Ruth Aaron

februari 28, 2009

In Boynton Beach, Florida woont de oudste lid van de Suransky familie: mijn 97-jarige oud-tante Ruth Aaron. Mijn vader wilde heel graag dat ik, ergens tijdens mijn maand in New York, naar Florida zou vliegen om haar op te zoeken. Ik besloot om te gaan; het was iets wat ik voor hem en haar wilde doen. Uiteindelijk ben ik mijn vader erg dankbaar dat hij mij heeft gepusht om te gaan – het was een ervaring die ik nooit zal vergeten.

 

Aunty Ruth heeft een ongelooflijk leven gehad. Ze heeft zoveel gereisd, zoveel mensen ontmoet, zoveel meegemaakt. Fantastische ervaringen, maar ook ervaringen zo onvoorstelbaar oneerlijk en zwaar dat ik er stil van werd. Haar leven is net een roman en het meest bijzondere is dat ze op 97-jarige leeftijd nog steeds elk hoofdstuk herinnert. Mijn oud-tantes geheugen is beter dan die van mij – ja echt, ik meen het! En dat is een waar geschenk voor iemand die zo een bijzonder leven heeft geleid. Ik ben haar ontzettend dankbaar dat ze haar verhalen met mij heeft gedeeld. En nu wil ik ze graag met jullie delen.

 

Tijdens mijn korte verblijf hebben we vele uren gepraat en heb ik vele vragen gesteld. De antwoorden waren zo krachtig dat ik, eenmaal terug in mijn eigen kamer, meteen zoveel mogelijk van haar woorden heb opgeschreven. Ik wil ze niet vergeten.

            Mijn oud-tante woonde in Duitsland toen hitler aan de macht kwam en de verschrikkingen van de Tweede Wereld Oorlog begonnen. Ze was een joodse vrouw, getrouwd met een joodse man en was dus niet veilig. Op een dag werd haar man meegenomen door de Gestapo en naar een concentratiekamp gebracht. Het was toen nog onduidelijk wat er precies aan het gebeuren was, maar mijn oud-tante wist meteen dat ze alles op alles moest zetten om hem zo snel mogelijk terug te krijgen. Hieronder zal ik delen van ons gesprek overtypen.

 

‘There was an American lawyer who was in cahoots with the Gestapo. A friend of mine told me about him and I went to see him right away – that same evening. There where many woman there, waiting to see him, they all needed his help. And I spoke to him and he told me:

“I know where your husband is.” I wanted to know in which concentration camp, but the American lawyer said I didn’t need to know: “A camp near Berlinis all he would say.

            He asked for $1000 in advance and to receive another $1000 when I had my husband back. But I didn’t have that kind of money. Our bank accounts had all been frozen by the Gestapo.

 

My mother-in-law came then and she had taken all her money, all of it, out of her bank in Frankfurt. Then we sold all the jewellery we had. Now she had all that money and we had to keep it on our bodies, because if they found it… All that money, so much money, it was all in our pockets. The lawyer became very wealthy, he became a rich man.

            Once I had given him the money, he gave me a lot of tasks. I had to run around the city to meet people and talk to them about everything. To arrange everything.

 

Then one day I was ordered to the Gestapo. I was very afraid, because you know, many people went and didn’t come back. But I went and I took all my papers with me.

While I was sitting there waiting it was horrible. There was an elderly lady who was crying and crying and the officer was screaming at her. And she kept on crying and crying. All I could think was: I am next. I was very afraid. But when he saw me his whole attitude changed. He was very nice. The first thing he did was look me up and down and then he said: “You are not a Jew, right?” I was young and I had blond hair and blue eyes, he could not believe I was a Jew. I showed him my papers and he said: “Your husband will be out of the camp in a few days.” I felt my heart flutter and I was so very happy. I left the Gestapo’s office and I wanted to buy a chicken. I wanted to make chicken soup for my husband for when he came back home to me.

