OZ Experience
Geloof het of niet, maar morgen laat ik Sydney achter me. En niet alleen Sydney, maar ook de huizen en het gezelschap van mijn familieleden. Voor het eerst in mijn leven ga ik écht alleen op reis: geen veilige logeerbedden bij familie, geen home cooked meals, geen uitgebreide advies over waar ik heen zou moeten gaan. Voor het eerst zal ik het echt helemaal alleen moeten doen.
Mijn backpack avontuur begint met een vliegreis naar Cairns, want van het noordelijke Cairns ga ik mijn weg terug naar het zuidelijke Sydney werken. En dat ga ik doen met hulp van OZ Experience: een hop on hop off buspas. Ik heb gekozen voor de Cobberpass en daar hoort te volgende route bij:
Ik heb voor OZ gekozen, omdat het de meest zelfstandige busreis was die ik kon vinden. De groene stippen op het kaart hierboven zijn mogelijke haltes: plaatsen waar je mag kiezen of je uit wilt stappen. De oranje stippen zijn verplichte haltes: plaatsen waar je minstens één nacht moet doorbrengen, omdat de bus die dag niet verder rijdt. OZ-bussen vertrekken vier keer per week vanaf elke halte en daardoor kun je helemaal zelf beslissen hoe lang je in een bepaalde plaats wilt blijven. Als je het ergens geweldig vindt, kun je beslissen om daar een week langer dan je had gepland te blijven. Een ander voordeel: als de mensen waarmee je in de bus zit niet echt jouw mensen zijn, dan kun je gewoon bij de volgende halte uitstappen en hun uitzwaaien.
Een andere verschil tussen OZ Experience en andere busdiensten is dat je buschauffeur tevens een gids is. Verhalen van voormalige OZ-reizigers maken duidelijk dat je juist hierdoor zoveel van Australië te zien krijgt. Onderweg stop je bij onverwachte ‘tussenhaltes’ waar andere busdiensten gewoon voorbij rijden. Welke dat zijn, krijg je pas onderweg te weten, maar de verhalen gaan over: krokodillenboerderijen, bare-foot lawn bowling en iets wat te maken heeft met the bush, Aborginals en stenen.
Morgen begint mijn solo backpackreis dus echt. Het idee van alleen reizen is eng, maar ook erg gaaf. Om deze zes maanden een echte wereldreis te noemen, moet ik wel minstens een maand echt alleen reizen. In jeugdherbergen slapen, mijn eigen eten kopen, compleet onafhankelijk zijn. Dat kan ik. En kom op: ik heb niet voor niets een backpack gekocht!
Pesach, Sydney en Bowral
Als ik aan Pesach denk, denk ik eerst aan twee dingen: haast en afscheid nemen van koekjes. Het afscheid nemen van koekjes (en taart en brood en pizza en bier en muffins en ga zo maar door) spreekt voor zich: tijdens Pesach mag het Joodse gemeenschap niks met meel of gist erin eten. Het haast gedeelte heeft te maken met mijn vader, die elk jaar weer veel te veel mensen uitnodigt voor beide seders. Twee dagen en nachten draait alles om koken, extra stoelen vinden, boodschappen doen, extra bestek vinden, de benedenverdieping presentabel maken en extra glazen en borden vinden. Uiteindelijk is het altijd erg gezellig om de avond met zoveel vrienden en familie door te brengen, maar de aanloop ernaar is nooit leuk. Daar hoefde ik me dit jaar geen zorgen over te maken: ik zou het hele Pesach-stress missen, omdat ik het met mijn familie in Sydney ging vieren.
Het waren twee hele fijne avonden, maar vooral de eerste avondseder is me bijgebleven, omdat deze erg… origineel was. De hele dag door waren Linda en Zed druk bezig met voorbereidingen en de enige taak die maar niet voltooid werd, was het vinden van de haggadah’s (gebedboeken voor Pesach). Uiteindelijk moest er een alternatief worden bedacht en dat werd: Facebook Haggadah’s uitprinten en uitdelen. Iedereen kreeg een rol om voor te lezen en om de zoveel tijd onderbrak Zed ons om een gebed voor te lezen uit zijn wat meer traditionele haggadah. Dankzij Facebook ging het gebed gedeel van avond een stuk sneller voorbij, wat ook fijn was voor mijn halfslapende neefjes, en hebben we veel gelachen. Ik zal hieronder een deel van de FB Haggadah laten zien. Dad: how about it, are we going to use this one next year?
