Brisbane

mei 14, 2009

Het drong laatst tot me door dat ik tijdens mijn wereldreis vooral steden heb bezocht. Grote wereldsteden als Kaapstad, New York, Los Angeles en Sydney en weinig klein en bescheiden dorpjes, als Rock Hill. Tijdens het backpacken kwam ik in een heel ander wereld terecht. Plaatsen die bestonden uit niet meer dan een weg van 500 meter gevuld met toeristische winkeltjes, hostels, een slijterij, een supermarkt, clubs, een strand en belachelijk veel backpackers. Meer heb je ook niet nodig tijdens het backpacken! Om eerlijk te zijn viel het me niet echt op hoe klein de plaatsen waren en hoe omringd ik was door backpackers; totdat ik in Brisbane aankwam.

Iedereen in de bus leek te moeten wennen aan weer in een stad te zijn. Opeens moesten we uitzoeken waar elkaars hostels waren, in plaats van gewoon de straat aflopen en het te zien. Opeens moesten we een kaart hebben om de supermarkt, lagoon en park te vinden. Opeens moesten we ons weg door massa’s dringen om ergens te komen. Ik vond het helemaal niks en kon me niet eens herinneren waarom ik meestal zoveel van steden houd. Het was veel te druk en eenzaam en chaotisch en lawaaierig. Ik miste de 500 meter straat van Airlie Beach waar je zeker was dat je iemand zou tegenkomen als je de hostel uitstapte.

’s Ochtends sliep ik uit – eindelijk waren er geen lawaaierig vertrekkende mensen in mijn kamer op een ochtend dat ik niet vroeg op hoefde – en maakte ontbijt, voordat ik de stad in ging. Ik had een paar uur voordat ik Andy moest vinden en ik besloot om iets te doen waar ik een groot hekel aan heb: window shopping. Na een poos verdrietig zijn om alles geweldigs wat ik niet mocht kopen en veel van het centrum te hebben gezien, ging ik naar een klein parkje om op Andy te wachten. Daar hebben we samen gezeten en verder gepraat over onze OZ Experience, voordat we afscheid moesten nemen; dit keer echt. Andy zou die dag al van Brisbane naar Byron Bay gaan en zou waarschijnlijk al in Nieuw-Zeeland zitten tegen de tijd dat ik in Sydney aankwam.

De volgende dag ontvluchtte ik de stad door de hele dag in the Botanical Gardens door te brengen met mijn boek. Maar op de terugweg nam ik toch de tijd om wat meer om me heen te kijken en herinnerde ik opeens wat ik leuk vind aan steden. De drukte heeft iets en de chaos ook; alles leeft. De gebouwen zijn indrukwekkend. En er zijn misschien teveel mensen, maar iedereen is anders en dat maakt het boeiend.
            Of ik nou meer van grote steden houd dan van kleine 500 meter plaatsen weet ik alleen nog steeds niet.

Reageer