 

The day came that he was supposed to arrive and I waited and waited. I sat at the window overlooking the courtyard and was so full of hope. I waited the whole day. When it became dark, I grew very worried. Then a man walked over the court yard and I though: that must be him, but he looked so different. I wouldn’t have recognized him on the street for now he was pale and thin and looked unhealthy. So different.

            My husband was extraordinarily grateful to have been let go. He said something to me that I will never forget: “One more day and I would have walked into the electric fence. Like the others.” One more day, I thought.

 

We now needed to leave Germany. My brother and sister where in South Africa and wanted us to join them, but we couldn’t. Getting entrance to South Africa would have taken years. Finally we got on a boat to the United States. This boat left from Holland and we stayed with friends there for a while. This was before Holland was taken and I said to my Jewish friends there: “Leave now, leave with us. They will come to Holland.” And they replied: “Never, they will never come to Holland.”

 

The boat trip was horrible, but our arrival was something else. I remember seeing the Statue of Liberty and understanding that it meant we had made it out. That we were safe.

 

Ik heb urenlang sprakeloos naar haar verhaal geluisterd. Soms was ik zo ontroerd dat ik tranen in mijn ogen had. Ik vind het ontzettend bijzonder dat ik vragen heb kunnen stellen aan een (joodse) persoon die het begin van de Tweede Wereld Oorlog echt heeft meegemaakt. Hoeveel mensen krijgen de kans om het verhaal te horen van degene die er werkelijk bij was? Het was een gesprek die ik mij altijd zal herinneren, over een periode in de geschiedenis die wij samen nooit mogen vergeten.

Mom and the City

februari 26, 2009

Tijdens mijn reis bezoek ik veel vrienden en familie, maar afgelopen week was ik juist degene die bezocht werd. Van 13 februari tot 20 februari bezocht mijn moeder mij in New York City en het was fantastisch.

 

Al jaren is het zo dat als ik op de terugweg van een reis ben, ik zeker weet dat mijn moeder op Schiphol staat om mij te verwelkomen. Maar het komt zelden voor dat ik degene ben die in de aankomsthal zit te wachten en ik vond het hoog tijd om dat weer eens te doen. Dankzij de subway en de airtrain kon ik ervoor zorgen dat ik ruim op tijd bij Arrivals in John F. Kennedy Airport stond. Terwijl ik daar zat, bedacht ik mij dat deze 2,5 maand waarschijnlijk het langste is geweest dat ik mijn moeder niet heb gezien en ik werd opeens heel ongeduldig. Allemaal mensen zwaaiden opgewonden, renden om het hek heen om hun familielid of goede vriend te omhelzen en ik bleef maar zoeken, ogen op de deuren gericht. Totdat eindelijk mijn eigen moeder door de deuren liep en zoekend om zich heen keek. YES, HIER BEN IK!

 

We hebben samen een ontzettend leuke week gehad. Naast velen uren doorbrengen in Barnes & Noble, hebben we ook de Guggenheim Museum bezocht; waar de tentoonstelling Artists Contemplating Asia te zien was, zijn we heerlijk uit eten geweest, maar hebben tevens heerlijk binnen gegeten bij Shael en Brie en bij Linda, Brie’s moeder. Natuurlijk heb ik mijn moeder ook the Tea Lounge laten zien en hebben we daar lang gepraat met een kop koffie in de hand. En het was bovendien tijdens deze week dat ík voor het eerst mijn moeder heb getrakteerd op een diner in plaats van andersom, in een leuke Italiaanse restaurant genaamd Al dí La.

