Surfing at Spot X

mei 20, 2009

Brak en wel keek ik nogal op tegen het surfen. Ik had er al de hele maand zin in, maar ook ergens de verwachting dat ik de eerste beginner zou zijn om ter plekke te verdrinken, de surfboard kwijt te raken of iemand anders ernstig te verwonden. Ik maakte me dus zorgen.

De Surf Camp waar ik heen ging, was op de locatie Spot X. Wat inhield dat we niet wisten waar we heen gingen en waar we zouden surfen – behalve dat het ergens tussen Byron en Sydney is. Spot X bestaat uit niet meer dan de kamp en een strand. Mojo Surf (die ons lessen zou geven) probeert Spot X redelijk stil te houden, zodat het echt een surfplek blijft en niet nog een strand waar backpackers en gezinnen komen om te zonnen en zandkastelen te bouwen. De enigen die er mogen komen zijn OZ Experience passagiers en leerlingen van Mojo Surf. Het idee dat we allemaal beginnelingen waren en er geen strand vol uitlachende toeschouwers was, stelde me al ietwat gerust. 

Eerst kregen we een uitgebreide introductie over surfen en over het bepaalde strand waar we gingen surfen. Er werd verteld waar de zandbanken waren en waar het tij je het sterkst de zee in trekt (rips), wat voor een golven er vandaag zouden zijn enzovoort. Ook was er een hele rij serieuze en hilarische regels op een surfplank geschreven:
            #1: Have Fun & Look Cool
            #4: Don’t Pee In Your Wetsuite!
            #6: Always Laugh at Instructors (crappy) Jokes
            #10: There is No Rule # 10
            #12: Don’t Drag Your Board over the Sand
           #22: The Ocean is a Big Cup of Tea
           #23: Make Sure the Water is Wet

Op het strand begonnen we echt te oefenen, wat er achterlijk uitzag, maar echt hielp. Liggend op ons board (op het zand) herhaalden we de paar stappen keer op keer.

  1. Tenen op het staart (‘onderkant’ van de board), armen rond borsthoogte bij je denkbeeldige lijn en peddelen.
  2. Als de golven je tenen raken nog drie keer goed peddelen.
  3. Trek je ‘achterbeen’ (degene waar de koord aan zit) op de boord terwijl je de rails (zijkant) vastgrijpt op de denkbeeldige lijn.
  4. Duw jezelf omhoog, leun eventjes op je achterbeen terwijl je jouw ‘voorbeen’ schuin in het midden van de board neerzet op de denkbeeldige lijn
  5. Zak door je knieën, leun naar voren, spreid je armen
  6. Surf en Shaka (de surfers peace-teken: pinkie en duim omhoog, andere drie in vuist). 

Op het strand was ik natuurlijk uitzonderlijk goed, maar op het strand was het ook niet bepaald een uitdaging. Zodra we het water ingingen, begon het echt. Na drie keer halfliggend op mijn surfplank de golf te hebben verprutst, kwam mijn surfleraar naar me.
            ‘Are you from Russia?’ vroeg hij.
            ‘No…?’ antwoordde ik.
            ‘Well then why are you rushing it? Just relax.’
Goed surfersadvies. Ik ging weer klaar op mijn board liggen: tenen op de staart en rond borsthoogte aan het peddelen. Ik voelde de golf mijn tenen raken, peddelde drie keer hard, deed god weet wat en opeens stond ik. De surfleraar schreeuwde nog iets en ik herinnerde dat ik door mijn knieën hoorde te zakken, dus dat deed ik. En toen was ik aan het surfen! Zomaar opeens! En dat zonder iemand ernstig te verwonden! Ik gleed met de golf mee naar het strand, viel er toen een beetje klunzig vanaf (ze waren ons vergeten te vertellen hoe je dat gracieus doet) en rende meteen, board en al, de zee weer in.

Na twee uur was ik compleet uitgeput, maar heel erg vrolijk. Surfen is fantastisch! Het is veel werk, vooral al het gepeddel en teruglopen, maar het is het zo ontzettend waard. Ik heb helaas 0 foto’s om te bewijzen dat ik heb gesurft, aangezien dat $30 zou kosten, maar dat kan me niet eens iets schelen. Volgende keer als ik surf dwing ik wel iemand om foto’s te nemen, want er komt zeker een volgende keer.

