met de groep een film, terwijl we warme chocolademelk dronken en daarna vielen we uitgeput in slaap.

 

Onze laatste dag op het eiland brak die zondag alweer aan. Tenminste, dat hoorde zo te zijn. Er was een storm op komst en de zee was erg ruig, dus of onze ferry zou gaan was nog een beetje onzeker. Rond het middaguur belde Sasha op en hoorde dat onze boot geannuleerd was. Gelukkig lukte het hem om ons op een andere ferry te krijgen die iets eerder vertrok. We moesten maar duimen dat die wel ging, want anders zouden Maite en Sasha zeker hun vluchten van de volgende ochtend missen.

            Met een paar mensen reden we naar de haven, een enigszins enge rit zo vlak langs de kliffen bochten maken in best een hoog tempo. Maar we kwamen aan, kregen onze kaartjes en tot onze opluchting leek de ferry gewoon te gaan. Alleen kwamen we er erg snel achter waarom onze oorspronkelijke ferry was geannuleerd. De golven waren onvoorstelbaar, en dat zonder twijfel in een negatieve zin. Ze knalden tegen onze boot op, gooiden het de lucht in alsof het niks woog en verdwenen net lang genoeg zodat het boot weer naar beneden op de wateroppervlakte kon stortten. Het was verschrikkelijk. Zo verschrikkelijk dat het erg vergelijkbaar was met mijn ER wachtkamer-ervaring in hel. Velen werden zeeziek, anderen (volwassenen!) waren zo bang dat het eng was om naar ze te kijken en het gejoel ging van opgewonden naar gespannen. Af en toe wist ik zeker dat we zouden omslaan. Je kunt je niet voorstellen hoe opgelucht we waren om vastland te bereiken – dat nooit meer.

Toch moet ik toegeven dat het een avontuurlijk eind was van een avontuurlijk weekend. Catalina Island was een wereld van verschil met Los Angeles, of eigenlijk een wereld van verschil met alles wat ik tot nu toe van Amerika heb gezien. De manier waarop de inwoners van het eiland temidden van de natuur leven en hoeveel ze hun omgeving respecteren, vind ik erg bijzonder. Ik ben zeker van plan om er ooit terug te keren.

Kodak Moments

maart 26, 2009

Ondertussen ben ik al vier maanden onderweg. En in die vier maanden heb ik veel steden bezocht, veel mensen ontmoet, veel mensen beter leren kennen, veel verschillende werelden gezien en vooral ontzettend veel plezier gehad.

Voor mijn vertrek kreeg ik van mijn ouders een pré-verjaardagscadeau: een camera. Ik was er ontzettend blij mee en ook erg benieuwd naar de foto’s die ik met dit camera zou maken. Maar ik maakte me ook een beetje zorgen. Op vakanties en uitjes met familie namen mijn ouders meestal de foto’s,  op feestjes en zomervakanties met vriendinnen had minstens één van de meisjes altijd wel een camera bij zich en als ik op een schoolreis of dergelijk ging, kon iemand anders mij altijd achteraf hun foto’s sturen. Het kwam zelden voor dat ik zelf de foto’s nam. Ik besefte dat aangezien dit mijn wereldreis is en ik bovendien alleen reis, het verstandig zou zijn om ermee te beginnen.

Ik heb mijn uiterste best gedaan om zoveel mogelijk van mijn reis vast te leggen met mijn camera en volgens mij is dat het aan het lukken is:

Krottenwijken van Soweto

Johannesburg, Zuid-Afrika

Strandwandeling

Uvongo, Zuid-Afrika

Paarse Handdoek

Durban, Zuid-Afrika

IJsje

Kaapstad, Zuid-Afrika

Manhattan

Manhattan, New York

Ruth Aaron

Boynton Beach, Florida

Op een van de vele grasvelden

Rock Hill, South Carolina

Knalrode dubbeldekker

Los Angeles, California

Pier

Catalina Island, California

 Het nemen van foto’s lukt mij zelfs zo goed dat mijn picasawebsite sinds vanochtend officieel vol is en ik een nieuwe heb moeten aanmaken. Naast www.picasaweb.google.nl/sarafina.suransky bestaat er nu ook een www.picasaweb.google.nl/sarafina.suransky2. Hopelijk heb ik hierop genoeg ruimte voor de laatste deel van mijn wereldreis: Australië…