Het meest bijzondere wat we tijdens mijn moeders verblijf in NYC hebben gedaan, was zeker met the Staten Island Ferry heen en weer gaan. De ferry is voornamelijk voor mensen die in Manhatten werken maar op Staten Island wonen en dagelijks dus heen en weer moeten. Maar eigenlijk zou iedereen zo nu en dan de korte reis moeten maken, het is prachtig en bovendien: het kost niets! We gingen meteen het boeg op en werden zowat omver geblazen, maar lieten ons niet afgeschrokken door de sterke en koude wind. Zodra we een eindje hadden gevaren, waren we allebei erg onder de indruk van het uitzicht. Niet alleen was de lucht prachtig door de zonsondergang, maar we hadden nu een perfect zicht op wat we achter ons lieten. De onvoorstelbare skyline van Manhattan en daarnaast de wat meer bescheiden Brooklyn. Het was zo mooi, maar daar bleef het niet bij. We vaarden namelijk langs the Statue of Liberty. Ik beken dat ondanks dat ik al meer dan een halve maand in New York heb gewoond en twee zomers geleden hier een paar weken heb doorgebracht, ik nog nooit Lady Liberty heb bezocht. Dus ik was blij haar eindelijk eens gezien te hebben, zeker tijdens zo een spectaculaire zonsondergang. The Staten Island Ferry is dus simpelweg een must als je New York bezoekt.

 

Op mijn moeders laatste dag besloten we in Brooklyn te blijven en hier 5th avenue af te lopen. The 5th avenue in Manhattan is erg berucht en beroemd, maar ik moet zeggen dat de 5th avenue van Brooklyn mij toch meer aanspreekt. Het zit vol kleine, unieke winkels waar prachtige kleren, vintage en modern, en allerlei andere schatten te vinden zijn. In een jurkenwinkel genaamd Teddy’s kocht mijn moeder voor mij het mooiste zwarte jurkje die ik ooit heb gezien en het verwennen hield daar niet bij op! In een beauty lounge genaamd Element had ze geregeld dat we een manicure en pedicure zouden krijgen. Zoals vele van jullie weten: ik heb iets tegen voeten – vraag me niet waarom – maar ik maakte me dus lichtelijk zorgen. Nou ik was er gauw overheen, je zit in een massagestoel, je ene voet zit in een minibubbelbad en je andere voet wordt gemasseerd. Wie heeft dan tijd voor een voetenfobie? Het was heerlijk om zo vertroeteld te worden en het resultaat is prachtig.

 

Helaas was het toen tijd om afscheid te nemen. Mijn moeder werd opgehaald in een chic zwarte auto om naar JFK te worden gereden en na een knuffel en een kus verdween ze achter de getinte ruit. Het was erg verdrietig om haar te zien vertrekken, het huis voelde meteen een stuk leger, maar het was geweldig dat ik een week van mijn wereldreis met mijn moeder kon delen.

Nevada Dan

februari 14, 2009

Wanneer je een wereldreis maakt, kun je verwachten dat je onderweg allerlei verschillende soorten mensen ontmoet. Maar eergisteren had ik toch wel een erg aparte ontmoeting. Zo apart dat ik het wel een blog waard vind.

 

Ik was voor een paar dagen bij Sasha en omdat hij geen extra sleutel voor mij had, kon ik kiezen tussen de hele dag binnen zitten, of de hele dag buiten zijn. Dus met mijn laptop, portemonnee, metropas en een boek trok ik erop uit. Na een poos ronddwalen, besloot ik om in de Starbucks op Union Square te gaan schrijven. Maar ik werd na een half uur al afgeleid door een groep mensen die voor het raam stonden. Ze stonden allemaal om een man in een zwart pak met een rode das heen en leken nogal onder de indruk te zijn. Het duurde even, hij stond met zijn rug naar mij toe, voordat ik doorkreeg dat de man met de rode das aan het goochelen was. Na eventjes vanuit het raam te hebben toegekeken, ging ik verder met schrijven en besloot om mij pas bij de groep mensen aan te sluiten wanneer ik klaar was in de Starbucks.