Met onze busgroep (de chauffeur Sonic, Emma, the twins Charlotte en Sara, Zweedse gozers en nog een paar anderen waarvan ik de naam niet weet) genoten we van de Surf Camp BBQ – yes, geen pasta – en gingen toen op het kampvuur zitten. Daar ontmoette we twee die-hard Ozzie surfers van Perth, die van plan zijn de hele kust af te rijden en overal te surfen. Met hen hebben we een paar uur gedebatteerd over waar bepaalde Australische woorden op slaan. Zo zeggen ze in plaats van flip flops thongs? Een discussie over het ene woord leidde tot het debatteren over een ander woord en uiteindelijk hebben we daar de hele avond gezeten.

Mijn laatste dag en avond met OZ Experience was dus zeker een succes. OZ Experience was over het algemeen zeker een succes.

Doordat de bus die ons hoorde op te halen een lekke band had, kregen we (Laura, een Iers meisje en een groep Engelse vrienden) 2,5 uur extra in Brisbane – die we bij de bushalte doorbrachten. Toen de bus eindelijk aankwam was iedereen ongeduldig om te vertrekken, want we hadden allemaal zin in Byron Bay.

Zowat alle northbounders (mensen die van Sydney naar Cairns gaan in plaats van Cairns naar Sydney) die ik tegen ben gekomen, zeiden dat Byron geweldig was en een hoogtepunt in hun reis. Ook had mijn Australische familie alleen maar goeds over Byron te zeggen. Dus ik was benieuwd.

We kwamen, door de vertraging, al behoorlijk laat aan en hadden ongeveer een kwartier voordat we met de hele bus naar Cheeky Monkeys zouden gaan: de beruchte backpackersclub van Byron. Daar moesten we veel lawaai maken en werden beloond met gratis bier en frietjes – OZ Experience is geweldig.
            In Cheeky Monkeys worden allerlei wedstrijden en spelletjes gespeeld voor gave prijzen. Maar wat je doet om de prijzen te winnen ging mij iets te ver. Zo liepen er halfnaakte backpackers rond met de vlag van hun land op hun borstkas geschilderd – voor mannen niet zo interessant, voor vrouwen een heel ander verhaal – hopend om een bar tab te winnen. Het Jenga spelen was prima en daar heb ik ook een gratis glas wijn door gewonnen, maar wat je moest doen om een skydive te winnen was mij ook teveel. En dat zegt heel wat, want ik wil niets liever dan nog een keer skydiven. 

Byron Bay bestaat uit heel veel leuke winkeltjes en een geweldig strand. Er was mij dus al vaak verteld dat Byron fantastisch is, maar daar werd altijd aan toegevoegd: alleen als de zon schijnt. Ik had geluk; het weer wat perfect.
             Na een dag op het strand te hebben gelegen en wat meer window shopping te hebben gedaan, ging ik terug naar mijn hostel. Ik had de vorige avond Jimmy (Belgisch), Steven en Marit (Duits) ontmoet en heb met hen gegeten. Daarna hebben we gekletst totdat de PLEASE QUIET bord aanging en de hele hostel leek te verhuizen naar Cheeky Monkeys. We sloten ons aan bij de groep, maar helaas was de muziek slecht die avond en ging ik niet al te laat naar bed. 

Na te hebben ontbeten met mijn roommate, de Nederlandse Ilse, wilde ik meteen terug naar het strand. Zij en haar busmensen (OZ Ex Northbound) waren dat ook van plan en dus heb ik de rest van de dag luierend met hun doorgebracht.
            Onze hostel had gratis fietsen te leen en Ilse en ik hadden allebei al behoorlijk lang niet gefietst en er zin in. Byron Bay’s vuurtoren hoorde een prachtig uitzicht te hebben en we besloten om erheen te fietsen. Alleen was het al vier uur ’s middags en moesten we voor zonsondergang (kwart over vijf) terug zijn met de fietsen. We begonnen te peddelen. Het was veel heuvelopwaarts en enigszins uitputtend, maar ook heerlijk. Ik keek meteen uit naar weer terug in Nederland mijn fiets uit de schuur te halen en gewoon te kunnen fietsen.
            Het uitzicht was prachtig, vooral met de zonsondergang erbij en de terugweg was geen probleem: allemaal heuvelafwaarts. 