Sydney So Far

april 3, 2009

 

Voordat ik het over mijn verjaardag ga hebben, en het feit dat dit het eerste reisverslag is die ik als negentienjarige schrijf, moet ik het natuurlijk eerst even hebben over Sydney, Australië. Want ik ben er… al een poos zelfs! Hoog tijd dat ik erover schrijf.

 

Na een belachelijk lange, maar erg relaxte, vlucht – Air New Zealand is écht een aanrader – werd ik door mijn oom David opgehaald bij het vliegveld. De eerste paar dagen zou ik bij hem doorbrengen in St. Ives; het noordelijke gedeelte van Sydney. Ik had meteen al door dat St. Ives niet erg centraal ligt en er niet bijzonder veel te doen is, maar dat hoefde van mij ook niet. Eerst even bijkomen van mijn hectische/fantastische maand met Maite door een paar dagen te niksen. Helaas begreep mijn oom niet echt goed dat ik het prima vond om lekker in St. Ives te blijven en bleef me maar afzetten bij winkelcentra of dwong mijn neef me naar Chatswood te brengen. Het is (onder andere) zijn schuld dat ik nu serieus zonder twijfel een doos spullen naar huis zal moeten sturen: mijn Sydney kleren passen echt niet meer in mijn backpack (bij mijn Johannesburg, Durban, Kaapstad, New York en Los Angeles kleren).

 

Een bezoek aan de Bondi-market vergrootte mijn te-weinig-plek-veel-teveel-belachelijk-leuke-dingen-te-koop-dilemma. Kara, de dochter van mijn ooms vriendin Josie, had voorgesteld om mij een dagje uit te nemen. We begonnen op de zondagmarkt in Bondi, heel vlakbij mijn nicht Linda in de buurt. Ze hebben er de leukste kleren (denk: handgeverfde rokken, one-of-a-kind t-shirts, vintage jurken), de meest originele sieraden (denk: sieraden die op snoep lijken en zilveren kettingen met alle mogelijke hangers) en prachtige kunst (denk: foto’s van Indische huizen waar de kleuren vanaf spatten en Escherachtige transformaties van pianotoetsen naar zebra’s).

            Na teveel geld te hebben uitgegeven aan sieraden gingen we naar een havenstrand: Redleaf Beach. Het zwemgedeelte wordt afgesloten van de haven, maar je hebt er nog steeds een prachtig zicht op. Daar hebben we een paar uur in de zon gelezen, voordat we terugkeerden naar Josie’s huis. Ik ontmoette haar andere dochter, Gina en haar zoon, Brent en heb met hen geBBQ-ed die avond.

 

Na St. Ives was het tijd voor meer Bondi. Mijn nicht Linda woont met haar man Zed en hun twee kindjes Isaac (2) en Daniel (10 maanden) vlaknaast Bondi Beach. Het is hier prachtig en er is een stuk meer te doen. Ik heb mijn dagen vooral doorgebracht met Linda en de kinderen. We zijn naar verschillende stranden gegaan, hebben in de buurt heel lekker ontbeten, veel gewandeld en ook lekker veel koffie gedronken. Er zijn zo vlakbij het strand allerlei kleine cafés en Linda en Zed zijn allebei tevreden cafeïneverslaafden. Isaac en Daniel zijn cafeïneverslaafden in the making, want elk cafébezoek betekent voor hen een babychino: opgeklopte melkschuim met een beetje chocoladepoeder erop.