 

Na driekwartier had hij al vier groepen mensen om zich heen gehad en ik bedacht me opeens dat ik hier wel uren zou kunnen blijven schrijven en hij dan misschien al weg zou zijn. En ik was toch wel benieuwd naar waarom iedereen bleef staan. Dus ik pakte mijn camera en een dollar en liep naar buiten om me voor te stellen. De goochelaar stelde zichzelf voor als Nevada Dan en vond het alleen maar leuk dat ik een filmpje wilde maken. Na lachend te hebben toegekeken hoe hij een munt voor mijn ogen liet verdwijnen en hij mijn queen of spades probleemloos tevoorschijn toverde, vroeg hij of het goed was of hij een kop koffie met me kwam drinken binnen. Waarom niet? dacht ik. Wanneer ga ik anders koffie drinken met een goochelaar?

            Zijn echte naam bleek Daniel Davenport te zijn. Hij is een vijfentwintigjarige goochelaar/acteur/schrijver, een mengelmoes zoals zoveel acteurs hier in New York. Daniel komt oorspronkelijk uit Reno (vandaar Nevada Dan), maar woont al een hele poos in Manhattan en Union Square is zijn podium. Voorlopig?

 

Op een geven moment hadden we het over boeken en toen over onze favoriete kinderboeken. Degenen van jullie die mij goed kennen, weten dat Dr. Seuss’ The Lorax mijn lievelingskinderboek allertijden is. Daniel had het over een schrijver genaamd Shel Silverstein en diens boek The Giving Tree, waarvan ik nog nooit had gehoord. Dus staken we het plein over en gingen Barnes en Noble binnen. Het is normaal om daar een boek te pakken en te gaan lezen, de medewerkers vinden het best, zolang je maar niet voor een boekenkast gaat zitten. Dus we lazen The Giving Tree en The Lorax aan elkaar en drie nieuwsgierige kinderen voor – als je die boeken nog niet hebt gelezen, zoek ze dan in de volgende boekenwinkel die je ziet even op, ze zijn het waard! Daarna gingen we $1 pizza halen een paar straten verderop. Onderweg bleef Daniel af en toe staan om te goochelen en het was ontzettend leuk om te zien hoe eerst één persoon twijfelend blijft staan. En dan nog iemand. En dan een groepje vrienden. En voor je het weet staat er weer een kring nieuwsgierige toeschouwers om hem heen. Aan het einde van een ‘optreden’ zegt hij altijd:

            ‘The end of the show is near and even though it was a free show, I am going to tilt my hat to you. If you enjoyed yourself, please let my hat know.’

Ik was verrast om te zien hoeveel mensen iets geven en hoeveel hij uiteindelijk binnen een uur verdient. Dat had ik niet verwacht.

 

Uiteindelijk hebben we de rest van de dag doorgebracht met door Greenwich Village en Chelsea lopen en zijn daarna terug naar the Starbucks gegaan. Het was een onverwachte ontmoeting dat leidde tot een onverwachte, maar ook erg leuke dag.

 

Als je ooit in New York bent, ga eens kijken bij the Starbucks op Union Square.

Durban vs. New York

februari 9, 2009

Durban was wederom fantastisch. Zo fantastisch dat het vertrekken vergelijkbaar was met mijn afscheid op Schiphol. Het is moeilijk om mensen waar je veel van houdt achter te laten en al helemaal als je niet had verwacht dat het zo moeilijk zou zijn. Hannah en ik zijn in een korte tijd terugveranderd in beste vriendinnen en, cliché of niet, haar huis voelde aan als mijn huis. Durban gaf mij het ene na het andere geweldige ervaring en ik heb van elk seconde genoten. Hier zijn mijn dagen (en nachten) in Durban:

 

Rondrijden met Hannah als chauffeur – wandelen door the Bontanical Gardens – zonnen op het strand en springen in de golven – kingsen met maffe regels – boeken verslinden – go-karts racen – vaak en lang uit dansen gaan – leuke jongens ontmoeten – wakker worden met een flensjesontbijt, gebakken door Tania en Dale – meezingen met Hannah’s Lion King pianospel: Hakunu Matata – maffe pruiken en andere vermommingen uitproberen bij Everlasting – Chicken Curry poging 3 maken – wegvliegende parasols vasthouden – cocktails drinken bij the Beach Club – aan mijn nieuwe roman werken – op mijn laatste nacht zingen en dansen op Mamma Mia, Moulan Rouge en the Spice Girls op het nieuwe balkon en dan, onvermijdelijk, afscheid nemen.