Na met een grote groep te hebben gegeten, begonnen een paar drankspelletjes. Jimmy, Marit en ik deelden een zak goon. Ik bedenk me nu dat ik jullie nog helemaal niet heb verteld over goon. Iedereen kent de dozen wijn die mensen meenemen naar picknicks toch? Nou hier in Australië wordt de zak die in de doos zit met nep wijn erin goon genoemd. En backpackers zijn er gek op. We halen het natuurlijk uit de doos, dus het is makkelijk mee te nemen, heel goedkoop en als de zak leeg is kun je het opblazen en als kussen gebruiken. EFFICIËNT! Sommige mensen vinden het het meest walgelijke drankje ooit, en dat is soms ook zo, maar sommige merken en smaken zijn prima te drinken. Met een klein groepje speelden we Ring of Fire/Kingsen – wat verwarrend is, omdat iedereen andere regels kent. Daarna sloot ik me aan bij een nieuw spelletje die ik nooit meer zal spelen: flip cup. Goed voor teamspirit, maar slecht voor je lever.

Het merendeel van de bus was de volgende ochtend nog steeds uitgeput en verre van gelukkig. We hadden nog drie uur in de bus voordat verwacht werd dat we leerden te surfen. Oh nee…

Brisbane

mei 14, 2009

Het drong laatst tot me door dat ik tijdens mijn wereldreis vooral steden heb bezocht. Grote wereldsteden als Kaapstad, New York, Los Angeles en Sydney en weinig klein en bescheiden dorpjes, als Rock Hill. Tijdens het backpacken kwam ik in een heel ander wereld terecht. Plaatsen die bestonden uit niet meer dan een weg van 500 meter gevuld met toeristische winkeltjes, hostels, een slijterij, een supermarkt, clubs, een strand en belachelijk veel backpackers. Meer heb je ook niet nodig tijdens het backpacken! Om eerlijk te zijn viel het me niet echt op hoe klein de plaatsen waren en hoe omringd ik was door backpackers; totdat ik in Brisbane aankwam.

Iedereen in de bus leek te moeten wennen aan weer in een stad te zijn. Opeens moesten we uitzoeken waar elkaars hostels waren, in plaats van gewoon de straat aflopen en het te zien. Opeens moesten we een kaart hebben om de supermarkt, lagoon en park te vinden. Opeens moesten we ons weg door massa’s dringen om ergens te komen. Ik vond het helemaal niks en kon me niet eens herinneren waarom ik meestal zoveel van steden houd. Het was veel te druk en eenzaam en chaotisch en lawaaierig. Ik miste de 500 meter straat van Airlie Beach waar je zeker was dat je iemand zou tegenkomen als je de hostel uitstapte.

’s Ochtends sliep ik uit – eindelijk waren er geen lawaaierig vertrekkende mensen in mijn kamer op een ochtend dat ik niet vroeg op hoefde – en maakte ontbijt, voordat ik de stad in ging. Ik had een paar uur voordat ik Andy moest vinden en ik besloot om iets te doen waar ik een groot hekel aan heb: window shopping. Na een poos verdrietig zijn om alles geweldigs wat ik niet mocht kopen en veel van het centrum te hebben gezien, ging ik naar een klein parkje om op Andy te wachten. Daar hebben we samen gezeten en verder gepraat over onze OZ Experience, voordat we afscheid moesten nemen; dit keer echt. Andy zou die dag al van Brisbane naar Byron Bay gaan en zou waarschijnlijk al in Nieuw-Zeeland zitten tegen de tijd dat ik in Sydney aankwam.

De volgende dag ontvluchtte ik de stad door de hele dag in the Botanical Gardens door te brengen met mijn boek. Maar op de terugweg nam ik toch de tijd om wat meer om me heen te kijken en herinnerde ik opeens wat ik leuk vind aan steden. De drukte heeft iets en de chaos ook; alles leeft. De gebouwen zijn indrukwekkend. En er zijn misschien teveel mensen, maar iedereen is anders en dat maakt het boeiend.
            Of ik nou meer van grote steden houd dan van kleine 500 meter plaatsen weet ik alleen nog steeds niet.