            De sfeer hier in Bondi is echt zo een ontspannen strandsfeer. Het lijkt alsof iedereen de dag lijkt door te brengen met relaxen in cafés, wandelen over het strand en even op en neer tussen hun huis en de zee voor een snelle duik. Mijn neefjes worden zonder twijfel van die jongens die na school alleen even hun handdoek grijpen en roepen: ‘Mom, I heading to the beach, bye!’

 

Ik heb nog nauwelijks iets van de rest van de stad gezien, dat komt wanneer ik bij mijn nicht Leanne blijf, maar ik moet zeggen dat wat ik tot nu toe van Sydney heb gezien, me bevalt.

19

april 8, 2009

Jarig zijn in het buitenland; om eerlijk te zijn keek ik er niet zo naar uit. Ik heb mijn verjaardag nog nooit van huis gevierd, dus ik had vanzelfsprekend heimwee verwacht. Hoe zou het zijn zonder mijn vrienden, gezin en onze verjaardagsfamilietraditie? Het is in de Suransky-familie een traditie om op een verjaardag ‘s ochtends in de volgorde van wie als volgende jarig is de trap af te lopen naar de woonkamer, de jarige natuurlijk voorop, terwijl er happy birthday wordt gezongen. Beneden hangt alles vol slingers en staat er een verjaardagstafel vol cadeautjes en kaarten klaar. Al achttien keer is dat ter ere van mij gebeurd, dit is de eerste jaar waarop dat niet op 5 april zou gebeuren. Reden genoeg voor heimwee, maar gelukkig bleek er teveel afleiding te zijn om heimwee op te merken.

 

Het vieren van mijn verjaardag begon op de nacht van 4 april op 5 april. Mijn nichten Linda en Leanne besloten om mij het nachtleven van Sydney te laten zien en we begonnen bij de Opera Bar: een bar aan het water vlak naast de Opera House, met fantastische uitzichten op de brug en (jawel) de Opera House. Linda vond dat ik als bijna-negentienjarige zeker een glas champagne (of twee) moet hebben. We proosten op Sydney en mijn verjaardag.

            Nog bij de Opera Bar verzonnen we een spel voor de rest van de avond. Er wordt in de Suransky familie gezegd dat Leanne en ik precies op elkaar lijken – iets waar Leanne en ik het allebei niet echt mee eens zijn – en Linda wilde het testen. Ze vroeg aan een wat oudere koppel die zichzelf snel voorstelden als Joy en Steffen of ze hen een vraag mocht stellen: ‘Twee van ons zijn zussen en één is een nicht. Wie zijn de zussen en wie is de nicht?’ Joy wist zeker dat Leanne en ik zussen waren en Steffen wist zeker dat Linda en ik zussen waren. 2-0: we namen afscheid en gingen door.

 

Na een fles champagne was het tijd voor een ijsje. En we moesten onze vraag natuurlijk ook aan de ijsverkoper stellen. Vreemd genoeg had hij het ook mis: Linda en ik waren weer de zussen, dus 3-0. Onderweg nam iemand een foto van ons en het ijsje en ook hij kreeg het mis: 4-0! Hoe was dat mogelijk?

Het volgende plan was om naar Café Sydney te gaan: een restaurant op de bovenste verdieping van een hoog gebouw met een prachtig uitzicht op de haven. Helaas was deze al aan het sluiten, dus na een korte rondleiding van een aardige ober en een blik op het uitzicht, gingen we verder. Onderweg kwamen we iemand tegen aan de telefoon, maar Linda vond onze vraag belangrijk genoeg om zijn gesprek te onderbreken. De man leek ongeveer vijf flessen champagne in zijn eentje te hebben opgemaakt, maar hij kreeg het wel als eerste goed: 4-1!