 

Durban en ik klikten, ik voelde me er echt heel goed, maar het was tijd voor deel twee van mijn wereldreis. Farewell South-Africa, United States of America: here I come. Of beter gezegd: here I am. Brooklyn, New York is al precies een week mijn voorlopige thuis en tot nu toe geniet ik er erg van. Het is, vanzelfsprekend, anders dan Zuid-Afrika. Het verschil in weer is allereerst overduidelijk: Durban was zonnig en warm en New York is ijzig en koud. In Durban was alles erg relaxt, hoe laat het precies was leek niemand iets te schelen. Hier in New York gaat alles drie keer sneller en draagt iedereen een horloge, om het maar zo te zeggen. Maar ik niet. Ik heb een hele maand om op mijn eigen tempo te doen waar ik zin in heb.

De eerste dagen heb ik me vooral beziggehouden met Manhattan en mijn dure metropas: Soho, Greenwich Village, Upper Midtown, Lower Midtown, Chelsea en the East Village. Ook heb ik veel gelopen op de lange straat die dwars door heel Manhattan gaat: Broadway. En veel gewinkeld op die straat… want ik kan natuurlijk niet in Zuid-Afrikaanse korte broeken en hemdjes rondlopen terwijl het sneeuwt. Naast me in Manhattan bevriezen, breng ik veel tijd door in the Tea Lounge hier in Brooklyn. Een erg leuke café met een erg huiskamerig gevoel. Al zullen niet veel huiskamers dertig mensen met laptops in zich hebben. Ik vind het best, mijn laptop en ik passen er prima tussen en het is de ideale plek om zonder afleiding te schrijven. Met hulp van warme chocolademelk en een muffin natuurlijk.

 

Afgelopen woensdag ging ik samen met Brie, Shael, Sasha en zijn vriendin Nadija naar een dinner party in Manhattan. En ik ben er nog steeds niet overheen hoe pretentieus dat klinkt – haha. Ik heb heerlijk gegeten en ontzettend genoten van het gezelschap. Bijna alle aanwezigen waren acteurs, het waren Brie’s vrienden en zij is actrice, en ik heb gemerkt dat acteurs zich helemaal inleven als ze een verhaal vertellen. Dus ik heb ontzettend veel dubbel gelegen.

            Van het weekend had ik nog een Manhattanse avond uit. Eerst gingen Shael, Sash, Brie en ik uit eten bij een hele goede Chinese restaurant, met een vijver vol prachtige koi’s op de benedenverdieping. Daarna gingen we naar een Franse film, genaamd The Class of Entre les murs. Het was een erg mooie film, heel realistisch en zeker een aanrader. Maar de nacht was daarmee nog niet ten einde. Sasha en ik haalden Nadija op en gingen naar het eerste feest van de avond. Het was bij één van Sasha’s vrienden en verschilde veel van de Durbanse feesten. Geen gedans, veel gepraat. Leuk, maar we besloten door te gaan naar feest twee. Het enige probleem was dat Nadija’s vriendin haar feest vierde in een club. En ik ben nog geen 21… Het plan was om een ID te lenen van iemand binnen, dus Nadija ging op onderzoek uit terwijl Sasha en ik pizza aten om de hoek. Helaas bleek dat haar vriendin het feest op het laatste moment had verhuisd en we konden haar niet bereiken. Dus het is me nog niet gelukt om voor 21 door te gaan. Volgend weekend misschien?

 

New York voelt dan misschien wel aan als een compleet andere wereld dan Durban, maar dat maakt niet dat de één beter of slechter is. Ze zijn anders en het is even wennen. Maar ik weet nu al dat mijn weken hier geweldig gaan worden.