Zon en regen in Noosa

mei 13, 2009

De volgende ochtend stapte ik in de zoveelste OZ bus – dit keer op naar Noosa. Noosa is een dorp waar veel Australiërs heengaan om vakantie te houden en het is er prachtig. Er zijn een paar mooie stranden, plekken om kanotochten te maken, the National Zoo en hele leuke winkels. Ik kwam al vrij vroeg aan en had een paar uurtjes voor mezelf, voor dat de Duitse meisjes van Fraser zouden aankomen. De zon scheen, dus pakte ik mijn boek en ging in een hangmat liggen.

Toen Yvonne, Lisa en Hendrika waren aangekomen, gingen we met z’n allen naar het strand. Ondertussen waren we allemaal al een paar weken de oostkust aan het afreizen en hadden dus al behoorlijk wat stranden gezien, maar deze was bijzonder: voor het eerst konden we de zee in zonder achterlijke stinger suite.

De hostel waar we bleven heette Dolphins Beach House en was erg… uniek. Heel erg roze en met allerlei beelden van Indische goden. Erg mooi natuurlijk, maar helaas waren we wel een half uur van de bewoonde wereld vandaan. In plaats van heen en weer lopen, besloten we om met een groep relaxt tv te kijken. Het is vreemd hoe bijzonder tv kijken wordt als je aan het backpacken bent. Aan de ene kant voelt het alsof je niks aan het doen bent en je verveelt, maar aan de andere kant is het lekker om helemaal niks aan het doen te zijn na zoveel drukke dagen.

´s Ochtends vroeg vertrokken de Duitse meisjes al en na te hebben uitgeslapen werd ik wakker en ontdekte dat het regende. Dat het hard regende. Daar ging mijn hele stranddag-plan. Aangezien ik met mijn backpackersbudget niet meer mocht winkelen, had ik niet echt iets te doen. Ik sloot me aan bij een groep lezers en bracht de dag zo door.

En toen was het alweer tijd om de volgende OZ bus te pakken. Nog steeds een beetje alleen, zat ik te wachten en te denken hoe leuk het zou zijn om weer iemand te herkennen, toen ik opeens Andy zag! Van de Whitsundays/Airlie Beach! Hij was ook op weg naar Brisbane en het was geweldig om hem weer te zien. Ondertussen hadden we dus allebei al Fraser gedaan, dus hadden we veel om te vertellen. Ook had hij Pip en Jess even gezien in Rainbow Beach en kon mij vertellen over hun Fraser Island. Alex en Goose bleken ook in de bus te zitten, maar helaas stapten zij al een half uur later uit bij Mooloolaba (of all places…) Andy en ik hebben de rest van de weg gepraat en gelachen over onze afgelopen week. Het voelde alsof er al veel meer tijd voorbij was gegaan en ik met een oude vriend aan het bijpraten was.

Na een verdrietige afscheid van Pip en Jess had ik een paar ‘lege’ dagen in Rainbow Beach. Het regende bijna de hele tijd en hoewel de meisjes in mijn dormroom aardig waren, miste ik mijn ‘groep’  van de afgelopen week toch. Opeens moest ik weer alleen koken, alleen beslissen wat ik wilde doen die dag. Een van de ochtenden ben ik wilde dolfijnen wezen voeren, maar de rest van mijn tijd was stil en saai.

Gelukkig werden we voor de Fraser Island 4 Wheel Drive in groepen van 11 opgedeeld en dus ontmoette ik ’s middags bij de briefing in een klap een nieuw groep. Onze groep (genaamd the Turtle, omdat onze auto als laatste van de hostel vertrok) bestond uit:

  • The Frenchies: Vincent en Jeremy. Jeremy is de trotse eigenaar van zijn eigen 4×4, maar kon deze niet het eiland opbrengen door verzekeringsproblemen. Dus hadden wij het geluk om iemand bij ons te hebben die precies wist wat hij deed. Jeremy heeft ons meerdere malen uit het zand weten te halen.
  • The Indian Girls: Sonal en Saijel. Twee Londense vriendinnen die allebei vegetarisch waren en ons daardoor een goed excuus gaven om veel geld uit te geven aan groente. Ze waren niet echt kampeermensen – of laat ik het zo zeggen: ze vinden kamperen nog minder leuk dan ik. Dus af en toe kon de groep niet anders dan dubbelliggen. Gelukkig lachten ze zelf hard mee.
  • The German Girls: Yvonne, Lisa en Hendrika. Met Lisa kon ik het heel goed vinden en ik heb veel met haar gepraat over van alles en nog wat. Ook heb ik met deze meisjes op alle stranden en zandvlaktes springfoto’s gemaakt.
  • The Scot: Lindsey. Helaas voelde Lindsey zich niet lekker tijdens de hele reis en was ze erg stil, dus heb ik haar niet echt kunnen leren kennen.
  • The Dutchies: Tim en Nick. Een Amsterdammer en een Zwollenaar die erg aardig waren. En het was ontzettend leuk om weer Nederlands te kunnen praten – vooral omdat de anderen ons niet verstonden.