 

Leanne stelde voor om naar de Überbar te gaan: een Duitse bar met alle mogelijke soorten bier, hele leuke dansmuziek, aardige mensen en… een belachelijk lange rij. Nog een half uur tot middernacht… zouden we dat redden? Linda vond dat het onzin was om in een rij te wachten als je bijna jarig bent en liep naar de bouncer. Hij verwees ons door naar zijn baas en na een blik op mijn ID te hebben geworpen, vond ze het geen probleem om ons meteen naar binnen te laten. Yes!

            Binnen vroegen we twee gozers om een foto van ons te nemen en stelden hen natuurlijk ook de vraag. De uiteindelijke score van de nacht werd 5-2; de meerderheid vond mij dus vreemd genoeg op een zus lijken. De twee mannen bleken met een groep vrienden iemands vrijgezellenfeest aan het vieren te zijn en Linda en Leanne konden het niet laten om ze te vertellen dat ik bijna negentien werd. Dat vonden zij reden genoeg om de rest van de avond drankjes voor mij te kopen. Fine by me!

Na om twaalf uur even gegild te hebben, werd er opeens: And a very happy birthday to sister Sarafina door de DJ omgeroepen. Dat maakte de avond natuurlijk compleet.

 

De volgende ochtend – na een uur extra te hebben geslapen omdat de wintertijd hier nu pas inging – liep ik naar beneden om een verjaardagstafel te vinden met allerlei post erop, zingende familie en een koekje met een kaars erin. Na, met Isaacs hulp, de kaars te hebben uitgeblazen, begon ik met kaarten lezen en cadeautjes uitpakken.

            Daarna werd ik door mijn oom opgehaald en gingen we in Rose Bay op de pier ontbijten. Grappig genoeg heb ik het merendeel van de middag doorgebracht met cadeautjes voor familie en vrienden kopen op de Bondi-market. (Ja meisjes, jullie krijgen cadeautjes!) Zoals ik al in mijn vorige blog liet weten: de Bondi-market heeft de leukste kleren, meest originele sieraden en prachtige kunst. Ik was er niet weg te slepen.

 

’s Avonds gingen we met de hele Australische tak van de familie uit eten: Linda, Zed, Isaac, Daniel, oom David, zijn vriendin Josie, Kara en Brent, Leanne en haar vriend Gary en neef Jonathan. Ik mocht kiezen waar ik zin in had voor mijn verjaardag en het werd Santorini’s, een Grieks restaurant op Oxford Street. Er werd nog een paar keer op mijn negentiende verjaardag geproost, heel erg lekker gegeten, nog een paar cadeaus en kaarten gegeven en daarna was de avond alweer bijna om.

 

Mijn negentiende verjaardag in Sydney vieren, beviel me wel. Het was anders dan thuis, maar een erg leuke anders. Mijn familie hier heeft alles gedaan om mij een leuke verjaardag te geven en het is ze gelukt. Maar toch kijk ik uit naar op mijn twintigste verjaardag de trap aflopen terwijl mijn familie Happy Birthday achter mij zingt.

Pesach, Sydney en Bowral

april 15, 2009

Als ik aan Pesach denk, denk ik eerst aan twee dingen: haast en afscheid nemen van koekjes. Het afscheid nemen van koekjes (en taart en brood en pizza en bier en muffins en ga zo maar door) spreekt voor zich: tijdens Pesach mag het Joodse gemeenschap niks met meel of gist erin eten. Het haast gedeelte heeft te maken met mijn vader, die elk jaar weer veel te veel mensen uitnodigt voor beide seders. Twee dagen en nachten draait alles om koken, extra stoelen vinden, boodschappen doen, extra bestek vinden, de benedenverdieping presentabel maken en extra glazen en borden vinden. Uiteindelijk is het altijd erg gezellig om de avond met zoveel vrienden en familie door te brengen, maar de aanloop ernaar is nooit leuk. Daar hoefde ik me dit jaar geen zorgen over te maken: ik zou het hele Pesach-stress missen, omdat ik het met mijn familie in Sydney ging vieren.