De laatste keer dat ik schreef, was ik nog niet eens Sydney’s stad in geweest. Ik had tijd doorgebracht in delen van Sydney als St. Ives, Bondi en Chatswood, maar als je in een stad bent, moet je natuurlijk ook het centrum een beetje leren kennen. Ondertussen ben ik natuurlijk wel al de stad in geweest. Mijn nicht Leanne gaat elke werkdag van Willoughby met de bus de Harbour Bridge over en de stad in. En één ochtend (vroeg…) ging ik met haar mee.
Ik begon in Darling Habour met koffie, waar ik veel behoefte aan had, maar zonder muffin, waar ik misschien wel meer behoefte aan had – matse vult niet! Ik liep daar wat rond, nam foto’s (want alles wat met een haven te maken heeft in Sydney is prachtig) en liep toen echt de stad in. Ik was van plan om de hele dag in de stad te blijven, maar wist niet echt precies wat ik ging doen. Ik mocht niet meer winkelen, maar moest gelukkig nog wel een paar cadeaus voor familie en vrienden vinden. Ik liep de grote winkelstraat George Street af en bracht wat tijd door in de Queen Victoria Building: een klein winkelcentrum in een gebouw zo prachtig dat het eigenlijk een museum zou moeten zijn.
De volgende buurt die ik vond was Chinatown. Het is een erg mooie deel van de stad en natuurlijk voelt het alsof door een stad in China loopt (of hoe ik verwacht dat het zou om door een Chinese stad te lopen), maar als ik eerlijk ben, is het toch niet goed te vergelijken met New York’s Chinatown. Misschien ligt het eraan dat ik die van New York eerst heb gezien of dat het in Sydney een gewone werkdag was en er relatief weinig mensen waren, maar als ik aan Chinatown denk, denk ik toch aan New York.
Op een gegeven moment vond ik dat ik wel genoeg had gelopen en net toen kwam ik aan bij Hyde Park. Ik kocht wat lunch bij een supermarkt – een salade die niet groot genoeg was om me te vullen – en ging met mijn boek in het gras liggen. Het is erg begrijpelijk dat ik daar de rest van de middag heb doorgebracht, toch?
Een paar dagen later was het weer tijd om vroeg op te staan. Ik zou samen met Kara, Gina en hun nicht Tallie naar Bowral gaan, een dorp ergens buiten Sydney. Om er te komen hadden we drie treinen nodig en de eerste vertrok al rond half negen. Het was al een poos niet met de trein geweest, die naar New Jersey telt niet mee omdat ik telkens een vliegtuig moest halen en dus niet kon genieten, en het maakte me dus niets uit hoe lang dat zou duren.
Eenmaal in Bowral aangekomen gingen we eerst koffie drinken en aangezien Pesach net over was, mochten we eindelijk weer iets erbij nemen. Daarna begonnen we het dorp te verkennen. Waarom we eigenlijk naar Bowral zijn gegaan zou ik niet weten. Het is een erg schattige dorp, maar toch meer zo een dorp waar je doorheen rijdt… Niet dat ik het niet leuk heb gehad! Als je de straat vol auto’s achter je laat en de kleinere straten inslaat, wordt je verrast. Er zijn veel leuke boetiekjes, een geweldige snoepwinkel (met Amerikaanse, Britse, Poolse en Nederlandse snoep: Katja drop!), een vintage-dress shop (oh, was ik maar belachelijk rijk) en hele leuke cadeauwinkels. Één was zelfs zo leuk dat we er zeker meer dan een uur in hebben doorgebracht. De enige reden dat we weg gingen, was omdat we honger hadden.
Na een late lunch en nog een paar winkels pakten we de trein terug.
Na iets meer dan een maand in Australië heb ik eigenlijk alleen Sydney en Bowral gezien (en de weilanden en heuvels tussen Sydney en Bowral in). Maar daar zal komende maand verandering in komen: ik ga backpacken!
19
Jarig zijn in het buitenland; om eerlijk te zijn keek ik er niet zo naar uit. Ik heb mijn verjaardag nog nooit van huis gevierd, dus ik had vanzelfsprekend heimwee verwacht. Hoe zou het zijn zonder mijn vrienden, gezin en onze verjaardagsfamilietraditie. Het is een Suransky-traditie om op een verjaardag ‘s ochtends in de volgorde van wie jarig is de trap af te lopen naar de woonkamer, de jarige natuurlijk voorop, terwijl er happy birthday wordt gezongen. Beneden hangt alles vol slingers en staat er een verjaardagstafel vol cadeautjes en kaarten klaar. Al achttien keer is dat ter ere van mij gebeurd, dit is de eerste jaar waarop dat niet op 5 april zou gebeuren. Reden genoeg voor heimwee, maar gelukkig bleek er teveel afleiding te zijn om heimwee op te merken.