Misschien hoorde ik ook wel bij the Dutchies, maar de meesten noemden mij Sara of Mom. Mom… tja, dat komt omdat ik natuurlijk graag alles goed geregeld wilde hebben. Dus tijdens het boodschappen doen, vroeg iedereen aan mij hoeveel we waarvan moesten: weet ik veel hoeveel pakken macaroni je voor 11 mensen nodig hebt! Bij het inventariseren van onze kampeerspullen werd ik verteld hoeveel tentharingen er waren. En op het eiland werd ik gevraagd naar welke meer we ook al weer gingen. Ik vond het best.

Fraser Island is een van de grootste zandeiland met midden op het eiland een regenwoud. Het heeft ontzettend veel prachtige meren en sandblows. Iedereen die ik erover had gesproken zei dat het, samen met de Whitsundays, de hoogtepunt van de oostkust is. De eerste dag kregen we onze 4 Wheel Drive en moesten alles er bovenop zien vast te maken. Met hulp van Jeremy ging dat vrij snel. Daarna pakten we de ferry naar Fraser Island en begonnen te rijden.
           Op Fraser Island is een paar weken geleden een ongeluk geweest waarbij 3 backpackers om het leven kwamen.  Om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt, kregen we een uitgebreide kaart mee van waar we wel en niet mogen komen op het eiland. Helaas ging het de eerste tien minuten al meteen fout. We volgden de auto voor ons (er waren er drie in totaal) en reden het strand over. Na een poos vroegen we ons af of we de afslag naar de binnenweg al voorbij waren gereden. Ja.

De eerste stop was een prachtige meer, waar we foto’s namen en lunchten. Toen was het alweer tijd om door te gaan. Door wat vertraging eerder liepen we achter op schema en op Fraser Island kan dat een probleem zijn. Je mag namelijk maar rond bepaalde tijden op het strand rijden, anders kan het tij te hoog zijn. De eerste avond kwamen we met alle auto’s samen in Central Station. We maakten ons avondeten (hamburgers) en brachten een paar uur door met drankspelletjes, kaartspelletjes en kletsen. Maar rond een uur of 10 was iedereen al bekaf en zochten we onze tenten op.

’s Ochtends vroeg ontbeten we samen en begonnen toen met de tenten afbreken en de auto inpakken. Vandaag zouden we naar Lake MacKenzie gaan: de mooiste meer van het eiland. De zand daar is bijna even wit als Whitehaven Beach en het water is bijna even helder. Het echt bijzondere eraan is de omringende regenwoud. Alle drie de auto’s kwamen weer samen en we brachten daar de ochtend in het water door, totdat het een beetje begon te miezeren en we besloten verder te rijden.
              We lunchten in Eurong, maar hadden nu nog een hele middag waarin we niet echt iets te doen hadden. Omdat we ons aan de voorgestippelde route moesten houden, konden we niet zomaar ergens naartoe gaan. We reden een poos op het strand en sloegen toen een pad dichtbij de wandelroute naar Lake Wabby. We waren ondertussen de andere groepen uit het oog verloren en hadden geen flauw idee waar zij de nacht zouden doorbrengen. Volgens onze kaart moesten we de tenten opzetten in een beach camp zone, dat een duin verwijdert was van het strand. We vonden zo een plek en zetten daar kamp op. De strandkamp had niks. Het was echt gewoon een stuk grond waar je je tent kon opzetten. Geen WCs, geen douches en: geen drinkwater. Opeens bedachten we ons dat we niet genoeg water over hadden voor het pasta koken. Oops… We konden ook niet meer het strand over door de tij. Jeremy bood aan om naar Lake Wabby te lopen om water te halen, die we vervolgens zouden koken om drinkbaar te maken. We hadden weinig keus…

De pasta was heerlijk, ondanks de meerwater en het werd een hele gezellige avond. Toch begonnen iedereen alweer vroeg te gapen en gingen we niet te laat naar bed.
             De volgende ochtend waren we rustig aan het ontbijten toen er een bus de pad opreed en onze kampeerplek insloeg. De chauffeur leek verrast om ons te zien, stapte uit en vroeg: ‘ Do you know you are camping on a bus parking lot?’ Het bleek dat we illegaal aan het kamperen waren en als er een ranger voorbij was gekomen we een boete hadden gekregen. Binnen 5 minuten hadden we de kamp afgebroken en reden we naar Lake Wabby.