 

Het waren twee hele fijne avonden, maar vooral de eerste avondseder is me bijgebleven, omdat deze erg… origineel was. De hele dag door waren Linda en Zed druk bezig met voorbereidingen en de enige taak die maar niet voltooid werd, was het vinden van de haggadah’s (gebedboeken voor Pesach). Uiteindelijk moest er een alternatief worden bedacht en dat werd: Facebook Haggadah’s uitprinten en uitdelen. Iedereen kreeg een rol om voor te lezen en om de zoveel tijd onderbrak Zed ons om een gebed voor te lezen uit zijn wat meer traditionele haggadah. Dankzij Facebook ging het gebed gedeel van avond een stuk sneller voorbij, wat ook fijn was voor mijn halfslapende neefjes, en hebben we veel gelachen. Ik zal hieronder een deel van de FB Haggadah laten zien. Dad: how about it, are we going to use this one next year?

 

Facebook Haggadah 

De laatste keer dat ik schreef, was ik nog niet eens Sydney’s stad in geweest. Ik had tijd doorgebracht in delen van Sydney als St. Ives, Bondi en Chatswood, maar als je in een stad bent, moet je natuurlijk ook het centrum een beetje leren kennen. Ondertussen ben ik natuurlijk wel al de stad in geweest. Mijn nicht Leanne gaat elke werkdag van Willoughby met de bus de Harbour Bridge over en de stad in. En één ochtend (vroeg…) ging ik met haar mee.

 

Ik begon in Darling Habour met koffie, waar ik veel behoefte aan had, maar zonder muffin, waar ik misschien wel meer behoefte aan had – matse vult niet! Ik liep daar wat rond, nam foto’s (want alles wat met een haven te maken heeft in Sydney is prachtig) en liep toen echt de stad in. Ik was van plan om de hele dag in de stad te blijven, maar wist niet echt precies wat ik ging doen. Ik mocht niet meer winkelen, maar moest gelukkig nog wel een paar cadeaus voor familie en vrienden vinden. Ik liep de grote winkelstraat George Street af en bracht wat tijd door in de Queen Victoria Building: een klein winkelcentrum in een gebouw zo prachtig dat het eigenlijk een museum zou moeten zijn.

            De volgende buurt die ik vond was Chinatown. Het is een erg mooie deel van de stad en natuurlijk voelt het alsof door een stad in China loopt (of hoe ik verwacht dat het zou om door een Chinese stad te lopen), maar als ik eerlijk ben, is het toch niet goed te vergelijken met New York’s Chinatown. Misschien ligt het eraan dat ik die van New York eerst heb gezien of dat het in Sydney een gewone werkdag was en er relatief weinig mensen waren, maar als ik aan Chinatown denk, denk ik toch aan New York.

            Op een gegeven moment vond ik dat ik wel genoeg had gelopen en net toen kwam ik aan bij Hyde Park. Ik kocht wat lunch bij een supermarkt – een salade die niet groot genoeg was om me te vullen – en ging met mijn boek in het gras liggen. Het is erg begrijpelijk dat ik daar de rest van de middag heb doorgebracht, toch?

 

Een paar dagen later was het weer tijd om vroeg op te staan. Ik zou samen met Kara, Gina en hun nicht Tallie naar Bowral gaan, een dorp ergens buiten Sydney. Om er te komen hadden we drie treinen nodig en de eerste vertrok al rond half negen. Het was al een poos niet met de trein geweest, die naar New Jersey telt niet mee omdat ik telkens een vliegtuig moest halen en dus niet kon genieten, en het maakte me dus niets uit hoe lang dat zou duren.