Het vieren van mijn verjaardag begon op de nacht van 4 april op 5 april. Mijn nichten Linda en Leanne besloten om mij het nachtleven van Sydney te laten zien en we begonnen bij de Opera Bar: een bar aan het water vlak naast de Opera House, met fantastische uitzichten op de brug en (jawel) de Opera House. Linda vond dat ik als bijna-negentienjarige zeker een glas champagne (of twee) moet hebben. We proosten op Sydney en mijn verjaardag.
Nog bij de Opera Bar verzonnen we een spel voor de rest van de avond. Er wordt in de Suransky familie gezegd dat Leanne en ik precies op elkaar lijken – iets waar Leanne en ik het allebei niet echt mee eens zijn – en Linda wilde het testen. Ze vroeg aan een wat oudere koppel die zichzelf snel voorstelden als Joy en Steffen of ze hen een vraag mocht stellen: ‘Twee van ons zijn zussen en één is een nicht. Wie zijn de zussen en wie is de nicht?’ Joy wist zeker dat Leanne en ik zussen waren en Steffen wist zeker dat Linda en ik zussen waren. 2-0: we namen afscheid en gingen door.
Na een fles champagne was het tijd voor een ijsje. En we moesten onze vraag natuurlijk ook aan de ijsverkoper stellen. Vreemd genoeg had hij het ook mis: Linda en ik waren weer de zussen, dus 3-0. Onderweg nam iemand een foto van ons en het ijsje en ook hij kreeg het mis: 4-0! Hoe was dat mogelijk?
Het volgende plan was om naar Café Sydney te gaan: een restaurant op de bovenste verdieping van een hoog gebouw met een prachtig uitzicht op de haven. Helaas was deze al aan het sluiten, dus na een korte rondleiding van een aardige ober en een blik op het uitzicht, gingen we verder. Onderweg kwamen we iemand tegen aan de telefoon, maar Linda vond onze vraag belangrijk genoeg om zijn gesprek te onderbreken. De man leek ongeveer vijf flessen champagne in zijn eentje te hebben opgemaakt, maar hij kreeg het wel als eerste goed: 4-1!
Leanne stelde voor om naar de Überbar te gaan: een Duitse bar met alle mogelijke soorten bier, hele leuke dansmuziek, aardige mensen en… een belachelijk lange rij. Nog een half uur tot middernacht… zouden we dat redden? Linda vond dat het onzin was om in een rij te wachten als je bijna jarig bent en liep naar de bouncer. Hij verwees ons door naar zijn baas en na een blik op mijn ID te hebben geworpen, vond ze het geen probleem om ons meteen naar binnen te laten. Yes!
Binnen vroegen we twee gozers om een foto van ons te nemen en stelden hen natuurlijk ook de vraag. De uiteindelijke score van de nacht werd 5-2; de meerderheid vond mij dus vreemd genoeg op een zus lijken. De twee mannen bleken met een groep vrienden iemands vrijgezellenfeest aan het vieren te zijn en Linda en Leanne konden het niet laten om ze te vertellen dat ik bijna negentien werd. Dat vonden zij reden genoeg om de rest van de avond drankjes voor mij te kopen. Fine by me!
Na om twaalf uur even gegild te hebben, werd er opeens: And a very happy birthday to sister Sarafina door de DJ omgeroepen. Dat maakte de avond natuurlijk compleet.
De volgende ochtend – na een uur extra te hebben geslapen omdat de wintertijd hier nu pas inging – liep ik naar beneden om een verjaardagstafel te vinden met allerlei post erop, zingende familie en een koekje met een kaars erin. Na, met Isaacs hulp, de kaars te hebben uitgeblazen, begon ik met kaarten lezen en cadeautjes uitpakken.
Daarna werd ik door mijn oom opgehaald en gingen we in Rose Bay op de pier ontbijten. Grappig genoeg heb ik het merendeel van de middag doorgebracht met cadeautjes voor familie en vrienden kopen op de Bondi-market. (Ja meisjes, jullie krijgen cadeautjes!) Zoals ik al in mijn vorige blog liet weten: de Bondi-market heeft de leukste kleren, meest originele sieraden en prachtige kunst. Ik was er niet weg te slepen.
’s Avonds gingen we met de hele Australische tak van de familie uit eten: Linda, Zed, Isaac, Daniel, oom David, zijn vriendin Josie, Kara en Brent, Leanne en haar vriend Gary en neef Jonathan. Ik mocht kiezen waar ik zin in had voor mijn verjaardag en het werd Santorini’s, een Grieks restaurant op Oxford Street. Er werd nog een paar keer op mijn negentiende verjaardag geproost, heel erg lekker gegeten, nog een paar cadeaus en kaarten gegeven en daarna was de avond alweer bijna om.