Lake Wabby is prachtig. Aan de ene kant ervan is er een gigantisch sandblow (woestijntje) en aan de andere kant het regenwoud. Helaas begon het al na een paar uur te miezeren. We liepen terug naar de auto – een half uur door de regen – en lunchten ergens onderweg. De auto moest al rond 3 uur terug zijn, dus we reden een stuk over het strand terug. Eigenlijk hoorde we een inland track te nemen, maar die misten we en kregen daardoor een extra half uur op het strand.

’s Avonds, terug in Frasers on Rainbow, kwamen we met de hele groep samen voor een laatste avond. Ook vond ik de Briste meisjes van Mission Beach en Alex en Goose daar, dus het was een hele leuk afscheid van Fraser Island en Rainbow Beach.

Na twee (iets te) leuke dagen en nachten met mijn busgroep en zeilgroep te hebben doorgebracht, was het weer tijd om de OZ bus te halen. Samen met Andy, Pip en Jess zou ik naar de volgende halte gaan. Gezellig, maar het betekende ook dat we meer dan de helft van onze groep achterlieten. Alex, Goose, Millie, Becky, Kev, Jack, Alistair en John hadden nog een dag in Airlie Beach. We hadden de afgelopen dagen zoveel lol met z’n allen gehad dat we hebben besloten om een reunie te organiseren komend jaar. Ik kijk er nu al naar uit.

Na 10 uur te hebben geslapen in de bus, kwamen we eindelijk aan in Kroombit. Hier zouden we een avond en ochtend doorbrengen en in dat korte tijd hadden we veel te doen. Kroombit Cattle Station is een grote ranch die vooral draait om de geiten en wij mochten een avond/ochtend voor cowboy/cowgirl spelen. Interessant…
        Na een lekkere avondmaal, echte cowboy-eten, was het tijd voor een fancy dress party. Ik snap nog steeds helemaal niet waar het op sloeg, ik weet alleen dat er een verkleedkist was en we daar allemaal erg enthousiast in doken. 20 minuten later zagen we eruit als achterlijke randdebielen (foto’s volgen) en konden we niet ophouden met lachen. In onze prachtige kledij werden we door Greg, ‘ the main cowboy’ geleerd hoe we een zweep laten knallen. Het is moeilijker dan het lijkt, maar zodra het lukt wil je niet meer ophouden. De zwepen worden niet gebruikt om de dieren te slaan, maar om ze op te jagen. En geloof me: als je het knallen van een zweep hoort, dan loop je door.

Stap 2 van cowgirl worden, had te maken met een mechanical bull. Ik had het al eens eerder gedaan om onze school Stunt, dus ik had er zin in. Maar iedereen voor mij werd bij de eerste beweging al naar voren gegooid. Ik had er weinig vertrouwen in, maar nu kan ik trots zeggen dat ik er 7 seconde op ben gebleven en daarmee de derde plaats kreeg!

Het was nog niet laat, maar Pip, Jess en ik waren nog steeds uitgeput van Airlie Beach en dus gingen we vroeg naar bed. Want op een ranch moet je natuurlijk ook vroeg op. Om 06.00 werden we al gewekt en naar een andere deel van het gebied gebracht. Hier zou ik voor het eerst in mijn leven een geweer afvuren: we gingen kleiduiven schieten. Zodra ik het ding zag, werd ik niet goed en herinnerde me dat ik pistolen haat. Maar ik had al mijn $10 betaald en ik wil op deze wereldreis zoveel mogelijk proberen, dus ik deed het. Na heel goed naar de uitleg te hebben geluisterd, moest ik puppydog schreeuwen. De kleiduif werd afgevuurd, ik volgde het met de geweer en vuurde. Ik heb 1 van de 5 geraakt, maar dat vond ik al geweldig. Hoeveel ik geweren ook haat, ik moet bekennen dat het heel goed voelde om die kleiduif te raken. Zo lang het niks levend is, vind ik het dus best.