            Eenmaal in Bowral aangekomen gingen we eerst koffie drinken en aangezien Pesach net over was, mochten we eindelijk weer iets erbij nemen. Daarna begonnen we het dorp te verkennen. Waarom we eigenlijk naar Bowral zijn gegaan zou ik niet weten. Het is een erg schattige dorp, maar toch meer zo een dorp waar je doorheen rijdt… Niet dat ik het niet leuk heb gehad! Als je de straat vol auto’s achter je laat en de kleinere straten inslaat, wordt je verrast. Er zijn veel leuke boetiekjes, een geweldige snoepwinkel (met Amerikaanse, Britse, Poolse en Nederlandse snoep: Katja drop!), een vintage-dress shop (oh, was ik maar belachelijk rijk) en hele leuke cadeauwinkels. Één was zelfs zo leuk dat we er zeker meer dan een uur in hebben doorgebracht. De enige reden dat we weg gingen, was omdat we honger hadden.

Na een late lunch en nog een paar winkels pakten we de trein terug.

 

Na iets meer dan een maand in Australië heb ik eigenlijk alleen Sydney en Bowral gezien (en de weilanden en heuvels tussen Sydney en Bowral in). Maar daar zal komende maand verandering in komen: ik ga backpacken!

OZ Experience

april 21, 2009

Geloof het of niet, maar morgen laat ik Sydney achter me. En niet alleen Sydney, maar ook de huizen en het gezelschap van mijn familieleden. Voor het eerst in mijn leven ga ik écht alleen op reis: geen veilige logeerbedden bij familie, geen home cooked meals, geen uitgebreide advies over waar ik heen zou moeten gaan. Voor het eerst zal ik het echt helemaal alleen moeten doen.

 

Mijn backpack avontuur begint met een vliegreis naar Cairns, want van het noordelijke Cairns ga ik mijn weg terug naar het zuidelijke Sydney werken. En dat ga ik doen met hulp van OZ Experience: een hop on hop off buspas. Ik heb gekozen voor de Cobberpass en daar hoort te volgende route bij:

 

Cobber Pass

  

Ik heb voor OZ gekozen, omdat het de meest zelfstandige busreis was die ik kon vinden. De groene stippen op het kaart hierboven zijn mogelijke haltes: plaatsen waar je mag kiezen of je uit wilt stappen. De oranje stippen zijn verplichte haltes: plaatsen waar je minstens één nacht moet doorbrengen, omdat de bus die dag niet verder rijdt. OZ-bussen vertrekken vier keer per week vanaf elke halte en daardoor kun je helemaal zelf beslissen hoe lang je in een bepaalde plaats wilt blijven. Als je het ergens geweldig vindt, kun je beslissen om daar een week langer dan je had gepland te blijven. Een ander voordeel: als de mensen waarmee je in de bus zit niet echt jouw mensen zijn, dan kun je gewoon bij de volgende halte uitstappen en hun uitzwaaien.

 

Een andere verschil tussen OZ Experience en andere busdiensten is dat je buschauffeur tevens een gids is. Verhalen van voormalige OZ-reizigers maken duidelijk dat je juist hierdoor zoveel van Australië te zien krijgt. Onderweg stop je bij onverwachte ‘tussenhaltes’ waar andere busdiensten gewoon voorbij rijden. Welke dat zijn, krijg je pas onderweg te weten, maar de verhalen gaan over: krokodillenboerderijen, bare-foot lawn bowling en iets wat te maken heeft met the bush, Aborginals en stenen.

 

Morgen begint mijn solo backpackreis dus echt. Het idee van alleen reizen is eng, maar ook erg gaaf. Om deze zes maanden een echte wereldreis te noemen, moet ik wel minstens een maand echt alleen reizen. In jeugdherbergen slapen, mijn eigen eten kopen, compleet onafhankelijk zijn. Dat kan ik. En kom op: ik heb niet voor niets een backpack gekocht!