Mijn negentiende verjaardag in Sydney vieren, beviel me wel. Het was anders dan thuis, maar een erg leuke anders. Mijn familie hier heeft alles gedaan om mij een leuke verjaardag te geven en het is ze gelukt. Maar toch kijk ik uit naar op mijn twintigste verjaardag de trap aflopen terwijl mijn familie Happy Birthday achter mij zingt.
Sydney So Far
Voordat ik het over mijn verjaardag ga hebben, en het feit dat dit het eerste reisverslag is die ik als negentienjarige schrijf, moet ik het natuurlijk eerst even hebben over Sydney, Australië. Want ik ben er… al een poos zelfs! Hoog tijd dat ik erover schrijf.
Na een belachelijk lange, maar erg relaxte, vlucht – Air New Zealand is écht een aanrader – werd ik door mijn oom David opgehaald bij het vliegveld. De eerste paar dagen zou ik bij hem doorbrengen in St. Ives; het noordelijke gedeelte van Sydney. Ik had meteen al door dat St. Ives niet erg centraal ligt en er niet bijzonder veel te doen is, maar dat hoefde van mij ook niet. Eerst even bijkomen van mijn hectische/fantastische maand met Maite door een paar dagen te niksen. Helaas begreep mijn oom niet echt goed dat ik het prima vond om lekker in St. Ives te blijven en bleef me maar afzetten bij winkelcentra of dwong mijn neef me naar Chatswood te brengen. Het is (onder andere) zijn schuld dat ik nu serieus zonder twijfel een doos spullen naar huis zal moeten sturen: mijn Sydney kleren passen echt niet meer in mijn backpack (bij mijn Johannesburg, Durban, Kaapstad, New York en Los Angeles kleren).
Een bezoek aan de Bondi-market vergrootte mijn te-weinig-plek-veel-teveel-belachelijk-leuke-dingen-te-koop-dilemma. Kara, de dochter van mijn ooms vriendin Josie, had voorgesteld om mij een dagje uit te nemen. We begonnen op de zondagmarkt in Bondi, heel vlakbij mijn nicht Linda in de buurt. Ze hebben er de leukste kleren (denk: handgeverfde rokken, one-of-a-kind t-shirts, vintage jurken), de meest originele sieraden (denk: sieraden die op snoep lijken en zilveren kettingen met alle mogelijke hangers) en prachtige kunst (denk: foto’s van Indische huizen waar de kleuren vanaf spatten en Escherachtige transformaties van pianotoetsen naar zebra’s).
Na teveel geld te hebben uitgegeven aan sieraden gingen we naar een havenstrand: Redleaf Beach. Het zwemgedeelte wordt afgesloten van de haven, maar je hebt er nog steeds een prachtig zicht op. Daar hebben we een paar uur in de zon gelezen, voordat we terugkeerden naar Josie’s huis. Ik ontmoette haar andere dochter, Gina en haar zoon, Brent en heb met hen geBBQ-ed die avond.
Na St. Ives was het tijd voor meer Bondi. Mijn nicht Linda woont met haar man Zed en hun twee kindjes Isaac (2) en Daniel (10 maanden) vlaknaast Bondi Beach. Het is hier prachtig en er is een stuk meer te doen. Ik heb mijn dagen vooral doorgebracht met Linda en de kinderen. We zijn naar verschillende stranden gegaan, hebben in de buurt heel lekker ontbeten, veel gewandeld en ook lekker veel koffie gedronken. Er zijn zo vlakbij het strand allerlei kleine cafés en Linda en Zed zijn allebei tevreden cafeïneverslaafden. Isaac en Daniel zijn cafeïneverslaafden in the making, want elk cafébezoek betekent voor hen een babychino: opgeklopte melkschuim met een beetje chocoladepoeder erop.
De sfeer hier in Bondi is echt zo een ontspannen strandsfeer. Het lijkt alsof iedereen de dag lijkt door te brengen met relaxen in cafés, wandelen over het strand en even op en neer tussen hun huis en de zee voor een snelle duik. Mijn neefjes worden zonder twijfel van die jongens die na school alleen even hun handdoek grijpen en roepen: ‘Mom, I heading to the beach, bye!’
Ik heb nog nauwelijks iets van de rest van de stad gezien, dat komt wanneer ik bij mijn nicht Leanne blijf, maar ik moet zeggen dat wat ik tot nu toe van Sydney heb gezien, me bevalt