Het volgende onderdeel van de ochtend had te maken met de geiten. We moesten tegen de klok een geit proberen te vangen… met een lasso… Na goed te hebben geoefend en twee keer de neppe doelwit te hebben gevangen, was het mijn beurt. Er werd een geit voor me uitgekozen (ik noem hem Bob) en dan moet je proberen jouw geit te pakken te krijg temidden van 30 andere geiten. Ik gooide mijn lasso 2 keer mis, kreeg hem toen om de hoorn heen, maar trok niet snel strak genoeg. Dag Bob. Toen was mijn tijd om en ik moest ik achter Bob aan zonder lasso. Daar is ook een filmpje van. Wacht maar, ik beloof je dat je zal lachen. En geen zorgen: Bob en ik zijn nog steeds goede vrienden, we hebben onze meningsverschillen uitgepraat.

Het laatste deel van de ochtend was zeker het meest bijzondere. We gingen te paard de geiten van een deel van het gebied, naar een ander deel brengen. Ik reed op Bonnie, die graag leidt en ik moet zeggen dat die paarden me bevallen. Niks tegen mijn paard in Bonamanzi, maar achterop raken is niks voor mij en ook niet voor Bonnie.
          Een groep van meer dan 50 geiten bij elkaar houden is niet makkelijk. Vooral als je niet precies weet waar je heen gaat en alles om je heen gigantisch en op bomen na leeg is. Maar het was zo ontzettend leuk om te doen. Wij hadden geen zwepen (wat verstandig was, aangezien we niet bepaald klaar waren om dat te paard te doen), dus om de geiten aan het lopen te houden, moesten we met onze paarden vlak langs ze lopen en: Eyyyyy Upupup roepen.  Het merendeel van de tijd ging het goed, maar af en toe liep er een geit de verkeerde kant op en dan moet je helemaal terug om hem te halen. Het is al met al uitputtend werk en ik zou het nooit dagelijks kunnen doen. Maar het was wel een echt gave ervaring!

We namen afscheid van het cowboy/girlleven en stapten weer in de bus voor een lange rit naar Rainbow Beach. In Miriam Vale stopten we voor lunch en daar moest ik afscheid nemen van Anyd, die naar 1770 is gegaan. Vanochtend moest ik afscheidnemen van Pip en Jess, die een paar dagen eerder dan mij naar Fraser Island gaan. Het is vreemd dat mensen die je pas net kent, toch echt goede vrienden kunnen worden. Je maakt zoveel met elkaar mee in zo weinig tijd, dat het voelt alsof je elkaar een stuk langer kent. Ik ga ze zeker missen, maar ik kan ook niet wachten tot Fraser Island.

Whitsundays Sailing

mei 1, 2009

Na een ontzettend rustige avond in Townsville was het alweer tijd om de bus te halen. De 4 Britse meisjes die ik in Mission had ontmoet, zaten al te wachten en ook een paar anderen die ik herkende. Pip, Jess, Andy, Alex en Goose zaten in mijn eerste bus van Cairns naar Mission en omdat we een andere planning hadden, hadden we al afscheid genomen. Onnodig, want we gingen samen naar Airlie Beach.

Na een paar uur rijden kwamen we aan in Airlie en gingen meteen inchecken bij Explore Whitsundays. Daar kwamen we erachter dat Pip, Jess, Andy en ik de volgende dag op dezelfde boot vertrokken en dat betekende gegarandeerd plezier. Maar het was nog niet tijd voor zeilen! Onze buschauffeur (Ute: as in the car) had gratis bier geregeld bij de grote kroeg/club/restaurant Beaches en (na te hebben gedoucht) kwamen we daar weer bij elkaar. Zo kregen we de kans om te praten zonder busgeluiden (wel met harde muziek) en elkaar wat beter te leren kennen. Alles sluit hier belachelijk vroeg, behalve Mama Africa’s, waar we natuurlijk naartoe verhuisden. Na een paar uur te hebben gedanst en veel meer te hebben gelachen, beseften we opeens dat we de volgende ochtend op tijd moesten uitchecken en van alles moesten hebben geregeld voor de boot. Bedtijd.