Cairns

april 24, 2009

Backpacken van Cairns naar Sydney begint natuurlijk met een vliegtuigreis naar Cairns. Na opgelucht zonder vertraging en met backpack te zijn aangekomen, nam ik een shuttle de stad in. Ik zou twee nachten bij Gilligans Backpackers blijven, vlakbij de haven, en het werd me meteen duidelijk dat dit een plek was om te feesten. Helaas was dat niet echt waar ik zin in had, aangezien ik erg vroeg was opgestaan en erg vroeg de volgende ochtend moest opstaan. Dus na een beetje door Cairns te zijn gelopen, een goedkope maaltijd ergens te hebben gegeten en mijn tas voor de volgende dag klaargemaakt, ging ik al slapen. Met iPod-oortjes was het bijna te doen.
 
De volgende ochtend (zo veel te vroeg) ging mijn wekker af en ik maakte me zo stil mogelijk klaar. Ik sliep in een female 8 bed dorm, maar er waren maar twee andere meisjes waarmee ik de kamer deelde. En zij sliepen natuurlijk nog.
       Ik liep gapend naar the Reef Fleet Terminal, waar een grote catmaranferry wachtte om mij (en nog een hoop toeristen) naar Green Island te varen. Oke… als je mijn blog een beetje aan het volgen bent, weet je dat Maite en ik nogal een hekel hebben aan ferry’s na Catalina Island, dus ik moet zeggen dat ik een beetje zenuwachtig was. Ik had geen zin in hel op zee #2. Op een gegeven moment werd er omgeroepen dat we moeten blijven zitten due to rough seaconditions. Nou, het was een beetje dobberen op een zeilboot vergeleken met hel op zee ervaring. Gelukkig!
 
Green Island is een soort minioerwoud op een zandeiland en is prachtig. Maar ik voelde me een beetje eenzaam, terwijl iedereen zich verspreidde over het eiland. Ik liep naar het strand, waar twee meisjes omstebeurt foto’s van elkaar aan het nemen waren. Ik (omdat ik zo aardig ben) bood aan om er een van hun samen te maken en we begonnen te praten. De meisjes heetten Meggy en Annika, komen allebei uit Duitsland en hadden elkaar een week eerder ontmoet. Ze vroegen of ik zin had om de rest van de dag met hun door te brengen en daar had ik natuurlijk zin in!
 
Het was echt een gave dag. Eerst haalden we onze snorkelequipment op en trokken een maffe blauw pak aan (om te vermijden dat je wordt gestoken door stingers). Onderwater was het een heel ander wereld. Je moest een stuk zwemmen om bij het echt mooie deel van de Reef te komen, dit wisten we dankzij Meg, die werkt voor de ferrybedrijf. De koraal is prachtig, vooral de oranjedelen (waar Nemo’s doorheen zwemmen!). En de vissen zijn natuurlijk ook prachtig. Mijn favouriet was een grote regenboogkleurige die ik ongeveer 5 minuten heb gestalkt. Er waren ook abnormaal gigantische, ik heb nog nooit zulke grote vissen gezien. De beste deel was toen ik omringd was door allerlei verschillende vissen vlakboven het koraal. Als je gewoon een beetje erboven hangt, willen ze niet wegzwemmen en zijn ze opeens overal.
 
De rest van de dag brachten we door op het strand, maar wisselden dat af met de ligstoelen bij het zwembad als het te heet werd. Annika en ik kregen uit het niets een gratis cocktail: een Green Island Sunset, wat voor een backpacker natuurlijk een fantastische traktatie is. Ook hebben we een wandeling door de oerwoudgedeelte van de eiland gemaakt, even ontsnapt aan de toeristen (zoals wij).
 
In de namiddag gingen we met z’n drieen weer terug naar Cairns en besloten een uur later te meeten voor het avondeten. Dat was weer een goedkope backpackersmaaltijd, maar dan in een kroeg die zich aan het voorbereiden was voor lady’s night. Tussen 10 en 11 zouden de barmannen gratis champagne uitdelen en daar bleven we natuurlijk voor. Helaas had ik weer de dilemma van vroeg moeten opstaan om mijn OZ Bus te halen en nam ik al veel te vroeg voor op lady’s night afscheid van Annika en Meg.

Al met al was het dus een ontzettend leuke eerste dag.