Rond een uur of 1 kwamen we de volgende dag weer bij elkaar om naar de haven te gaan. Daar zat the British Defender al op ons te wachten. De schipper Chris en de rest van de crew Greg, Jack en Yonatan stelden zich voor, de (mini) bedden werden verdeeld en toen werden we meteen aan het werk gezet. Of 8 van ons tenminste en daar hoorde ik bij. Ik heb geholpen met het zeil heisen door te ‘grinden’ en niks is kapot gegaan, dus ik ben tevreden.

Na niet lang zeilen zaten we al tussen de Whitsundays eilanden: een eilanden groep op de Reef die bestaat uit 74 prachtige eilandjes. We lieten de anker uit in Hooks Cove en het eten werd opgediend. Oke: ik ben nu ongeveer 5 maanden aan het reizen, waarvan ik bijna de hele tijd bij familie was die of heerlijk kookten, of heerlijk eten lieten bezorgen. Ik heb best moeten wennen aan de afgelopen week voor mezelf koken en ik geniet er niet bepaald van. Het koken zelf is niet erg, maar het is de herhaling. 4 nachten achter elkaar pasta met tomatensaus, want als ik het niet in een plek opmaak, moet ik het verplaatsen en daar heb ik geen ruimte voor. Nu hadden we opeens pasta-salde, een nacho-schotel, aardappelsalade, allerlei vlees, garlic bread, spagetti en bolognese EN koekjes toe. Wow.

Na het avondeten zaten we met z’n allen op het deck te drinken (niet veel natuurlijk, want de boot wiebelt al voldoende) en voordat we het wisten was de zon onder en de lucht vol met sterren. Ik heb nog nooit zoiets moois gezien. Alles was donker behalve al die puntjes in de lucht. We hebben daar uren gelegen en gewoon gestaard (en vliegende sterren geteld – 7!)

De volgende ochtend werden we al lekker vroeg wakker gemaakt door de motor, maar dat vond niemand echt erg, want we waren op weg naar Whitehaven. Whitehaven is een strand op een van de eilanden dat bestaat uit bijna pure sillica: poederzand. Het is echt net witte poeder en het is prachtig. Het water is nog mooier dan op de aansichtskaarten en zelfs de stingersuites konden het niet bederven. Whitehaven is een van de meeste gefotografeerde plaatsen ter wereld en daar moesten wij natuurlijk aan blijven meehelpen. Samen met Pip, Jess en Andy heb ik Baywatch-foto’s, springfoto’s en een mini menselijke pyramide gemaakt. Onze grote bootgroep vond dat laatste een goed idee en met pijn en moeite is onze pyramide behoorlijk groot geworden.

Terug op de boot werden we weer verwend met lunch, voordat we gingen snorkelen om de rand van een ander eiland. Ik had op Green Island al gesnorkeld, maar het was niets, echt NIETS, vergeleken met dit. Er was zoveel meer te zien. Vissen overal, die het leuk leken te vinden dat we er waren en relaxt om ons heen zwommen, prachtige koraal en iets genaamd the Humpheaded Maori Wrasse. Ik zat een eind van de groep te snorkelen toen ik opeens iets om de hoek van een rots zag komen. Ik dacht meteen: een haai, dag wereld; want het was ongeveer even lang als de helft van mij (en ik heb net opgezocht dat het 45 kg weegt!). Toen ik zag dat het een vis was, was ik nog steeds niet gerustgesteld dat het vlak onder mij aan het zwemmen was, maar toen het me niet op at durfde ik het te volgen. Ik heb foto’s gemaakt waarvan ik hoop dat te zien is hoe groot hij is.. want wow.

Na het avondeten op de boot deden we een quiz over allerlei feitjes die we de afgelopen 2 dagen waren verteld  en ik ben erg trots om te zeggen dat MIJN groep (Roger and the Cabin Boys heetten we) heeft gewonnen met 100% score. Niet slecht he? Als het goed is wacht er in Beaches een jug Rum & Coke op ons vanavond.
           Na spookverhalen, sterren kijken en kaarten konden we niet meer onze ogen openhouden en was het weer tijd voor bed.

’s Ochtends, na de zon te zien hebben opgekomen en te hebben ontbeten, zeilden we terug naar Airlie, maar gelukkig hoefden we nog steeds geen afscheid te nemen. Over een paar uur komen we met de hele boot samen in Beaches en gaat de feest door. Het waren 2 fantastische dagen en nachten… zonder twijfel een highlight van deze reis.